Leesfragment: Konvooi

23 september 2024, door Tommy Wieringa

1 oktober verschijnt het nieuwe boek van Tommy Wieringa, Konvooi. Reizen naar een land in oorlog! Wij publiceren voor. Lees een fragment en bestel je boek!

‘Daar zit je dan, stramme pennenlikker met je machteloze woede.’ Dat is de diepgevoelde nutteloosheid waarmee Tommy Wieringa zichzelf geconfronteerd ziet wanneer in februari 2022 de Russische invasie in Oekraïne begint.

Het land is hem vertrouwd. Wieringa bezocht het meermaals voor zijn roman Dit zijn de namen en ook in zijn familie-epos Nirwana speelt Oekraïne een prominente rol. Wanneer zijn goede vriend en collega-schrijver Jaap Scholten hem vraagt of hij wil meerijden met een konvooi terreinwagens vol medische hulpgoederen voor soldaten aan het front, kan hij zich eindelijk nuttig maken.

In de reizen die volgen hoort Wieringa echo’s van eerdere oorlogen op Oekraïense bodem, zoals beschreven door Joseph Roth en Isaak Babel. Aan het front tekent hij verhalen op van wanhoop en heldenmoed. Konvooi is een meeslepend verhaal over de mens in oorlog, waarin Wieringa laat zien hoe de geschiedenis in het heden weergalmt. Bovenal is het een liefdesverklaring aan de onmetelijke ruimte van de oostelijke steppen en de anarchistische vrijheidsliefde van de Oekraïners.



 

Russische soldaten, zeggen de mensen die het meemaakten, komen vervuld van haat. Sergeant Arkady Maslak van de 36ste Mariersbrigade heeft in een video op de telefoon van een krijgsgevangen Rus gezien hoe ze een huis binnendrongen en bij het zien van een jacuzzi ‘fucking Europeanen!’ riepen en het ding aan flarden schoten. ‘Ze haten Europa en ze haten ons om wat wij hebben en zij niet.’
Telefoons zijn belangrijke informatiedragers in deze oorlog. Ze kunnen je locatie verraden maar je kunt er ook alles mee vastleggen. Arkady zag filmpjes waarin Russische soldaten naakte gevangenen martelden. Ook kinderen, zegt hij beschaamd. Met elektriciteitsdraden. Met seksattributen.
Het Russische leger dat Oekraïne binnentrok in 2022, dat bestaat niet meer, zegt hij, die zijn allemaal allang dood. Het imperium heeft zijn leger inmiddels volledig vervangen, en de nieuwe generatie is nog wreder dan de eerste. De orks zijn woedend en agressief, en net zo uitgeput als de tegenstander, maar ze hebben geen keuze. De geen-stap-terug-oekaze, Stalins beruchte Order 227 die soldaten verbood zich terug te trekken op straffe van de dood, geldt opnieuw in deze oorlog. In een bos vond Arkady’s afdeling drie opgehangen Russen, bungelend in de bomen. De grond eronder lag vol mijnen. Ze hadden geweigerd als kanonnenvoer te dienen en waren door hun commandanten opgehangen als afschrikwekkend voorbeeld.
Zo vecht de Russische soldaat, op een smalle richel tussen twee soorten dood in.
Bij Zaporizja had de 36ste Mariniersbrigade een deel van een Russische divisie omsingeld. Via portofoons werd hun opgedragen zich over te geven. Ze zaten als ratten in de val maar durfden niet te capituleren. Als verstijfd keken ze naar de hemel en wisten wat er komen ging. Toen daalde er een regen van mortiergranaten op ze neer en waren ze op drie na allemaal dood. Eigen vuur. Order 227.
Voor de oorlog was Arkady een boer die gebruikmaakte van geavanceerde agrarische kennis uit het Westen. Naast graan en kikkererwten verbouwde hij zoiets exotisch als teff, op de zijkant van zijn Landcruiser was een giraffe geschilderd. Een hipster-boer, zeiden zijn buren. Zelf zegt hij: ‘Ik was een boer met een geweer’.
Toen de oorlog in de Donbas begon, in 2014, draafde er opeens een paard over zijn terrein. Het was een superieur paard; hij ving het en verzorgde het, navraag leerde dat het een renpaard was dat prijzen had gewonnen. Het was ontsnapt toen er een elitaire jockeyclub tussen Cherson en Mikolajiv onder vuur was komen te liggen. Maar het paard had geen geluk: in 2022 kwam Arkady’s boerderij tussen de strijdende partijen te liggen, toen de rook was opgetrokken was het paard dood en was er van de opstallen weinig over.
Arkady overzag de ruïnes en voelde zich voor het eerst van zijn leven vrij. Hij verkocht de boedel en werd fulltime soldaat.
Het is niet gemakkelijk om soldaat te zijn. Plotseling bestaat het voornaamste levensdoel van de ander erin om jou te doden. Je wordt beschoten en gebombardeerd. Jouw scalp is zijn triomf. Driemaal werd Arkady afgevoerd naar een ziekenhuis. Sinds een granaat naast hem ontplofte heef hij migraineaanvallen.
Zijn vrouw en kinderen zijn naar Duitsland gevlucht, hij hoopt dat hij zijn zoon en dochter heeft kunnen bijbrengen om niet bang te zijn. Of beter: je mag wel bang zijn maar niet laf. Zo heeft hij dat weer geleerd van zijn vader. Zelf is hij bereid te sterven.
Eens, tijdens een zware campagne, lag hij in het hoge gras en vroeg God hem tot zich te nemen. Hij was het contact met zijn eenheid kwijt, hij had koorts en ijskoude rillingen door de beet van een tijgerspin. Niet ver bij hem vandaan hoorde hij het murmureren van Russen die loopgraven groeven. De dood was nabij, hij kon niet meer. Vrienden waren gesneuveld, hij had drie dagen in stelling gelegen en niet geslapen. Je vergeet te eten en te pissen, zegt hij, je bent totaal de weg kwijt. En toen lag hij in het gras ergens in de grey zone, en ook al was de vijand dichtbij, er was geen angst, alleen maar frisse lucht en blauwe hemel – hij verdween erin, de dood tegemoet, net als toen hij als kind bijna verdronk, dezelfde euforie. Neem mijn lichaam, Heer, dacht hij, ik ben er klaar voor. Zoveel vrienden waren hem voorgegaan. Hij had gezien: God schildert je gezicht bij je geboorte, de dood schildert het als je sterft. De dood is een verfijnd kunstenaar. Niemand schildert de leegte van een ontzield gezicht zo goed als hij.
Maar het was zijn tijd nog niet. Hij kwam bij, hij leefde. Het was begin september, niet ver van Cherson.

Ook in februari 2024 hebben we een ontmoeting met Arkady, als hij weer naar Lviv komt om auto’s en spullen voor zijn brigade te halen. Ze liggen nog altijd in stelling in het dorp Krynky aan de overzijde van de Dnjepr, maar het bruggenhoofd wordt duur betaald. Sinds de wapenleveranties uit de vs zijn gestaakt hebben ze nauwelijks drones en wapens meer. Met zevenhonderd man houden ze op de oostoever stand tegen duizenden Russen. Elke dag doden we ze in de loopgraven, zegt hij, en elke dag zijn er weer nieuwe. ‘Zonder drones ben ik een blinde kat. Zij hebben onvoorstelbare hoeveelheden wapens en manschappen, en juist onze artillerie, de god van de oorlog, zwijgt.’
Arkady’s gelaatskleur is grauw als de hemel boven ons. Krynky, zegt hij, is de poort naar de hel. ‘De situatie is nog veel slechter dan jullie in het Westen denken. Alleen de soldaat kent de prijs van deze oorlog. Elke dag verliezen we drones, auto’s, soldaten. En zij jagen onafgebroken op ons met kamikazedrones, mortiergranaten, artillerie – de oversteek van de rivier is een one way ticket.’
Tandenknarsend ziet hij het front leegbloeden. Hij ziet goede mannen en vrouwen sterven door de machinaties van Republikeinse senatoren voor wie de Oekraïense onafhankelijkheid de inzet is van een roekeloos pokerspel. Wisselgeld in louche politieke transacties. Ze kennen de waarde van vrijheid en democratie niet, de dames en heren in het Capitool, ze hebben nooit de grillen van een imperium ondervonden, het grove geweld waarmee het zijn wil oplegt. Zij zijn het die ervoor zorgen dat ze aan het front in het defensief gedrongen zijn en dat de steden onbeschermd zijn tegen Russische raketten.
De lichamen die elke dag verdwijnen in de aarde van de Heldenbegraafplaats in Lviv zijn mede door hun toedoen gestorven. Honderden, duizenden graven op een heuvel, een vlaggenzee, de oudste beneden, de nieuwste boven, het ereveld groeit heuvelopwaarts aan. Elke dag komen er nieuwe bij, sommigen zijn pas twee of drie dagen geleden gesneuveld en nu al begraven.
Boven elk graf wappert een vlag en hangt een foto van de gestorvene, vaak in een geel graanveld onder een blauwe hemel, in een uitbeelding van patriottisme. Sigaretje erbij, soms een vastberaden lach – we geven nooit op. Maar nu ben je dood en schuifelen de donkere gestalten van je vader en je moeder krom van verdriet rond je graf. Ze leggen mandarijnen of brood neer en houden een graflichtje brandend; voedsel en licht voor de donkere weg die je nu alleen te gaan hebt. Je koude, gehavende lichaam is zo dichtbij, maar nooit was je verder weg van ze.
Het doet zeer om naar ze te kijken, hoe ze daar staan in hun donkere overjassen, de rug nat van miezerregen.
Sneeuw smelt op de bloemenkransen en de vers gedolven aarde. Een vrouw rouwt om haar man, drie jonge mensen staan met de armen om elkaars schouders rond het graf van een dode vriend. Het verhaal van een moeder die zich onder het roepen van de naam van haar zoon in zijn kuil stortte – de Hospitaller uit Kyiv, Misha Lavrovsky, vertelde het me. Ze was de moeder van een vriend – ze wilde haar zoon terughalen uit de dood of zich met hem verenigen, beide kon. Ze hadden haar uit het graf getild en de handelingen voortgezet.
Op de Heldenbegraafplaats is de schreeuw verstomd, de hoge zeeën van verdriet en gemis worden in stilte ondergaan, de ontzetting over het nooit meer vasthouden, het nooit meer een lach. Op de helling zijn al nieuwe percelen vrijgemaakt voor de lichamen die nog komen. De heuvel is nog lang niet verzadigd. Nabestaanden maken kleine tableaus van fruit en snoep op de aarden ruggen van de graven. Kiwi’s, brownies, zuurtjes, toffees.
Veel oude mannen op de foto’s, ouder nog dan jij soms. Hun ernstige ogen volgen je terwijl je door de necropolis dwaalt. Je zou jezelf hier kunnen tegenkomen, een man van 56 jaar oud, twee kinderen, in het brede midden van het leven. Je ging met loden schoenen naar de oorlog, vervuld van een koude, zware woede. Niet vurig. Daarvoor was er te veel te verliezen. Vurig ben je als je bereid bent op te branden voor een ideaal. Daar moet je misschien jonger voor zijn. Niet als je kinderen hebt die nog niet oud genoeg zijn om op eigen benen te staan. Die had je eerst veilig naar de overkant willen helpen: als ze een jaar of 23, 24 zijn, dan kan je gaan, nu is het nog te vroeg. Maar er staat opeens iets hogers op het spel, het leven vraagt een onverbiddelijke daad van je, de bereidheid om jezelf te offeren voor een gedachte, voor een verlangen naar recht en vrijheid en de mogelijkheid van je land om zijn eigen koers te bepalen. Zijn deze dingen het weeklagen en de gebroken levens die achterblijven waard? Geen tijd voor geraffineerde afwegingen, je zult het nooit weten.

Hier rust soldaat Anton Yurievich Kraevskiy. 06.09.1969-11.10.2023

Twee foto’s van hem, een aan het kruis bevestigd en de ander aan de voet ervan, half in sneeuw en zand gestoken. Als burger en als soldaat. De burger is een vriendelijke vijftiger, smal gezicht, kalend, dunne grijze haren. Een wat onbestemde man. Vrijgezel misschien, zijn graf heeft weinig versiering. Hij geeft geen aanstoot, houdt van schaken en zijn hond. Op zijn soldatenfoto is zijn haar kort en het gezicht nog smaller. Ernstige bruine ogen die je aankijken met een droevig soort berusting. Hij had nog een heel aantal goede jaren voor zich, maar sterft op een slechte dag in de winter van 2023.

 

© Tommy Wieringa

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks3