Waar zouden we ons over moeten verbazen? Peter Hoomans was bij de Socratesbekeruitreiking, een viering van de shortlist én de winnaar, en één vraag bleef hem het meest bij. Lees de antwoorden in ons blog.
- Alicja Gescinska wint de Socratesbeker 2026
- Bekijk ook de beste filosofieboeken volgens boekverkoper Peter Hoomans
- Bekijk ook de prijsuitreiking bij SPUI25:
Kristien Hens: ‘Ik heb een boek geschreven over microben, er zijn toch belangrijkere dingen in de wereld dan dat? De wereld staat in brand. Ik denk dat wij ons als mens toch moeten blijven verbazen over de rijkheid van het leven en wat die rijkheid ons kan leren over de mogelijkheden die we hebben als mens.’
Victor Gijsbers: ‘We kunnen ons over alles verbazen. Maar om precies het tegenovergestelde te doen van wat ik in mijn boek doe, om dat heel praktisch en politiek te trekken: we moeten ons veel meer verbazen over hoe we überhaupt praten over dingen. Er worden bommen gegooid, mensen gaan dood, en het nieuws gaat over hoeveel cent de benzine duurder wordt. Dat lijkt niemand te verbazen. Er zijn heel veel makkelijke verhalen en narratieven waar we als samenleving in terechtkomen, en in elk opzicht moeten we ons de hele tijd veel meer verbazen.’
Roel Meijvis: ‘Het denken van Michel Henry, filosoof, fenomenoloog, bioloog, is samen te vatten als de verbazing of het wonder dat we überhaupt de wereld kunnen ervaren. Hij was gefascineerd door wat leven eigenlijk is. Het feit dat we kunnen ervaren, dat we naar buiten kunnen kijken, dat we zintuigelijke indrukken kunnen krijgen, dat we vriendschap ervaren, die zinvolheid van het leven — als we ons daar meer over kunnen verbazen, over het wonder van bestaan, dat dat zelfs iets doet op politiek en maatschappelijk niveau.’
Alicja Gescinska: ‘We kunnen ons verbazen over de dingen, en ook dat we ons kunnen verbazen, op een metaniveau. Maar wat mij zeer vaak verbaast, is dat sommigen zich niet verbazen over de dingen die verbazing opwekken. En dat vind ik pas verbazingwekkend. Eigenlijk over al die thema’s die we vandaag hebben besproken: de oneindigheid, denken met microben, verzet... Moet ik blijven zitten en schrijven en verder denken over al die elementen waaraan wij ons leven geven en boeken over schrijven? Ik denk dat velen van ons aan het bureau zitten en denken: ben ik nu gek aan het worden, is mijn verbazing nog te rechtvaardigen, of niet? En dan deel je je verbazing in een boek met anderen, en dan raak je een snaar bij de lezer, en dan denk je: oef, er zijn anderen die zich ook hierover verbazen. En dat geeft troost.’