Leesfragment: Honingeter

20 september 2022, door Tülin Erkan

Nu op de longlist van de Boekenbon Literatuurprijs 2022: Tülin Erkans debuutroman Honingeter. Lees bij ons de eerste pagina’s!

Sibel wacht in de luchthaven van Istanboel. Elke dag opnieuw mist ze haar vlucht naar Brussel. Een zieke piloot, een zonderlinge veiligheidsagent en een drugshond vergezellen haar op haar dwaaltocht. Binnen de muren van de luchthaven zoeken ze naar manieren om de zwarte gaten in hun geheugen op te vullen. Buiten woedt een sneeuwstorm.

Honingeter roept een verstilde sfeer op waarin moedertaal en vaderland elkaar overlappen tot het botst. Turkse folklore en klassieke mythologie versmelten tot een bevreemdend, surrealistisch kluwen. Iedereen is in transit.

Tülin Erkan (1988) groeide op in Oostende bij een Franstalige moeder en een Engelstalige grootmoeder. Haar zomers bracht ze door bij haar vader in Turkije. Wanneer mensen haar als half omschrijven, voelt ze zich vooral dubbel. In haar debuut Honingeter rijgt ze taal en herinnering virtuoos aan elkaar tot een gecondenseerd geheel.

 

Topos

Dit hier is een plaats waar mensen smelten als kaarsvet. Waar ze druipend wachten, ineenzakken op de eindeloze rij stoelen aan de terminals. Waar ze ogenblikkelijk stollen wanneer een intercomstem hun vluchtnummer afroept of de zoveelste vertraging aankondigt. Hier haperen de uren, geen mens weet hoelang.
Ze weten het niet maar door continu de pijlen te volgen, lopen ze in lussen. Van punt A naar punt C om punt B zelfs niet op te merken en weer bij A te belanden. Het hoofd een tikje naar boven gericht, de standaardpositie, zo zoeken ze in het ijle naar aanwijzingen, een eindpunt, een gate naar een bestemming. Mochten hun ogen toch naar beneden dwalen, dan staan er op strategische plekken mensen klaar die met een vaste, ingestudeerde choreografie de richting aangeven. Hun armen wiegen zachtjes naar links en naar rechts, gracieus als zwanenvleugels. Dit hier is een plaats waar verdwalen tot kunst verheven is.
Het luchtruim lijkt eindeloos maar deze plek is afgebakend als een groot labyrint. Alles stuwt de passagiers de juiste richting uit. Naar een vertrek of een aankomst, maar nergens tussenin. Op automatische piloot dolen ze rond. Vals slaperig want ze kunnen elk moment opgeschrikt worden door noodsignalen: Attention, Beware, Careful. Een abc dat onderhuids woekert. Om hun hebben en houden niet uit het oog te verliezen, er waakzaam op te zijn dat de liftdeuren sluiten, om schijnbaar achtergelaten trolleys te verdenken. De taal van de luchthaven is er een van angst. Zo goed gecamoufleerd dat ze volledig opgaat in een ruis van achtergrondmuziek en haperende bagagewielen.

 

Seismos

Ik droomde dat ik van een klif viel. Vederlicht, zonder angst, tuimelde ik neerwaarts. Nu lig ik hier met open ogen, mijn ademhaling rustig, maar onderhuids bonkt en sluimert de droom nog na. Waar ligt de grens tussen waken en slapen? Mijn tong rust zwaar in mijn mond en smaakt naar steen. Eerst hoor ik mezelf ademen, dan jou, voorzichtig snuffelend aan mijn arm. Je neus is nat en koud. Je ogen, zwart en fonkelend, kijken me ontzet aan, alsof je ook niet weet waarom je hier bent. Soms vertoon je verdacht veel emotie voor een dier.
Ik werp de dekens van me af en tuur naar de kier van de deur. In de gang is het nachtelijk stil en donker. Een man schuift rakelings langs de deuropening en flitst een streep licht binnen met zijn zaklamp. Het moet een van zijn collega’s zijn want Ömer wandelt trager, bedeesder, trekt de deur zachtjes dicht wanneer hij voorbijwandelt. Ondertussen heeft de hond haar spitse snuit tussen de kier van de deur gewrongen. Het dier houdt iemand in de gaten en spitst de oren tot schelpvormige kuipjes. Een mannenstem fluistert en gaat af en toe ongecontroleerd de hoogte in, zijn adem stokt. Het fluisteren wordt gevolgd door hoog en snerpend gefluit, als een zwerm gierzwaluwen bij schemeravond. Het feit dat beide mannen alweer in hun geheimzinnige taal spreken maakt me nog nieuwsgieriger. Ik sta recht en ga wijdbeens over de rug van de hond staan, mijn hoofd mee door de deuropening. Haar flanken zijn nog warm van de slaap en bij elke inademhaling dijen ze tegen me uit. Talmend verplaatst het dier haar lichaamsgewicht van de ene voorpoot naar de andere.
Aan het einde van de gang kijkt Ömer recht mijn richting uit. Gewoonlijk hangt er een serene neerslachtigheid over de man. Nu kijkt hij schichtig, fronst bedrukt de wenkbrauwen. Met zijn stoffen zakdoek strijkt hij langs zijn voorhoofd, houdt zijn hand stil bij zijn rechterslaap. Iets speelt Ömer en zijn collega parten. Nog een sneeuwstorm? Dit lijkt ernstiger. De hond duwt de deur verder open en loopt richting Ömer. Hij steekt de zakdoek opnieuw in zijn broekzak, spreidt zijn vingers en begint te schokken met beide handen, zijn armen breed langs zijn lichaam. Zijn collega draait zich naar me toe, spiegelt de bewegingen maar dan heviger. Zijn ogen zijn wijd opengesperd, zijn mond articuleert overmatig, hij probeert fluisterend te roepen. ‘Deprem’, hoor ik de collega zeggen. ‘Deprem.’ Hoewel ik het woord niet ken, weet ik wat het betekent. Een beving. Ze tekenen het allebei met hun handen.

‘En Wernicke,’ het komt er sneller uit dan ik zou willen, ‘waar is Wernicke?’ Ömers hoofd zakt naar beneden. In opperste concentratie staart hij naar zijn schoenen.

Mijn grote zus en ik zitten op hetzelfde moment kaarsrecht in bed. We ontwaren elkaar als nachtelijke schimmen, in een kamer die altijd even onbekend aanvoelt, onze bedden op enkele meters afstand van elkaar.
‘Had jij ook een enge droom?’ vraagt een van ons als eerste.
Aan de onderkant van de gesloten deur priemt licht uit de gang. Vader wandelt langs onze kamer. Gespannen houden we onze adem in.
‘Gaan we kijken?’
Mijn zus is een durfal en ik ben te moe om bang te zijn. Te moe van de vlucht hierheen, te moe van kinderlijk gemis, te moe van dit bed dat onbekend aanvoelt.
In de keuken brandt enkel het licht van de afzuigkap. Vader is yoghurtsoep aan het opwarmen, zomaar, in het midden van de nacht, en zegt geen woord. We krijgen een restje soep van de avond ervoor voorgeschoteld, de bovenste laag gespikkeld met sumak en gedroogde munt. We stellen geen vragen. Eten in stilte. Tot de bel gaat en vader de deur opent, zonder woorden de buurman begroet. Achter de buurman staat de gang vol mensen: boven- en onderburen, de bakker van twee straten verder, het buurjongetje dat altijd alleen op straat speelt en de slaap uit zijn ogen wrijft. Behalve de bakker ken ik niemands naam. De mensen in de gang fluisteren en lachen stilletjes, alsof er net iets heel spannends gebeurd is, dat toch akelig is. Mijn zus en ik stellen geen vragen, zeggen geen woord. We laten een huis achter waar het licht van de afzuigkap brandt en de soep koud wordt.
Buiten is de straat gevuld met mensen. Velen van hen dragen slapende kinderen. Iemand heeft een bevend hondje in zijn armen, een baby krijst, moeders sussen, op een krukje zit een grootmoeder gehuld in veelkleurige wollen dekens. We gaan zoals iedereen rondjes rijden omdat je in een auto veiliger bent voor naschokken dan in een appartementsgebouw dat kan instorten. Vanachter het stuur vertelt vader op stoïcijnse wijze wat er gebeurd is. Hij gebruikt daarvoor het minste aantal woorden en richt zich tot mijn zus, omdat zij ouder is en ik te klein ben om het te snappen. Toch luister ik aandachtig. Hij legt het niet goed uit, anders dan mama het zou doen. Wanneer ik door het autoraam kijk denk ik niet aan naschokken, noch aan grootmoeders, kinderen, honden die ergens onder de brokstukken liggen. Ik zie geen puin. Enkel lachende mensen in een veilig voertuig. We blijven rondjes rijden tot mijn zus en ik in slaap vallen. De volgende ochtend word ik wakker in haar bed en zij in het mijne. In de keuken brandt het licht van de afzuigkap nog steeds.

 

© 2021, Tülin Erkan en Pelckmans Uitgevers nv

Gerelateerde boeken

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks2