Leesfragment: Dagen als vreemde symptomen

25 september 2024, door Leonieke Baerwaldt

26 september verschijnt de nieuwe roman van Leonieke Baerwaldt: Dagen als vreemde symptomen! Wij publiceren voor. Lees een fragment bij Papieren Helden, lees een fragment bij ons en bestel alvast je boek!

Sisyphus doolt door de hel met een lege rolstoel en weet niet precies wat ze daar te zoeken heeft, behalve dat ze haar dochter, die meervoudig beperkt is, moet ophalen uit het dagcentrum. Een missie die telkens mislukt, waarna ze teleurgesteld terugkeert naar de aftandse benedenwoning van een zonderling appartementencomplex. Wanneer haar hospita schijnbaar uit het niets een praatje met haar aanknoopt, begint ze zich plotseling dingen te herinneren.

Dagen als vreemde symptomen is een gevecht tegen de verveling, een zoektocht naar de grenzen van het moederschap, van hoop en radeloosheid, van leven en dood.



 

Wolken hangen kwikzilverspiegelend boven de stad. De lucht is drukkend, alsof het gaat stormen, maar Sisyphus heeft nog geen druppel zien vallen sinds ze hier terechtkwam. De kans dat het weer omslaat is verwaarloosbaar klein. Toch voelen die dreigende dondertunnels als een voorbode van iets. En dat irriteert haar.

Ze spuugt naast zich op de stoeptegels, duwt de lege rolstoel verder, onmiskenbare teleurstelling in het vizier. De alternatieven, heeft ze aan den lijve ondervonden, zijn nog stompzinniger.

Natuurlijk was opgeven een van de dingen die ze als eerste deed. Maar dat bleek moeilijker dan Sisyphus voor ogen had. Een val, een sprong, ze heeft het meer dan eens gedaan. Telkens werd ze wakker in dezelfde geestdodende omstandigheden.

Er was een periode waarin ze de lege rolstoel domweg liet staan.

Er was een periode waarin ze toegaf aan haar gulzigheid, alleen maar at. Niks speciaals, voer van hier, ingeblikt en bremzout gepekeld. Ze vertikte het te stoppen. Huid die oprekte tot hij bijna openbarstte als bij een overrijpe vrucht. Lichaam dat onmenselijke proporties aannam. Putten en kraters van vet, woekerende cellen, aderverstopping, leverpijn, hartkleplekkage. Ontwaken na het zoveelste infarct en meteen weer de mond volproppen. Maar kapot ging ze niet.

Er was een periode waarin ze zich afreageerde op anderen. Knarskiezend overeind bleef tegenover wie er maar met haar wilde vechten. Briesende neusgaten en dampende schouderpartijen, het kon haar niet angstaanjagend genoeg zijn. Sisyphus vocht om te vergeten, genoot van de adrenaline die door haar lijf gierde, de woede die loskwam tijdens het slaan, de kracht die zich concentreerde in haar opwaartse hoek. Tot ze ook aan die woede geen enkele lol meer beleefde.

Er was een periode waarin ze alleen nog maar boeken herlas.

Er was een periode waarin ze dacht: ik doe helemaal niks meer.

 

De laatste keer dat iemand Sisyphus kwam controleren lijkt eeuwen geleden. Al valt moeilijk vast te stellen hoe de tijd zich gedraagt in deze contreien.

Haar motieven zijn gehuld in onwetendheid.

En hoop is nu een mantra.

Ze heeft haar taak dus maar gewoon weer opgepakt, duwt de lege rolstoel continu opnieuw naar het dagcentrum. Want blijkbaar is dat de bedoeling.

 

Sisyphus heeft de sensatie dat alles om haar heen langzamer beweegt dan zijzelf. Dat er sporen zijn die niet gelijklopen in deze liminale ruimte. Onmogelijk om uit te vogelen hoe en wanneer deze marteling ten einde komt. Het is trouwens niet ondenkbaar dat ze haar gewoon vergeten zijn in dit verlaten pretpark.

Maar wat als?

Misschien?

Of toch?

 

Ze gaat via de winkelstraat.

Het is de meest logische manier om bij het dagcentrum te komen.

Ze koopt een brood. Dwangmatige handeling.

Omdat het elke dag.

Omdat.

Het.

Elke.

Nee. Omdat het díé dag zo ging.

Dat vermoedt ze tenminste. Echt zeker is ze er niet van.

Wat mag het zijn, vraagt de bakker.

Wie heeft hij in vredesnaam zo kwaad gemaakt dat hij hier broden staat te bakken? Of doet hij dit speciaal voor haar?

De handelingen herhaalt ze op de automatische piloot.

Een halfje volkoren, zegt Sisyphus.

De bakker zegt: ik zou dat ding niet zomaar onbewaakt buiten laten staan. Straks wordt-ie nog gestolen.

Als dat nou eens het geval was, denkt ze.

Er loopt een boel schorem rond in deze buurt, geteisem, rapaille. De bakker overhandigt haar een zak. Vroeger was dat wel anders.

Het brood voelt oud, voelt prehistorisch.

De verlichting wordt nu net een beetje feller. Uitsloverij of haperende simulatie? Ze kent het script inmiddels. Overdreven dramatiek die je kunt verwachten van een plek als deze. Maar het woord ‘vroeger’ mist toch nooit volledig zijn uitwerking.

Sisyphus blijft even staan, staart naar haar eigen, zwarte schaduw voor ze de deur opentrekt.

Tot ziens, zegt ze.

Tot ziens, zegt de bakker.

De tonen die op haar worden afgevuurd: ti-du.

Steeds. Hetzelfde.

 

Dan bevindt ze zich weer alleen in de eindeloze, grauwe namiddag. Een aantal etalages zijn gebarricadeerd met houten panelen. Op andere zit raamfolie geplakt.

Sisyphus herinnert zich een flits, een retroversie van iets. Ritselende regenkleding. De geur van frituur. Een schoenmaker waar ze haar laarzen liet verzolen, zijn nagelriemen zwart van het smeer. Dat hij ‘hoe gaat het’ zei op een manier die haar de behoefte gaf om eerlijk te zijn.

Ze kijkt naar haar voeten.

Het woord ‘vroeger’ brokkelt langzaam af.

 

Sisyphus stelt zich voor hoe iemand tegen haar zegt: De werkelijkheid is een uitgangspunt waarop je kunt vertrouwen. En daarna stelt ze zich voor dat ze dit ook echt gelóóft.

Ooit kon ze verdwijnen in het ritme van haar eigen ademhaling. Vier seconden in, vier seconden uit, vier seconden vasthouden. Dan hoefde ze alleen nog maar te wachten tot ze ermee samenviel en de beklemming wegebde.

Maar hoe waardevol is ademhaling als je onsterfelijk blijkt te zijn?

En heeft ritme nog betekenis wanneer de tijd rafelt?

 

Dichtbij, dichterbij. Nog iets dichterbij. Hup, hup, Sisyphus, het moment van de waarheid. Ze duwt de rolstoel tegen de helling op, de schuifdeuren gaan open. Vertrouwde geur van volle luiers, van mandarijnenschillen.

En dan: een receptie.

En daarachter: onmetelijke, woestijnachtige leegte.

Ze kan het niet laten, drukt tegen beter weten in op de bel.

Hoop is nu een roestvrijstalen geluid.

[…]

 

Copyright © 2024 Leonieke Baerwaldt

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks2