Leesfragment: De Joodsche Invalide

19 april 2023, door Hannah van Ende

20 april verschijnt Hannah van den Endes De Joodsche Invalide. Lees bij ons een fragment!

Een kleurrijk boek, geschreven door een veelgeprezen auteur, over de geschiedenis van een Joods verpleeghuis dat zijn tijd ver vooruit was en daarom nog altijd tot inspiratie kan dienen. Rebbe Meijer de Hond gaf in 1910 het startschot voor grootschalige liefdadigheid met zijn brochure Een Joodsch hart klopt aan uw deur. Hiermee vergaarde hij sympathie en geld voor een tehuis waar Joodse invaliden en ouden van dagen in vertrouwde sfeer hun dagen konden doorbrengen. In de jaren dertig kende ‘gansch Nederland’ de loterijen, kalenders, krantenadvertenties en radio-uitzendingen van De Joodsche Invalide. Nog voor men besef had van termen als ‘public relations’ en ‘crowdfunding’, paste De Joodsche Invalide die technieken al met verve in de praktijk toe. Het tehuis was decennialang ‘het troetelkind van Neerlands Jodendom’, ook tijdens de toenemende dreiging vanuit nazi-Duitsland in de jaren dertig. Mensen voelden zich veilig in de warme belangstelling van het hele Nederlandse volk. Tijdens de bezetting bleek echter op dramatische wijze dat die vermeende veiligheid niets meer was dan een illusie.

Hannah van den Ende studeerde geneeskunde en geschiedenis. Ze deed als promovendus aan de Universiteit Maastricht onderzoek naar Joodse artsen in de Tweede Wereldoorlog. Bij Boom verscheen van haar Vergeet niet dat je arts bent, dat vijf sterren kreeg in de Volkskrant.

 

Inleiding

Toen de Gemeentelijke Gezondheidsdienst Amsterdam in 2009 een nieuwe directeur kreeg, reageerde zijn moeder met: ‘Oh, dus je gaat bij de ji werken?’ Voor haar was het ggd-hoofdgebouw op de hoek Nieuwe Achtergracht-Weesperplein nog altijd de eens zo vermaarde ji, ofwel Joodsche Invalide. Dat dit Joodse verpleeghuis 66 jaar na zijn tragische einde in 1943 nog zo vers in het geheugen van deze Amsterdamse lag, is niet verwonderlijk als men zich realiseert hoeveel faam de instelling ooit genoot. In de jaren dertig van de twintigste eeuw kende ‘gansch’ Nederland de loterijen, kalenders, krantenadvertenties en radiopraatjes van de Joodsche Invalide.
Nog voordat men ook maar besef had van termen als ‘pr’ en ‘crowdfunding’, paste de ji ze namelijk al met verve in de praktijk toe. Met resultaat: men gaf gul en de instelling bleek in staat te kunnen groeien en floreren op louter liefdadigheidsgelden. Alleen al vanwege die prestatie, in een tijd zonder sociale media of internet, verdient de Joodsche Invalide de nodige eer. Maar ook omdat men er in het huis zelf moderne en unieke verpleegideeën op na hield, is de Joodsche Invalide van historisch belang. Het is dan ook hoog tijd voor een publicatie over dit opmerkelijke, Amsterdamse, Joodse, menselijke tehuis, een verpleeghuis dat zijn tijd in meerdere opzichten ver vooruit was en daarom nog altijd ter inspiratie kan dienen.

Tere zorg voor de geknakte mensch'. Foto Joods Museum Amsterdam. Collectie fotoarchief NIW
'Tere zorg voor de geknakte mensch'. Foto Joods Museum Amsterdam. Collectie fotoarchief niw

Geschiedschrijving

Hoewel over de Joodsche Invalide tot nu toe weinig gepubliceerd is, duikt het tehuis wel met enige regelmaat op in monografieën over vooroorlogs Joods Amsterdam. Joodse Amsterdammers als Meyer Sluyser en Siegfried van Praag, die met weemoed over het verdwenen Joodse leven in hun ‘Mokum Alef ’ – de eerste stad – verhaalden, noemden de ji, zij het zijdelings. Ook historici Jozeph en Dan Michman, Hartog Beem, Selma Leydesdorff en Isaac Lipschits vermeldden het verpleeghuis kort, evenals Hans Blom en Joël Cahen in hun beschrijving van vooroorlogs Joods Nederland. Uit deze werken kan, net als uit het bekende Memorboek van Max Gans, de sfeer waarin de Joodsche Invalide tot bloei kwam, worden geproefd: de sfeer van het Nederlandse Jodendom van voor 1940 en meer specifiek van de volksbuurt waarin de ji stond: de Jodenhoek rondom Waterlooplein en Weesperstraat.

Markt in de Jodenbuurt: ‘Drukke negotie’
Markt in de Jodenbuurt: ‘Drukke negotie’

De Jodenbreestraat, het hart van de Joodse buurt in Amsterdam
De Jodenbreestraat, het hart van de Joodse buurt in Amsterdam

De ‘sfeer waarin wij leefden’ zoals ervaringsdeskundige en historicus Max Gans zich herinnerde, was er een ‘van grote gemeenzaamheid’.3 Het streven was ‘rechtschaffen’ te leven, waardoor een gemeenschapsgevoel bestond dat, aldus Gans, niet afhing van financiële of sociaaleconomische positie. Siegfried van Praag ontwaarde hetzelfde fenomeen: ‘De Amsterdamse Jodenbuurt was de cultuurschatkamer van de Joodse buurten. Niet van de hoge cultuur! Niet van de geleerde, de artistieke, de cultuur van de goede smaak! Wel ten dele van de menselijke cultuur, van het instinct voor wat men doet en niet doet, de normen ontleend aan de Joodse Leer.’
Wat men in elk geval deed, ook al was men in deze buurt vaak zelf straatarm, was denken aan de medemens. En niet alleen denken, maar ook geven aan de medemens: liefdadigheid, ofwel ‘tsedaka’, was immers een religieuze plicht. Leydesdorffs proefschrift over het Amsterdams Joodse proletariaat droeg niet voor niets de titel Wij hebben als mens geleefd. Van deze medemenselijkheid, de sociale zorg, was de Joodsche Invalide het symbool, aldus Leydesdorff. Sociale zekerheid van overheidswege ontwikkelde zich weliswaar tijdens het interbellum, met de inwerkingtreding van de Ouderdomswet in 1919 en de Ziektewet van 1930, maar dit bood vaak nog onvoldoende verlichting. Velen bleven afhankelijk van liefdadigheid: ‘In de Jodenbuurt speelt zich een ongegeneerde, drukke negotie af. Het is er altijd een beetje markt. Er moeten spelende kinderen tussen de karren van de rijweg en de voetgangers van het trottoir door scharrelen. Er lopen straattypen rond of ze bedelen, “sjnorren”, of niet.’
De grootste sjnorrer, ofwel bedelaar, van alles en iedereen was de Joodsche Invalide, zo schreef historica Karin Hofmeester. Initiatiefnemer Rebbe Meijer de Hond had in 1911 het startschot gegeven voor grootschalige liefdadigheid, met zijn brochure Een Joodsch hart klopt aan uw deur. Hiermee vergaarde hij sympathie en geld voor een Joods huis voor invaliden en ouden van dagen, waar zij in vertrouwde Joodse sfeer hun dagen zouden kunnen doorbrengen. In de daaropvolgende jaren waren het dagelijkse oproepjes in de krant om geld te storten, collectebusjes die door de ji wijd verspreid werden en andere propagandamiddelen die een beroep deden op het sociale gevoel van velen. En met succes: ‘Zelfs in de crisisjaren bleef het geld naar de Joodsche Invalide stromen.’ De groei en bloei van de instelling die daarvan het gevolg was, leidde dan ook tot door alle genoemde historici erkende faam: ‘De naam “De Joodsche Invalide” werd een begrip in heel Nederland, niet alleen in Joodse kringen.

Amsterdams volksleven in de Jodenhoek
Amsterdams volksleven in de Jodenhoek

Des te opvallender is het daarom dat alleen Rena Fuks-Mansfeld een apart boek heeft gepubliceerd over de Joodsche Invalide. Het betreft het gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de vereniging De Joodsche Invalide in 1961. Het geeft een beknopt overzicht van de roerige beginjaren van de vereniging na de stichting in 1911, de groei en de verhuizingen tot aan het moderne pand aan het Weesperplein, de brute verstoring tijdens de Duitse bezetting en de pogingen om in veel kleinschaliger verband en op een andere locatie na de oorlog nog een vorm te vinden om de Vereniging haar werk te laten voortzetten. Fuks-Mansfeld begon haar boek met de verontschuldiging dat zij haar onderzoek noodgedwongen had gebaseerd op publicaties uit de (Joodse) pers. Immers, primaire bronnen, namelijk het vooroorlogse archief van de Joodsche Invalide, waren volgens de auteur goeddeels door de nazibeulen vernietigd. Fuks-Mansfeld had wel nog enkele mensen kunnen interviewen over hun herinneringen aan de Joodsche Invalide en aldus toch een manier gevonden om het ‘licht der herinnering’ te ontsteken.

‘Dat lappie duurt een eeuwigheid’
‘Dat lappie duurt een eeuwigheid’

Isaäc Gans (1890-1938)
Isaäc Gans (1890-1938)

Omdat het licht der herinnering aan de ji vandaag de dag nog slechts een vaag schijnsel is, zijn er de laatste tijd enkele activiteiten ontplooid om meer licht op deze bijzondere geschiedenis te laten schijnen. Zo is in de voormalige Joodsche Invalide, het huidige ggd-gebouw, op 4 mei 2013 in het kader van Open Joodse Huizen een bijeenkomst gehouden. Vervolgens is hier een kleine tentoonstelling over de ji ingericht. Een cruciale rol speelde hierbij de tot op heden nog onaangeroerde collectie van ji-documenten en -objecten in het privébezit van zilversmid en antiquair Wiet (Louis Benjamin) Gans, de kleinzoon van de man die hèt gezicht was van de Joodsche Invalide: Isaäc Gans.

[…]

 

© 2023 Hannah van den Ende
© 2023 Boom uitgevers Amsterdam

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks3