Nu in onze boekhandels: Sunil Amriths wereldgeschiedenis De brandende aarde. Hoe de mens de aarde veranderde (The Burning Earth: A History), vertaald door Gitte Postel en Rob van der Veer. Lees nu bij ons een fragment en koop dat boek!
Door grote uitvindingen in en innovatie van de landbouw is de productie van voedsel gigantisch gegroeid. Razendsnelle ontwikkelingen hebben ervoor gezorgd dat de levensverwachting van miljarden mensen binnen een tijdsbestek van enkele decennia overal ter wereld sterk is toegenomen. Tegelijkertijd heeft technologische vooruitgang eraan bijgedragen dat de mens zowél zijn medemens als de aarde uitbuit.
In De brandende aarde brengt historicus Sunil Amrith de geschiedenissen samen van klimaat en imperialisme, van genocide en ecocide en van menselijke vrijheid en de prijs die de aarde daarvoor betaalt. Zijn benadering biedt een nieuwe manier om te begrijpen hoe de mens de aarde hervormt inclusief zichzelf. En hij verklaart hoe door milieuschade grootschalige migratiebewegingen zijn ontstaan.
In zijn magistraal geschreven De brandende aarde herinterpreteert Amrith een geschiedenis die tot voor kort enkel werd bezien vanuit een Euro- en antropocentrisch perspectief.
proloog
Hoop op ontsnapping
Ik had een heel stadse jeugd, in een verticaal groeiende Aziatische metropool. In mijn herinneringen zie ik havenlampen en donkere bioscopen en overdekte winkelcentra met airconditioning. Ik had weinig aandacht voor de natuur, hoewel die ongemerkt mijn leven binnensloop. Nog steeds hou ik van het soort neerslag waar ik destijds van onder de indruk was: regen die zich plotseling aandient en als een gordijn neerklettert uit een massa inktzwarte middagwolken.
‘Ik geloof dat je perceptie van de verhouding tussen mens en natuur wordt bepaald door de tijd waarin je bent geboren,’ schreef Annie Proulx. De mijne werd gevormd door een gebrek aan contact. Ik groeide op in Singapore, een eilandstad waar men net zo hard zijn best deed om de natuur voor menselijke doeleinden te herscheppen als overal elders. Sinds de jaren zestig is het landoppervlak van Singapore met vijfentwintig procent toegenomen. De ingenieurs hebben land uit het water tevoorschijn getoverd – door zand te storten dat ze uit rivierbeddingen hadden gebaggerd, door het te laten rusten op pilaren die in de zeebodem waren geboord, en er vervolgens snelwegen en parken en wooncomplexen en het beste vliegveld ter wereld van te boetseren. Zelfs het klimaat werd gekneed naar de wensen van de natie. Lee Kuan Yew, de eerste en langstzittende premier van Singapore, memoreerde in 2009 in een interview dat ‘airconditioning voor ons een zeer belangrijke uitvinding [is], misschien wel de meest belangwekkende uitvinding uit de geschiedenis’. Lee geloofde dat het klimaat je lot bepaalde. Airconditioning heeft ‘de beschaving diepgaand veranderd,’ zei hij, ‘door in de tropen ontwikkeling mogelijk te maken’.
Toen ik jong was, was ik me bewust van het begrip ‘duurzaamheid’, dat in de jaren tachtig gemeengoed werd. De studie geschiedenis trok me vanwege de in mijn ogen urgentere strijd voor politieke en sociale vrijheid die ik in de laatste twee decennia van de twintigste eeuw op steeds meer plekken om me heen zag ontstaan.
De eerste keer dat de natuur raakte aan wat ik aan het schrijven was, diende zij zich via het archief ongevraagd aan. Te midden van bloederige verhalen van lijkschouwers in Maleisische rechtbankverslagen stuitte ik op gedetailleerde beschrijvingen van de keurige rijen rubberbomen die eind 1800 op plantages beschutting boden aan graven van Indiase migrantenarbeiders. Toen ik door het binnenland van Maleisië reisde om gepensioneerde rubbertappers te interviewen, bleken tot mijn verrassing veel van de verhalen die ze me vertelden over bomen te gaan. Op een dag ontmoette ik een man die zijn hele leven op de plantages had doorgebracht. Terwijl we samen opliepen – hij, met zijn vastberaden tred, wees ons de weg, zijn lange gestalte krachtig rechtop ondanks zijn tachtig jaar – vertelde hij over zijn levendige herinneringen aan het terrein. ‘Hier stond een boom,’ zei hij, ‘die het gewoonweg vertikte omgehakt te worden. We geloofden allemaal dat er een machtige geest in huisde, dus lieten we hem maar met rust.’ Er schoot me een zin te binnen van de Franse historicus van het Middellandse Zeegebied, Fernand Braudel: ‘Altijd zal het land, net als onze huid, sporen dragen van oude wonden.’
Een paar jaar later, in 2012, verbleef ik in een tijdsbestek van een paar maanden een poosje in Yangon, Bangkok en Mumbai. Ik heb altijd een voorliefde gehad voor de havensteden van de Indische Oceaan. De architectuur en de vele talen die in deze steden worden gesproken verwijzen naar een oude handelswereld terwijl tegelijkertijd jonge culturen optimistisch de toekomst omarmen. Ik wilde onderzoek doen naar de zee, aangetrokken door de romantiek van zeilschepen en specerijen. Tijdens mijn verblijf werd ik me bewust van een nieuw gevaar.
In het recente verleden hadden deze steden alle drie te maken gehad met extreme overstromingen. In juli 2005 kwam een groot stuk van Mumbai onder water te staan door al te overvloedige neerslag in het regenseizoen. In 2008 werden ontelbare levens en woningen verwoest door de cycloon Nargis, die Yangon met de grond gelijk maakte. Eind 2011 raakte Bangkok overstroomd toen het waterpeil in de rivier de Chao Phraya door de ongebruikelijk zware regenval van die zomer zo hoog kwam te staan dat de vesting van rivierdijken die om de hoofdstad heen lag het begaf. Slecht bestuur maakte dat het extreme weer uitliep op politieke rampspoed. In Mumbai, waar de bouw al tientallen jaren niet meer gereguleerd werd, was het natuurlijke waterafvoersysteem dichtgemetseld. Het militaire regime van Yangon, dat tegen elke prijs de macht wilde behouden, ontkende de omvang van de tragedie en weigerde buitenlandse hulp. Door de snelle groei van Bangkok waren de mangroves die ooit het water tegenhielden volledig verdwenen. In alle drie de steden werden de armste mensen het hardst getroffen – degenen die in geïmproviseerde huizen woonden in onveilige en laaggelegen wijken.
Toen ik na een intens hete dag langs de oever van de Chao Phraya verkoeling zocht in de avondbries, had ik moeite om het schouwspel voor me te verenigen met de vrees dat de halve stad tegen het eind van de eeuw onder water zou liggen. De rivier wemelde van met lichtsnoeren behangen, luidruchtige plezierbootjes. Geluidloze binnenschepen duwden hun vracht stroomopwaarts. Sommige van die schepen hadden zand aan boord dat was gewonnen in Cambodja en Myanmar en als grondstof zou dienen voor nieuwe wolkenkrabbers in steden die in de loop van een generatie waren verdubbeld in omvang. Hijskranen hielden de wacht bij het bouwterrein van het nieuwste appartementencomplex aan de oever van de rivier. De littekens van de recente overstromingen verwezen alleen nog naar persoonlijk verdriet. Het leven van deze grote stad ging gewoon door.

1. Het levendige verkeer op de Chao Phraya, bedreigd door toenemende overstromingen als gevolg van klimaatveranderingen
Was wat ik hier zag veerkracht of blindheid? Tijdens mijn onderzoek dook de natuur op in elk onderdeel en ik begon me af te vragen wat dat betekende voor het soort geschiedenis dat ik wilde schrijven. Ik moest nog twee boeken schrijven voor ik die vraag kon beantwoorden. De belangrijkste les die ik heb geleerd, is dat er geen sprake meer kan zijn van een onderscheid tussen de crisis waar het leven op aarde zich in bevindt en onze zorgen om gerechtigheid en vrijheid die me er in eerste instantie toe hebben aangezet om historicus te worden.
De boeiendste boeken die de natuur tot onderwerp hebben komen meestal voort uit liefde voor een bepaald landschap en uit een gevoel van verwantschap met al het leven dat erin huist. Dit boek rust op andere pijlers. Het is gestoeld op een gevoel van verbondenheid met diverse, nogal uiteengelegen plekken, voor het merendeel steden waar elke vorm van ongerepte natuur ver te zoeken is. Deze geschiedenis is geschreven voor een stedelijke en geglobaliseerde en verdeelde planeet, en vanuit empathie met de maar al te menselijke hoop om met behulp van fossiele brandstoffen te kunnen ontsnappen uit de werkelijkheid – hoop die nu is vervlogen.
Copyright oorspronkelijke uitgave © 2024 Sunil Amrith
Copyright vertaling © 2024 Gitte Postel en Rob van der Veer / Athenaeum—Polak & Van Gennep, Weteringschans 259, 1017 XJ Amsterdam