Athenaeum verkoopt ook studieboeken, vaak via studieverenigingen als AIM. Wie schrijven ze voor, wat drijft ze? Pieter Lagerwaard is docent PPLE (Psychology, Politics, Law, & Economics). Hij vertelt over antropologie en politicologie, het Antropoceen en Bruno Latour.



Waarom bent u antropologie en later politicologie gaan studeren, en hoe maakte u uw keuzes in opleiding en onderzoek?

Ik heb voor antropologie gekozen vanwege een simpele reden: de beschrijving van de studie op de website van de UvA stond mij aan. Het kiezen van een studie is altijd arbitrair volgens mij, dat zie ik ook bij mijn mentorstudenten. Je weet pas wat een studie inhoudt op het moment dat je die daadwerkelijk volgt. Volgens mij stond er op de website – en ik parafraseer uit mijn geheugen – dat antropologie zowel buitenlandse culturen maar ook hooligans in het Westen bestudeert. Die diversiteit trok mij erg aan.

Tijdens de opleiding ging er een wereld voor mij open. Op de universiteit zag ik voor de eerste keer dat docenten openlijk twijfelden over wat nou precies de waarheid was. Dat vond ik een verademing. Het cultuurrelativisme van de antropologie – dat verschillende culturen gelijk zijn en goed in hun eigen recht – sprak mij erg aan. Maar tegelijk vind ik dat deze vorm van antropologie daarmee uiteindelijk tekortschiet: als menselijk handelen fundamenteel gelijkwaardig is, dan kan er geen politieke stelling genomen worden tegen bijvoorbeeld schending van mensenrechten.

Op dit moment ben ik geïnteresseerd in de politieke vraagstukken van het Antropoceen: het tijdperk waarin de mens een ecologische en geologische kracht is geworden. Landbouw speelt hierin een sleutelrol en ik onderzoek daarom een Polderlab nabij Leiden, waar telers experimenteren met nieuwe vormen van landbouw. Ik schrijf bijvoorbeeld over wat biodiversiteit in de landbouw precies betekent en over de politieke belangen die hiermee verweven zijn.

Hoe combineert u uw onderzoek met uw onderwijs? 

Bij mijn bachelor PPLE (Politics, Psychology, Law, and Economics) is veel ruimte om onderzoek in het onderwijs te verwerken. Zo geef ik een werkgroep ‘Mapping the Anthropocene’, waarbij studenten in Amsterdam onderzoek doen naar klimaatverandering op lokaal niveau. Vaak wordt er verondersteld dat de mens de touwtjes in handen heeft – “als we maar minder CO2 uitstoten” –, maar klimaatverandering en de verspreiding van soorten over de wereld tonen juist dat dat niet zo is. De rivierkreeft en de Japanse duizendknoop, bijvoorbeeld, zijn naar Nederland meegelift op menselijke infrastructuren, maar gaan compleet hun eigen (destructieve) gang in Amsterdam. Wij kunnen rechten geven aan de natuur all we want, maar de natuur dringt zich gewoon aan ons op, of we dat nou willen of niet.

Ik gebruik voor dit vak een nieuw boek van Anna Tsing en anderen, Field Guide to the Patchy Anthropocene, dat handvatten biedt om grotere processen in het Antropoceen in de praktijk te onderzoeken. Met behulp van dit boek en de website Feral Atlas (een aanrader!) experimenteren studenten met alternatieve methoden die niet vaak tot de wetenschap worden gerekend, zoals film, fotografie, poëzie en andere vormen van kunst. Ze verkennen hoe deze methoden in samenhang met traditionele kwalitatieve en kwantitatieve methoden betere kennis kunnen genereren. 

Een ander vak dat ik op het moment aan het ontwikkelen ben, gaat over de politieke belangen van het verhogen van de waterstand in landbouwgebied. Waterstandverhoging wordt gezien als een oplossing om bodemdaling en verzilting tegen te gaan en biodiverse landbouw mogelijk te maken, zonder gebruik van pesticiden. Echter: het verhogen van de waterstand is nog niet zo makkelijk, omdat de wind, zon, en aarde de beweging van water beïnvloedt, al helemaal op een groot oppervlak. Ook hier spelen grote politieke belangen – zoals iedereen met een huis op houten palen weet – die ik hoop samen met studenten in kaart te brengen.  

Welke auteurs/boeken schrijft u voor in uw colleges? En welke boeken zou u elke student, elke lezer aanraden?  

 Voor mijn vak Philosophy of the Social Sciences probeer ik een rijke schakering aan denkers op het programma te zetten, van de oude Grieken tot Al-Ghazali, van rechtse denkers zoals Ayn Rand tot feministen zoals Donna Haraway, en moderne filosofen zoals Bruno Latour en Annemarie Mol. Ik vind het belangrijk om als docent zo waardevrij en objectief mogelijk te zijn door verschillende denkers te bespreken, zodat studenten de ruimte en handvatten krijgen om dogmatisch denken te bevragen. De opvatting dat onderwijs een vorm van activisme moet zijn, vind ik een beperkte houding. Niemand heeft de waarheid in pacht, ook academici niet, en daarom zouden wetenschappers zichzelf constant en grondig moeten bevragen. Objectiviteit is geen staat van zijn, maar een streven dat procesmatig tot betere kennisvorming leidt.  

Een belangrijk boek, waarvan ik denk dat iedereen het gelezen moet hebben, is Reassembling the Social van Bruno Latour. Dit boek stuwt een paradigmatische verandering in de sociale wetenschappen volgens mij, omdat het een brug slaat tussen theorievorming – die soms losgezongen is van de werkelijkheid – en methodologische vraagstukken. De nadruk op methodologie vind ik essentieel, omdat deze de kern is van onze kennisproductie. Zoals Donna Haraway in haar beroemde artikel Situated Knowledges betoogt, is kennisvorming niet simpelweg het ontdekken van passieve en al bestaande feiten door middel van neutrale methoden; integendeel: onze methoden produceren en vormen onze kennis en daarom is het belangrijk om bewust te zijn van de aannames die ingebed zijn in onze technologie en wetenschap.

Een ander, meer recent boek dat ik iedereen kan aanbevelen is Eating in Theory, van Annemarie Mol, waarin zij een brug slaat tussen de sociale, geestes-, en natuurwetenschappen. Zij toont dat zoiets alledaags en normaals als menselijk eten, fundamenteel is om de relationele vervlechting van de mens met de rest van de wereld te begrijpen. Door theorievorming te verbinden met empirie en methodologie, ontwikkelt zij een geheel nieuwe wetenschapsbenadering, genaamd ‘empirische filosofie’, die ik ook probeer toe te passen in mijn eigen onderzoek naar het Antropoceen, en natuurlijk probeer te verwerken in mijn onderwijs.