Leesfragment: Het objectief

13 oktober 2023, door Martien van Agtmaal

Nu in onze boekhandels, en 20 oktober bij een signeersessie bij Boekhandel het Martyrium: Martien van Agtmaals romandebuut Het objectief. Update 27 mei: Het objectief is genomineerd voor de Anton Wachterprijs 2024. Lees een fragment en koop dat boek!

Er is code rood afgekondigd: de laatste dag van februari zal stervenskoud worden. Toch wordt een grote stad overspoeld door toeristen met Peruaanse mutsen en lieden op deelstepjes die op weg zijn naar wat het grootste feest van het jaar belooft te zullen zijn. Het objectief beschrijft vierentwintig uur uit het leven van vier dolende dertigers: Alexia, vertaalster van weerbarstige poëzie, David, een gefnuikte fotograaf op zoek naar de grote liefde, en zijn vrienden Brecht en Reaux. Als ijsschotsen botsen hun levens die ene dag tegen elkaar, terwijl zijzelf laveren tussen idealen en cynisme, tijdelijke woningen en toekomstloze baantjes, een hotpotrestaurant en een betonnen imitatiekerk, tegen de achtergrond van een stad die allang niet meer van hen is.



 

1

Ze genoot ervan wanneer David haar naam achter elkaar uitsprak. Evelyn Evelyn Evelyn.
De lage tonen van zijn stem, vooral waar de opzettelijk lang aangehouden eerste e afremde op het wrijven van de v, voelde ze ongetwijfeld in haar lichaam. Net als de vorige keer moest hij uitkijken dat het niet te snel voorbijging. De spanning rustig opbouwen, versnelling en vertraging afwisselen, vertrouwd maar onvoorspelbaar blijven.
David deed dus rustig aan, vertraagde. De kunst was om een lager tempo aan te houden zonder door te laten schemeren wanneer de versnelling weer ingezet zou worden. Het momentum moest in stand gehouden worden, dat absoluut, maar het moest een instabiel momentum zijn, dat had iets gevaarlijks, of nee, het was eerder organisch, als de kam van een golf die aan kwam rollen in zee. Dat was ook geen voorspelbare rechte lijn, al wist iedereen waar die golf ongeveer heen ging, hoe die zou eindigen. Een golf was een verkenner, een voorproever, een tong van de zee. De sterkste spier van het menselijk lichaam, de tong; dat beweerden veel mensen, maar David geloofde het niet. Hij dacht ook niet dat het maar één spier was. Eerder een hele verzameling samenwerkende kleine spieren, die de ingewikkeldste bewegingen mogelijk maakten.
Evelyn Evelyn.
Nu kon het niet lang meer duren. Het einde, dat hij weer zo lang mogelijk zou rekken, was in zicht. Ze leek al signalen te geven die die richting uit gingen. Toch?
Ze was geen type dat aanwijzingen gaf. Hij verstond haar slecht, uiteraard, maar dat gaf niet, ze gingen de goede kant op, steeds sneller.
De geur was anders dan verwacht, dat wel. Wat was het, zoeter – of zouter juist, dat lag voor de hand misschien. Hij verschilde in elk geval van de vorige keer. Dat moest al een jaar geleden zijn, of nee, ze fietsten nog bij daglicht naar haar huis. Lente dan, een maand of acht geleden. Hij kon zich niet meer precies voor de geest halen hoe ze toen rook. Neutraler. Misschien naar niets. Of naar geurloze zeep – de geur van geurloze zeep was vast ergens gepatenteerd. Geur gedroeg zich ongeveer als geluid: hij was er altijd, hoe minimaal ook. Zelfs in het luchtledige, waar geen geluid was, was geur: buskruit, remblokken, smederij. Hoe konden astronauten dit weten zonder hun helm af te zetten? Ze moest hem wel erg vertrouwen, dat ze zich zo durfde te laten kennen, op deze manier. Had ze het gepland? Hij wist hoe dat werkte, elke man had zich dat eens laten vertellen, was het niet bij biologie op school, dan wel in de praktijk: tot aan het einde van de nacht samen gedanst, de tl-verlichting knalde aan, met z’n tweeën naar huis, je trok je shirt uit en constateerde de onmiskenbare geur van mannenzweet, je eigen lijflucht, die je nooit van jezelf rook behalve op momenten als deze, en na een verontschuldigende opmerking over je stinkshirt zei zij dat mensen elkaar juist uitkozen om hun geur, en dat zij aansloeg op je feromonen als een afgerichte jachthond. Ja, zo was het: Evelyn probeerde hem op dat onderbewuste niveau te verleiden met haar geur, haar echte, hoogstpersoonlijke lichaamsgeur.

Bij het verschijnen van haar naam op zijn telefoon had zijn lichaam onmiddellijk gereageerd. Een nerveuze gloed ontstak ergens achter zijn ogen en daalde via zijn borstkas naar zijn maag, die het centrum werd van een naderende voorjaarsstorm, bloesems voortjagend tot in de toppen van zijn vingers.
Hoe het met hem ging, lang niet gezien. Haha, jaja, alsof ze wilde weten hoe het met hem ging, nu ja, een beetje misschien, maar ze wisten allebei waar dit heen ging, en hij bleef wel appen, hoor, kommaardoor, ze tilden dit naar een hoger plan, hoe ver wilde ze gaan, laat eens zien dan, tot hij, zoals in die goede oude tijd, nog een foto kreeg ook. Was dit nu? had hij gevraagd, waarop ze er direct nog een stuurde, eentje waarop ze in een andere houding zat, iets meer voorovergebogen. Hop, tanden gepoetst, zonder te bloeden geflost, roze, alcoholhoudend mondwater om het af te maken. Fietsen. Niet te hard, niet zwetend. Hij dacht aan haar enthousiasme van de vorige keer, haar gespeelde, lachende verontwaardiging na afloop, het voorzichtige opstaan om een handdoek te zoeken.

Als ze iets anders wilde, merkte hij het vanzelf.
Dit was wat ze de vorige keer ook fijn vond. Dat was te merken aan niks, precies daaraan: aan het uitblijven van een reactie. Ze zeiden niks, ze voelden. Net zomin als ze hem aanwijzingen zou geven, zou ze hem laten weten dat ze het fijn vond, dat ze ertegenaan zat, dat het zover was. Had ze de verwarming niet aanstaan? Hij voelde een koude luchtstroom langs zijn voeten.

Evelyn was iets jonger dan hij en had de leeftijd waarop een serieuze vrouw stappen wilde zetten. Een relatie, al zou ze liever haar tong afbijten dan dat te zeggen. Uitkijken geblazen dus. Als ze verliefd werd, of beweerde te zijn, was het uit met de pret, dan mocht hij zich weer in allerlei bochten gaan wringen om uit te leggen dat fysieke aantrekkingskracht niet het belangrijkste voor hem was, dat gelijkwaardigheid het eerste en laatste principe moest zijn, en dat hij er continu van overtuigd was geweest dat ze er hetzelfde in stonden. Zonder haar het gevoel te geven gefaald te hebben – of hooguit heel even, want hij stond niet toe dat er een schuldige van hem gemaakt werd om iets waar ze allebei bij waren, en waarbij ze stapje voor stapje steeds iets verder gegaan waren, zonder beloftes of eisen.
Eerste tactiek die de verwachtingen moest temperen: niet te snel reageren op haar berichten. Uiteraard ook niet te laat, dan ben je af. Sommige vrouwen werden witheet van woede of onmogelijk achterdochtig als je niet binnen een halfuur reageerde – wat voor iemand die workshops gaf sowieso onmogelijk was – en dan wist je dus al genoeg.
Alert zijn op emoties was een goede tweede tactiek. Emoties verraden verwachtingen, en verwachtingen zitten geluk in de weg.
Op de fiets had David gedacht aan wat hij van haar verwachtte, en al snel zag hij haar voor zich met kleine zweetdruppeltjes tussen de doorzichtige haartjes op haar rug, de zomerse geur van een vrouw die veel sportte en onmerkbaar zweette. Evelyn had misschien niet het mooiste gezicht met die aanwezige oren en voortanden waar een klein insect tussendoor kon vliegen, maar enthousiast was ze wel.

De huizen in haar straat gingen schuil achter met doeken afgeschermde bouwsteigers, waardoor David kort getwijfeld had toen hij de straat in fietste.
Toen hij bij haar aan wilde bellen, bleek de voordeur al op een kier te staan. De portiekwoning leek zich op eenhoog te bevinden, maar omdat de verdieping onder haar uit garages bestond die voor de helft onder grondniveau lagen, zou je zonder problemen uit het raam kunnen springen en hooguit je enkel verzwikken – hoewel Evelyn hem eens verteld had dat een vriendin die in een overdreven jolige bui het raam uit sprong direct haar enkel brak.
Alles in dit door parkjes afgeschermde deel van de wijk was bijna tachtig jaar oud, al voelde het niet zo. De rijtjeshuizen van beton, staal en glas waren gebouwd als starterswoningen voor babyboomers, die toen nog niet konden weten hoe snel ze, eenmaal financieel comfortabel, deze piepkleine woningen aan de periferie moesten verlaten. Inmiddels lag de wijk al lang niet meer aan de rand van de stad, maar was ze opgeslokt door hogere, bredere nieuwbouw, en niet meer voornamelijk bevolkt door de laaggeschoolde arbeiders die hier na de babyboomers kwamen wonen, maar zo goed als helemaal overgenomen door goed verdienende alleenstaanden en hoogopgeleide stellen, maximaal één kind, liever geen auto – tenzij het werk onbereikbaar werd, wat aan alle bezette parkeerplaatsen te zien het geval moest zijn.
En ook hier werd gebouwd. Overal in de stad werden woonblokken verhoogd met minstens vier verdiepingen, soms zelfs acht, die op een vrij subtiele manier niet óp maar óver de bestaande woningen gebouwd werden. Als het moet, dan kan het, en het moet, had de burgemeester tien jaar geleden gezegd, vlak voor zijn dood. Sindsdien was het zwenken van oude hijskranen door de hele stad te horen geweest; het geluid van een leefbare toekomst bleek een eindeloos metalig schreeuwen.

[…]

 

© Copyright 2023 Martien van Agtmaal, Amsterdam

Gerelateerde boeken

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks3