Leesfragment: Creation Lake

15 augustus 2024, door Rachel Kushner

Vandaag verschijnt de nieuwe roman van Rachel Kushner na zes jaar, Creation Lake, vertaald door Lidwien Biekmann en nu al op de longlist van de Booker Prize! Lees een fragment en bestel je boek.

Sadie Smith is een gewetenloze Amerikaanse geheim agent. Haar werk is illegaal, haar relaties zijn immoreel en haar opdrachtgevers vage figuren die gebaat zijn bij onrust. Op haar missie in Frankrijk moet Sadie een groep klimaatactivisten tot een opstand aanzetten. Terwijl ze meedraait in de dagelijkse routine van hun commune raakt ze in de ban van Bruno Lacombe, de geestelijk leider. Bruno is een door de wol geverfde anarchist, een selfmade filosoof die nachtelijke epistels de ether in slingert en een terugkeer naar prehistorische leefgewoonten bepleit. De dag van de opstand nadert. Sadie dreigt haar grip op de activisten te verliezen. En ineens willen haar opdrachtgevers nog meer.



 

I
De genoegens van de afzondering

[...]

Omdat Bruno Lacombe in de instructies die ik had gekregen de leraar en mentor van Pascal Balmy en Le Moulin werd genoemd, ging ik in zijn e-mails op zoek naar aanwijzingen over wat Pascal en zijn groep hadden gedaan en wat ze nog van plan waren. Een halfjaar geleden waren er grondverzetmachines gesaboteerd op het terrein van een enorm industrieel reservoir dat werd aangelegd in de buurt van het dorp Tayssac, niet ver van Le Moulin. Vijf immense graafmachines, die honderdduizenden euro per stuk kostten, waren in het holst van de nacht in brand gestoken. Pascal en zijn groep werden verdacht, maar tot nu toe was er geen bewijs.
De e-mails aan Pascal gingen over allerlei zaken, maar ik was niets bezwarends tegengekomen, behalve Bruno’s verklaring dat water uit ondergrondse spelonken, meren en rivieren niet in industriële reservoirs thuishoort. Bruno betreurde dat de staat het een goed idee vond om dat water over te hevelen naar enorme met plastic beklede ‘megabassins’ waar het gelekte gifstoffen zou absorberen en in de zon zou verdampen. Dat was een tragische vergissing, zei hij, met een vernietigende uitwerking die misschien alleen kon worden begrepen door iemand die veel tijd ondergronds had doorgebracht. Water, zei Bruno, zát al opgeslagen, in de ingenieuze filter- en opslagfaciliteit in de aarde.
Ik wist dat Bruno Lacombe anti-civilisatie was, een ‘anti-civver’ in het activistische jargon. En dat het landelijke zuidwestelijke departement Guyenne – en deze afgelegen uithoek ervan waarin ik net was aangekomen – bekendstond om zijn grotten met sporen van de vroege mens. Maar ik had aangenomen dat Bruno een adviserende rol had bij Pascals plannen om de industriële overheidsprojecten hier tegen te werken. Het was niet in me opgekomen dat deze mentor van Pascal een fanatiek aanhanger was van een mislukte soort.
We kunnen het er allemaal over eens zijn, zei Bruno, dat het de homo sapiens was die de mensheid de snelweg heeft gewezen naar landbouw, geld en nijverheid. Maar het mysterie van wat er is gebeurd met de Neanderthaler en zijn bescheidener bestaan blijft onopgehelderd. Mensen en Neanderthalers hebben misschien wel ruim tienduizend jaar naast elkaar bestaan, schreef Bruno, maar men wist nog steeds niet of en hoe deze twee soorten met elkaar omgingen. Of ze bijvoorbeeld van elkaars bestaan wisten maar zich niet met elkaar bemoeiden. Of dat Europa in de periode waarin ze leefden zo dunbevolkt was dat ze door de ruige en onbegaanbare bossen, bergen, rivieren en sneeuw niet van elkaars bestaan op de hoogte waren. Aan de andere kant, zei Bruno, hadden genetici vastgesteld dat ze contact hadden en nakomelingen verwekten – een duidelijke indicatie dat ze wisten dat de anderen ‘bestonden’. Waren dat liefdesverbintenissen? Of verkrachtingen, oorlogsbuit? Dat zullen we nooit weten, zei Bruno.
Aanvankelijk vroeg ik me af of hij die e-mails over de Neanderthalers had geschreven als practical joke voor mensen die zich toegang tot zijn account hadden verschaft, om ze af te leiden van zijn echte correspondentie met Pascal en de Moulinards. Hij schreef over allerlei zaken, maar nooit over sabotage, en hij kwam steeds weer terug op de Neanderthalers – een soort die het, laten we eerlijk zijn, niet heeft kunnen bolwerken, anders zouden ze nog steeds bestaan, en dat is niet het geval. Ze zijn duizenden jaren geleden verdwenen, niemand leek te weten waarom, en er had zich nooit een Neanderthaler gemeld om dat uit te leggen.
Bruno verzette zich tegen de veronderstelling dat de homo sapiens gewoon slimmer was, sterker, onvermoeibaarder, zich beter kon aanpassen dan de Neanderthaler. Door zijn verhandeling over die twee soorten als concurrenten, zag ik ze niet langer voor me in het diorama, maar in een Ultiem Bokskampioenschap, met de homo sapiens als de bokser die schittert in de ring en de overwinning behaalt, ofwel in etappes ofwel in één keer.
Het is verleidelijk om je de Neanderthaler voor te stellen, zei Bruno, als een zwakke tegenstander die door de homo sapiens werd ingemaakt (het leek wel of hij toegang had tot mijn beeld van de twee soorten tijdens hun confrontatie op de avond van de bokswedstrijd), maar dat was een goedkope verklaring van het mysterie, zei hij.
Als er al strijd tussen hen werd gevoerd, dan was dat een zachte strijd, een concurrentiestrijd om bestaansmiddelen, langzaam en meedogenloos. De Neanderthalers waren bedreven jagers, maar door de opwarming van Europa veranderden de prestatie-eisen. Het ijs verdween en dat vroeg om een ander soort lichaam, lichter, gebouwd op uithoudingsvermogen; het vroeg om nieuwe jachtmethodes, in grote, samenwerkende groepen, en ook om andere wapens en gereedschappen. Terwijl de Neanderthaler dapper zijn leven waagde met slag- en steeksperen voor de korte afstand, koos de homo sapiens voor werpsperen voor de lange afstand. Van veraf doden was minder heldhaftig. Het was doden zonder innige overgave aan levensgevaar, zonder aanvaarding van bloederigheid, zoals bij het wapen van de Thaler. En toch, zei Bruno, was een door de lucht geworpen speer – een veel klinischer benadering van de jacht op wild – beslist de betere methode. Een ander voordeel bood de lichtere bouw van de homo sapiens, waardoor hij minder voedsel nodig had. En hij – of liever gezegd zij – vermenigvuldigde zich vaker. Niet heel veel vaker. Er werd vermoed dat de vrouwelijke homo sapiens net iets meer nakomelingen kreeg dan de vrouwelijke Thaler. Maar op de lange termijn, na duizenden jaren, zou dat tot enorme populatieverschillen leiden.
En toch dragen veel mensen sporen van de Neanderthaler in zich, zei hij. Twee procent, vier procent, dat bewijs van prehistorische afkomst was verbluffend aangezien de Neanderthaler veertigduizend jaar geen actieve bijdrage heeft kunnen leveren aan de genenvoorraad. Het is alsof onze chromosomen zich aan dat oude aandeel vastklampen, zei hij, alsof het een kostbaar aandenken is, een erfstuk, het overblijfsel van iemand diep in ons binnenste die onze wereld nog kent van voor de ondergang, van voordat de mensheid verviel tot een wrede, tirannieke klassenmaatschappij.
Sommigen zullen zeggen: ‘Twee procent Thaler, vier procent Thaler, nou en, da’s niet veel, een afrondingsfout. Er blijft nog een kolossaal stuk van achtennegentig procent sapiens over.’
Inderdaad, schreef Bruno. Laten we dat meerderheidsaandeel eens bekijken. Laten we niet ontkennen dat we zijn bezet door de homo sapiens, en dat we, of we het nu leuk vinden of niet, zelf sapiens zijn, een figuur die, daar zijn we het over eens, in crisis verkeert. Iemand die met een doodswens achter het stuur zit.
H. sapiens heeft hulp nodig. Maar hij wil geen hulp.
We hebben een lange twintigste eeuw doorstaan vol nederlagen, mislukkingen en contrarevoluties. Nu, na ruim een decennium in de eenentwintigste, wordt het tijd om ons bewustzijn te hervormen, aldus Bruno. Niet door ismes. Niet met dogma’s. Maar door de hoogst mystieke geheimen op te roepen waar we ons voor hebben afgesloten: die van ons verleden.
Een psychoanalyticus kijkt naar aanwijzingen van repressie, naar wat een patiënt verborgen houdt voor anderen, en, belangrijker, voor zichzelf. De sterkste repressie is het verhaal over wie er eerder waren, voordat wij kwamen, lang voor het geschreven woord. We moeten achterhalen wat die vroegere levens voor ons kunnen betekenen, en voor onze toekomst.
Nee, ik ben geen primitivist, zei Bruno, alsof hij snel reageerde op een beschuldiging.
Ik kijk vooruit, zei hij, en elke bespreking van de prehistorie staat alleen in het perspectief van wat komen gaat.
Kijk omhoog, beval hij Pascal Balmy en de groep in die e-mail.
Het dak van de wereld is open.
Laten we sterren tellen en leven in hun stralende blik.
Dat wil zeggen, het verre verleden van die sterren, dat wil zeggen, onze toekomst, helder als Polaris.

 

© 2024 Rachel Kushner
© 2024 Nederlandse vertaling Lidwien Biekmann

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks3