Leesfragment: Erfgrond

15 mei 2024, door Maria Turtschaninoff

Lees nu een fragment uit Maria Turtschaninoffs roman Erfgrond (Arvejord), vertaald door Janny Middelbeek-Oortgiesen, en koop dat boek!

Österbotten, de 17e eeuw. De Zweedse soldaat Matts krijgt als beloning voor bewezen diensten een pachtboerderijtje toegezegd in het beboste oosten van het rijk. Hij noemt de plek Nevabacka; hij zal de drassige grond met eigen handen bedwingen. De aarde geeft hem voldoende terug, zolang hij in vrede leeft met het bos. Vier eeuwen lang wisselen perioden van oorlog, hongersnood en voorspoed elkaar af. Generaties komen en gaan, er wordt geliefd, geleden, geboren, gestorven. Het bos wordt afwisselend getemd, ontgonnen en angstvallig vermeden. Desondanks houdt de familieboerderij stand.

Vierhonderd jaar later arriveert een vrouw met een urn in een stil huis in een nog altijd groot bos. Nu haar moeder er niet meer is draagt zij ook de verantwoordelijkheid voor Nevabacka. Hoewel ze er zelf bijna nooit kwam, voelt ze een diepe verbondenheid met de plek en de natuur. Niet alleen mensen hebben wortels in het landschap, het landschap heeft diepe wortels in ons.



 

Dochter van

Wanneer we de auto uitpakken zet ik de urn op de verandatafel
schenk een glas Talisker in
Heel even
heb ik de neiging de dop van de urn te schroeven en er wat in te gieten
jij was degene die me whisky heeft leren drinken
Maar ik hef gewoon het glas naar de avondzon
het gazon voor het huis geel van de paardenbloemen
seringen en gebroken hartjes naast de houtschuur
Dat is nu allemaal van mij
want jij leeft niet meer

En ik woon hier zo ver vandaan
hoe ga ik dit redden
hoe zal dat gaan
met het bos en de grond
ik weet niets
kan niets
en ben van niemand

als je de laatste vossenbessenjam opeet die je moeder gemaakt heeft
dan ben je niet langer de dochter van iemand

Deze boerderij is nooit
mijn zomerparadijs geweest
zoals voor jou wel het geval was
toen jij klein was
Jij had hier nog herinneringen
vriendschapsbanden met
mensen dieren grond
daar ging je dansen
daar kampeerde je met je achternichtje
daar nam je aan skiwedstrijden deel
jij wees, ik luisterde met een half oor
Je hebt hier nooit gewoond
maar je hoorde hier wel

Ik weet niet eens waar de sleutel van de kelder is
waarom de radiatoren zo raar tikken
wanneer de bibliobus komt
wie je moet bellen om het dak te laten repareren

Maar
jij hebt een lijst nagelaten
instructies
Met het oog op
voor het geval dat
voor wanneer het misschien nodig mocht zijn

Drie maanden voor je dood
was je hier en
schreef je in het logboek
Bedankt voor alles lieve boerderij

Deze plek was zo belangrijk voor je
ik wil begrijpen waarom

Jouw vaste gewoonten zitten in de muren
voorzichtig voer ik de mijne in
ik wrik
ik verplaats
ik verschuif
Verontschuldig me wanneer ik de keuken reorganiseer
jij had jouw systemen
die mocht niemand verstoren
dan werd je woest
Ik probeer mezelf te troosten met de gedachte dat je het
fijn zou vinden dat ik hier ben
(ja, toch?)
Ik haal je kleren uit de kasten
maar kan het niet over mijn hart verkrijgen ze weg te doen
en breng ze naar de schuur
die scheef staat, met afbladderende verf en een kapotte ruit
nog iets waar ik wat aan moet doen

Je rubberen laarzen kan ik gebruiken
en Doris’ oude jas
Otto’s rugzak uit de oorlog hangt aan zijn haak
naast de mangelplank met het jaartal 1683 in cursieve cijfers
en een handboor met een hoornen handvat
De lakens op het bed hebben nog jouw geur
en oma’s monogram

Dit is de eerste keer dat ik in deze streek rondloop
zonder jou
zonder een oudere generatie
het dialect bekend in mijn oren maar niet in mijn mond

Wanneer ik een lekke band krijg
bel ik de autogarage in het dorp
(het nummer heb jij genoteerd op een briefje
dat naast de vaste telefoon hangt)
De man aan de lijn zegt
‘Jij bent van Nevabacka, toch?’
Hoewel ik niet dezelfde achternaam heb als jij
en geen van ons Nevabacka heet,p>Wanneer ik bij de bakker naar binnen stap
om een sandwichtaart te regelen voor de begrafenis
zegt de vrouw achter de toonbank
nog voor ik mijn bestelling heb kunnen plaatsen
‘Je kunt wel zien van wie jij de dochter bent’

Wanneer ik naar de stad rij om voor de kinderen
nieuwe matrassen te kopen
wil de man van de meubelzaak weten hoe het komt
dat die naar Nevabacka moeten
‘Eva-Stina heb ik wel gekend, hoor’
Jullie hebben in 1967 samen vakantiewerk gedaan

Draden strekken zich in alle richtingen uit
Wortels die ik nooit heb opgemerkt wanneer jij erbij was
je belemmerde als het ware het zicht
Maar nu zijn ze duidelijk te zien, schitterend helder
nu ik de oudste ben
en degene die de dingen moet voortzetten
de draden moet vasthouden
tot de volgende generatie het overneemt

De hand van de tienjarige in de mijne
wanneer de urn in de grond wordt neergelaten
de zesjarige op de knieën naast het gat
volgt oma met zijn blik
wanneer ze verdwijnt
in de aarde

Er is iets in de grond hier
wat jou kent
en nu kennismaakt met mij

snuffelend

Ik loop door de geschiedenis
op de weg die mijn voorouders hebben gebaand
langs steenmuren die ze hebben gestapeld
schuren die ze met hooi hebben gevuld
eesten die ze hebben opgetrokken
akkers die ze hebben bebouwd
jaar na jaar na jaar na jaar
De sporen van hun levens
groeien dicht
storten in
worden verborgen door rijshout en opslag en mos

ik loop door de lichte juninacht
met de smaak van Talisker in mijn mond
het ruikt naar gemaaid hooi
pas geoogste aardappels
teerwinning en midwintersneeuw

mijn stappen weerklinken tegen de grond
en die luistert
en die fluistert
ik ken jouw stappen
ik weet van wie jij de dochter bent

© 2022 Maria Turtschaninoff
© 2023 Nederlandse vertaling Janny Middelbeek-Oortgiesenbsp;

 

Gerelateerde boeken

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks3