In de rubriek ‘De boekentips van’ deelt ditmaal journalist en ondernemer Ernst-Jan Pfauth zijn 5 tips. Lees Kim Stanley Robinson, Beatriz Serrano, Wilma de Rek, George Saunders en Ruth Ozeki.
- Lees een fragment uit Het ministerie voor de toekomst
- Lees een fragment uit Tien december (waar ‘De Semplicadagboeken’ in is opgenomen)
Kim Stanley Robinson, Het ministerie voor de toekomst, vertaling Menno Grootveld
Het overkomt me niet vaak dat een roman mijn wereldbeeld laat kantelen, maar The Ministry for the Future van Kim Stanley Robinson had precies dat effect. Het is een zeldzaam rijk boek over hoe de wereldgemeenschap (eindelijk) de strijd aanbindt met klimaatopwarming. Deze roman maakt van de abstracte klimaatcrisis een weergaloos verhaal. De Verenigde Naties heeft een ministerie opgericht dat opkomt voor de rechten van mensen die nog geboren moeten worden. Na een van de meest indrukwekkende openingshoofdstukken die ik ooit las – over een allesvernietigende hittegolf in India – volg je de secretaris-generaal van het ministerie. Zij probeert de wereld te redden met een mix van ‘arbitrage en sabotage’. Echt een zeldzaam rijk boek. Qua vertelkunst, maar ook qua economische, juridische en politieke inzichten. In essentie eindigt het optimistisch, maar het wordt slechter voor het beter gaat.
Beatriz Serrano, Ontevreden, vertaling Lies Doms
Het scherpste millennialboek dat ik tot nu toe las is Ontevreden van de Spaanse debutant Beatriz Serrano. Hoofdpersoon Marisa werkt voor een reclamebureau in Madrid en haat het corporate toneelspel. Alles is zogenaamd belangrijk, terwijl ze de zinloosheid van haar werk doorziet. Maar ze is niet bij machte om eraan te ontsnappen, dappere pogingen daargelaten. Citaat: ‘Het bedrijf als familie. Het idee dat je collega’s meer zijn dan alleen maar collega’s, waardoor het moeilijk wordt om je werkplek om zes uur ’s avonds te verlaten omdat het voelt alsof je je kleine broertje achterlaat bij een tankstation.’ Ik lees vaak nog een uur door terwijl mijn geliefde slaapt, maar bij dit boek ging dat niet omdat ik telkens hardop moest lachen om Serrano’s observaties.
Wilma de Rek, Rust, reinheid en regelmaat
Rust, reinheid en regelmaat van Wilma de Rek is een heerlijk geschiedenisboek. Het boek begint met een speurtocht naar de dame die deze term begin twintigste eeuw bedacht en groeit uit tot onderzoek naar hoe rust, reinheid en regelmaat er in onze tijd uitziet. Echt fijn om te begrijpen waarom ik in de winter zo achterlijk vroeg naar bed wil. Ik leerde dat onze biologische klok – de suprachiasmatische kern in onze hersenen – zich aan de lengte van de dag aanpast. Dat betekent dat we ’s zomers van nature langer actief zijn en ’s winters juist meer behoefte hebben aan rust en slaap. Wilma’s suggestie: misschien moeten we allemaal wat vaker naar ons natuurlijke ritme luisteren.
George Saunders, Een duik in een vijver in de regen, vertaling Robbert-Jan Henkes & Erik Bindervoet
Niemand schrijft mooiere verhalen dan George Saunders. Lees bijvoorbeeld eens zijn magistrale dystopische verhaal ‘De Semplicadagboeken’ over een vader die na een financiële meevaller ‘decoratiemeisjes’ koopt voor zijn dochter. In de voortuin wapperen voortaan vier vrouwen uit ontwikkelingslanden die van de opbrengsten hun families kunnen onderhouden. Maar als een van zijn andere dochters de meisjes bevrijdt, raakt de familie in zware financiële problemen. Saunders geeft schrijfles aan de Universiteit van Syracuse en heeft zijn colleges gebundeld in het Een duik in een vijver in de regen. Aan de hand van acht verhalen van onder andere Tsjechov, Tolstoj en Toergenjev deelt Saunders zijn schrijflessen, die eigenlijk levenslessen blijken te zijn. Ik werd er zó vrolijk en levenslustig van.
Ruth Ozeki, The Book of Form and Emptiness
Ik ben van Benny gaan houden, de hoofdpersoon uit The Book of Form and Emptiness van Ruth Ozeki. Benny verliest zijn vader, een jazzmuzikant, zijn moeder raakt in een depressie en hijzelf hoort opeens stemmen. Ondertussen is de verteller van het boek… het boek zelf. Dat klinkt vreemd, maar het werkt. Schitterende coming-of-age roman over animisme, big band jazz, zenboedhisme, jeugdzorg en opgroeien in de stad. Een van de mooiste – en tevens bevreemdende – romans die ik las.