Leesfragment: De stem van Sulina

09 juli 2024, door Anneleen Van Offel

#Vakantielezen voor de Balkan? Anneleen Van Offels roman De stem van Sulina! Lees bij ons een fragment en koop dat boek.

Een lyrische roman over de geboorte van een moeder, zwervende zielen en de ziel van het zwerven, geschreven met de stuwende kracht van een wereldrivier.

Terwijl een donkere schaduw over de weerkaarten van Midden-Europa glijdt, reist een vrouw in een busje langs de oevers van de Donau, van de bron in het Zwarte Woud tot de monding in de Zwarte Zee. Welke stemmen stijgen op uit de rivier?
Archeologische opgravingen en eeuwenoude verhalen, confronterende vragen en dromen, lichamelijke transformaties en vergeten vrouwen geven richting aan de mentale reis van een jonge schrijfster die moeder wordt.



 

[…]

Tweehonderd kilometer rechtdoor, kondigt de gps aan, precies door de provincies waar de komende uren en dagen zware regenval wordt voorspeld. Omdat de overheid wellicht morgenvroeg bepaalde wegen afsluit hebben we niet getwijfeld om meteen te vertrekken, laat op de avond, maar nu op de radio de contouren van een catastrofe duidelijk worden, lijkt de nacht een tunnel waar we doorheen razen terwijl daaromheen de realiteit om zich heen grijpt. Straks rijden we de ochtend in en zal andermaal blijken hoe we die onderschat hebben, welke waarschuwingen we genegeerd hebben, hoe we leven alsof planetair onheil altijd anderen en nooit ons zal treffen. We kunnen ons alleen het ongeluk dicht bij onszelf voorstellen, dat uit een dode hoek aanvlamt, of in ons eigen lichaam woekert.
De ruitenwissers zwiepen piepend, krijgen het water nauwelijks weg. ...et demain, on prévoit encore plus de pluie. Ik draai de radio uit. De nacht verdicht zich op de plekken waar geen verlichting is, kilometers lang. Ik let niet op de plaatsaanduidingen die elkaar in hoog tempo opvolgen, het weefsel van pijlen en vertakkingen. Namen flitsen voorbij in het schijnsel van de koplampen, maar we hebben niet de behoefte om precies te weten waar we zijn, het afnemende aantal kilometers tot onze volgende afrit is genoeg. Ergens in de ruis van regen en snelwegverlichting ligt de bron van de Donau, diep in het Zwarte Woud, die lonkt met een bijna magnetische aantrekkingskracht.
De laatste tijd word ik geplaagd door een onrust die ik moeilijk kan duiden. Het onbehaaglijke gevoel dat er onder het vertrouwde iets vreemds schuilgaat, dat de dingen niet zijn wat ze lijken. Dat er, zoals bij een röntgenfoto, onder de melkachtige sluier van de werkelijkheid een harde, steenwitte en koude kern naar de oppervlakte kruipt, maar alleen bij de afwezigheid van licht, of in de leegte tussen twee ogenblikken in, het besluipt je altijd ruggelings.
Ik wil een tijdje een route kunnen volgen, zoals rivieren al duizenden jaren lang richtingaanwijzers zijn in het landschap, en daarbij is de Donau de enige rivier ter wereld waarvan de afstandsaanduidingen stroomopwaarts worden aangegeven, van de monding tot de bron. Het verlangen naar een nulpunt te kunnen reizen, de kilometers aftellend en niet optellend, recht naar de vuurtoren van Sulina, een schitterlicht aan de rand van Europa.

Al jaren bewaar ik in de bovenste lade van mijn bureau een kaart van Oost-Europa, de enige kaart die ik vond waar het grootste stuk van de Donau op staat. Ze komt van bovenaan links binnengekronkeld, geklemd tussen plaatsnamen en topografische symbolen, een zenuwstelsel van blauwe, rode en gele lijnen. Omdat bijna de hele rivier erop moest, is het een ontzettend onhandige kaart. Het landschap samengeperst, namen van dorpen en steden onleesbaar afgekort, autowegen en regionale wegen nauwelijks van elkaar te onderscheiden. Hij heeft geen enkele ambitie om te helpen de weg te vinden.
Nadat ik een paar weken geleden het busje kocht omdat het me voorkwam als een voor de hand liggende remedie voor de onrust, een tot blokhut omgebouwde bestelwagen, de belofte van een avontuurlijk leven, nam ik de kaart uit mijn bureau en plooide hem open op de keukentafel. Ik boog me over het papier en ging met een blauwe stift over de rivier om haar uit het kluwen van gekleurde lijnen te tillen. Van bij de brede bedding tussen de majesteitelijk oprijzende kalksteenrotsen bij Passau en Ulm waar ze op de kaart verschijnt, hier liet de stift een verticale streep achter alsof ik even haperde voor ik verder streek, langs de kastelen, kloosters en paleizen in de Zwabische Jura, steeds sneller: door doorbraakdalen, keteldalen en kloofdalen, onder de heuvels begroeid met knoestige abrikozenbomen in de Oostenrijkse Wachau naar de Pannonische vlakte van Hongarije, waar ze een rechthoekige knik maakt naar Servië, met zijn beruchte IJzeren Poort, over het verzonken eiland Ada Kaleh naar het oosten, in breed uitgebaggerde kanalen door Roemenië, tot ze uitwaaiert in de Zwarte Zee. Een kronkelende lijn in blauwe inkt. Een woord dat over zo’n grote afstand is uitgetrokken dat het onleesbaar is geworden.
Ik haalde mijn stift van het papier ergens boven de delta en een zwerm trekvogels schoot klapwiekend op in mijn borst. Dit was hoe de komende maanden zich voor ons zouden kunnen uitstrekken. Een duidelijk, overzichtelijk beginpunt voor het verhaal. Begin tot einde.
De bron viel een eindje buiten de kaart, lag ergens naast de halflege koffiekoppen en appelschillen. Daar wilde ik de reis aanvangen, tussen de kruimels en de boodschappenlijstjes, in een zompige weide op de beboste bergruggen van het Zwarte Woud.
Ik streek de vouwlijnen plat en prikte de kaart boven de tot bed uitklapbare zetel. Over de blauwe kussens drapeerde ik een schapenvacht, ik legde een tapijt met een Perzisch geïnspireerd motief neer op de osb-vloerplaat en hing een lampionnenslinger op. Een wendbaar thuis. Mezelf klein kunnen maken in een grotere beweging. Een richting hebben: stroomafwaarts, van het Zwarte Woud naar de Zwarte Zee.

Maar wat met de onzichtbare zijde van de rivier, niet de bovengrondse stroom die landschappen uitsnijdt en die de lijn volgt van de tijd, van opkomst en ondergang, van geboorte tot dood, maar de zijde die van haar een cirkel maakt? De eeuwige lus waarvan het begin ook in een wolkbreuk besloten zou kunnen liggen, of in de regen die neerslaat op onze huid, de vochtdruppels die we inademen op zwoele zomerdagen. De kant dwars door het papier van de kaart, waar de tekening maar een flauwe afdruk is, plaatsaanduidingen in spiegelschrift, het onderbewuste, wat niet onder woorden valt te brengen, de vormeloosheid van de droom. De modderige stroming onder het blauwe oppervlaktewater, de hand die je enkel vastgrijpt op het moment dat je je gewichtloos waant.
Het dubbele gezicht van de rivier: je ziet altijd maar de helft, door haar wateroppervlak breekt het beeld dat je hebt van haar, haar glimlach blijkt een wrange grijns, je moet door je knieën gaan om haar te naderen en dan nog, ze is er en ze verdwijnt onmiddellijk en toch is ze er, de glasscherpe flikkering die opspringt uit het water, haar bodem is zacht en zuigend en onbereikbaar.
Ik ging nog eens met mijn vinger over de blauwe lijn. Een draad die in mijn verbeelding is gespannen, over de rand van de kaart langs de houten planken waarmee de laadruimte van het busje is bekleed, onder de lampionnenslinger door naar de kast met de vele kleine lades, alleen maar nuttig om napoleonbollen tegen de misselijkheid in te bewaren, de gasfles naast het draagbare fornuis met twee pitten. Hier zullen verhalen in blijven hangen, een web dat ik ophang. De bron van de rivier zou nu ergens in een noest in het hout kunnen liggen, waaruit ooit een tak groeide, holle boom die dit busje is. Ze zal altijd van de kaart vallen, die bron, altijd ergens anders zijn dan waar we denken, zoals ik nooit zal weten waar dat tweede hart nu precies klopt onder mijn huid, hoe vaak ik ook mijn hand tegen mijn buik leg.
Ik kan eindelijk iets aanraken. Iets dat ik nog niet zie, maar het is al tastbaar, het is er.

We hebben hetzelfde grondplan. Ze is een bloedsomloop, een gesloten eenheid, een in zichzelf overlopend lichaam. Een vrouw, wild stromend in een waterbekken, met haar slingerende armen en aders vloeiend door Europa. Haar golvende lichaam volgt de cyclus van het bloed: van aanwas en afvloeiing, haar getijde is dat van vruchtbaarheid, leven en niet-leven.

[...]

 

Copyright © 2024 Anneleen Van Offel

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks3