Leesfragment: Handicap

06 december 2024, door Anaïs Van Ertvelde

Een van de meestgenoemde beste boeken van 2024 en winnaar van de J. Greshoffprijs is Anaïs Van Ertveldes Handicap. Een bevrijding! Tijd voor een fragment. Lees bij ons de eerste pagina’s en koop dat boek!

Anaïs Van Ertvelde werd geboren met een korte rechteronderarm. Voor haar een vanzelfsprekend gegeven, dacht ze. Vooral andere mensen leken er vragen bij te hebben. Tot ze ontdekte dat er veel meer achter die handicap schuilgaat. Niet alleen persoonlijk maar ook maatschappelijk.

Van Ertvelde onderzoekt ‘handicap’ als een politieke conditie. Ze fileert wat de wereld ons over handicap vertelt en maakt duidelijk wat handicap ons over de wereld kan vertellen. Hoe handicap onze blik op kunst, seks, werk, intimiteit, burn-out, burgerschap, verzet en op wie we zelf zijn beïnvloedt – al hebben we dat zelden door.

Handicap is ook het verslag van een intieme en soms heftige zoektocht: hoe kan je thuishoren in een wereld waartoe je niet vanzelfsprekend behoort? Hoe ontwar je de manieren waarop lichaam, beperking en verlangen verknoopt zijn? Waarom voelt het zo gevaarlijk om je met een handicap te identificeren en ligt in dat gevaar misschien vrijheid verborgen?

Anaïs Van Ertvelde (1988) geeft les aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Gent en is als historica verbonden aan de Universiteit Leiden, waar ze onderzoek doet naar de geschiedenis van lichaam, handicap en seksualiteit. Ze publiceerde columns en opiniestukken in onder meer De MorgenDe StandaardKnackNRC en de Volkskrant. In 2017 verscheen haar debuut Vuile lakens. Een hedendaagse visie op seksualiteit , naar de gelijknamige podcast die ze samen met Heleen Debruyne maakte. In het essay Zorgangst (2022) verkende ze onze angsten voor zorg, afhankelijkheid en hulpeloosheid.

 

Hoogtes hebben me altijd onredelijk veel angst aangejaagd. Niet omdat het me duizelt wanneer ik de diepte onder me zie, niet omdat ik mezelf betrap op een pervers verlangen om te springen, maar omdat ik ergens verwacht dat iemand me een duw zal geven. Zelfs wanneer ik op een verlaten bergpad wandel kan ik me nooit helemaal van dat dreigende gevoel ontdoen. ‘Geen idee waarom,’ lieg ik tegen mijn psycholoog, die ook niet alles hoeft te weten.

‘Kom kinderen, hou op met roezemoezen en luister. Vandaag vertel ik jullie een verhaal uit de geschiedenis.’ De juffrouw draaide haar rug naar het klasje en schreef met piepend krijt op het bord: ‘De Spartanen’. Ik schreef haar in mijn schriftje ijverig na en wachtte vol spanning op wat komen ging. Geschiedenis was mijn lievelingsvak. De Spartanen waren geen lieverdjes, noteerde ik. Hun samenleving was er een van krijgers. Jongens, minder oud dan wij nu, werden hardvochtig van hun moeders rokken weggetrokken om samen in legerbarakken te leven. Daar kregen ze zo weinig te eten dat ze wel moesten stelen en werden ze verplicht met elkaar te vechten, vriend tegen vriend, tot de aarde bloedrood kleurde. Het idee alleen al deed me huiveren, met mijn zachtaardig karakter en mijn gebrek aan talent voor sport en spel. Wel stak ik geestdriftig mijn vinger op omdat ik iedereen wilde laten weten dat ik wist wat ‘spartaans’ betekende. ‘Heel goed, Anaïs,’ wierp de juffrouw me bemoedigend toe. Ik gloeide van trots. Dat je in het oude Sparta fit en sterk moest zijn, vertelde ze verder. Anders had je daar niets te zoeken. Er was een raad van wijzen waaraan elke Spartaanse boreling werd voorgelegd. Zag het kind er goed uit, dan mocht het blijven leven. Was het kind gebrekkig, had het een gespleten gehemelte, een krom ruggetje of klompvoeten, dan werd het van de berg Taygetus gegooid. Geschrokken stopte ik met schrijven.

Die nacht droomde ik dat mijn lievelingsjuf me naar de top van een berg, naar de rand van een kloof leidde en me met één welgemikte duw tot de diepte veroordeelde.

Niet lang geleden leerde ik dat onderzoekers tegenwoordig denken dat we dit verhaal dan wel graag en vaak vertellen – waarom, blijft de vraag – maar dat het misschien een historische mythe is. Plutarchus benoemt wel degelijk dat de Spartanen hun gehandicapt nageslacht uit de weg ruimden, maar de beste man leefde vele eeuwen na de feiten en beschrijft evengoed een Spartaanse koning die, ondanks zijn gehandicapte benen, een uitstekend leider was. Ook elders in de Griekse en Romeinse geschiedschrijving bulkt het van de historische figuren met aangeboren handicaps die doen vermoeden dat toch niet alle gehandicapte kinderen op systematische wijze gedood werden. Bovendien, aan de voet van berg Taygetus vind je niets. Hoe diep je ook graaft. Er is daar alleen aarde. Als er ooit al restanten van kinderlijkjes lagen, moeten ze verdwenen zijn voor een archeoloog er ooit naar zocht.

Kort nadat ik dit las, droom ik dat ik in de kloof sta. De berg torent boven me uit en ik weet niet of iemand me naar beneden heeft geduwd, of dat ik levend en wel ben. Ik graaf met mijn handen in de aarde op zoek naar onvindbare beenderen. Misschien zijn die Spartaanse kinderen hier wel achtergelaten maar niet aan hun einde gekomen, bedenk ik me, en ik loop een bos in zoals alleen de logica van een droom dat toelaat. Misschien werden ze niet weggesleept door wolven maar door hen gezoogd. Misschien brachten Artemis en haar volgelingen hen groot in de wouden die de Peloponnesos ooit bedekten. Ik zie hen nu tussen het gebladerte. Al zijn ze nog wat schuchter. Tot ze doorhebben dat ik een van hen ben. Dan durven ze zich te laten zien. Een man, half paard, half mens, glimlacht naar me door zijn gespleten gehemelte. Een meisje dat niet lopen kan, is aan haar kromme rug vergroeid met een plataan. Ze lijkt wel een dryade. Een faun komt met malle sprongen op zijn hoeven, of zijn het klompvoeten, op me af.

Ze moeten hier al vele eeuwen leven.
Hun eigen vredige wereld, mijn verbeelding, bevolkend.

 

N / Inleiding
Herfst 2019

Hoe vertel je over iets waar geen publiek voor is?
N kijkt op van haar laptop. Haar tot voor zo-even intense concentratie verstoord door mijn vraag. We zitten tegenover elkaar aan mijn keukentafel en schrijven. Het zonlicht dat door de plastic koepel naar binnen valt, werpt onleesbare vlekjes op onze schermen. N werkt een academisch artikel af. Het gaat over de geschiedenis van de geboortezorg, over gender en zorgarbeid. Haar werk zal maar een kleine niche bereiken maar ze heeft er wel eentje. Een niche. Het comfort van lezers die het misschien niet eens zijn met je gedachten maar wel bekend met de fundamenten waarop je ze bouwt. Ik, daarentegen, ben vandaag begonnen aan een boek over beperking.
‘Ik bedoel… wanneer ik over handicap schrijf, heb ik altijd het gevoel dat ik helemaal geen publiek heb om me tot te richten.’
Van redacteurs krijg je te horen dat niemand graag over beperking leest en je de lezer dus moet verleiden. Een essay over erotiek schrijven en in de marge daarvan wat over beperking laten vallen. Handicap in een Trojaans paard de gevoelswereld van onbekenden binnensmokkelen. Als je dan toch een heel stuk over handicap schrijft, wordt er aangeraden je pen te laten leiden, niet door wat je zelf denkt, maar door het melodrama dat het grote publiek er naar verluidt graag over leest.
Verhaaltjes als een papfles met papavermelk. Opgewarmd met de bedoeling om wie ervan drinkt zelfvoldaan in slaap te wiegen. Dat wil ik zeggen, maar N onderbreekt me al.
‘Dat lijkt me toch heel logisch, Anaïs. Is dat niet zowat de fundamentele ervaring van gehandicapt zijn? Dat de meeste mensen zich niet goed met je kunnen identificeren? Niet weten hoe het voelt om jou te zijn? Wat het kost om jou te zijn? Het ook niet hoeven te weten. En wie dat wel wil moet teren op aannames. Of op een mager cultureel dieet waarin de bijdragen van mensen met een handicap nog te vaak behandeld worden als een vergeten slaatje dat achter in de koelkast staat te verslappen.’
Haar nagels – de pioenroze lak bladdert af – tikken geagiteerd op het houten tafelblad. Ik kijk vaak naar handen.
‘Persoonlijke verhalen verkopen wel,’ protesteer ik. ‘Vooral van het vluchtige, sentimentele soort. Memoires van mensen met een beperking, daar kan je een bibliotheek mee vullen.’

[…]

 

Copyright © 2024 Anaïs Van Ertvelde

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks3