Leesfragment: Long Island

06 mei 2024, door Colm Tóibín

Nu in onze boekhandels: de nieuwe roman van Colm Tóibín, Long Island, uit het Engels vertaald door Nadia Ramer. Lees nu Reny van der Kamps aanbeveling en een fragment en koop dat boek!

New York, jaren zeventig. De Ierse Eilis Lacey woont al twintig jaar samen met haar man, Tony Fiorello, en kinderen in Long Island, iets te dicht bij haar schoonfamilie. Tot een schokkend bericht Eilis terugdrijft naar Ierland, naar een wereld die ze allang achter zich dacht te hebben gelaten en naar manieren van leven en liefhebben die ze dacht verloren te hebben.

  • ‘Een gebroken hart, melancholie, knisperende dialogen… Dit is Tóibín op zijn best.’ – The Times
  • ‘Een meesterlijke roman vol verlangen en spijt. Een verhaal over geliefden die elkaar weer treffen, over compromissen en de slotsom op latere leeftijd.’ – Douglas Stuart, auteur van Shuggie Bain


 

Deel een

1

‘Die Ier is weer geweest,’ zei Francesca, terwijl ze aan de keukentafel ging zitten. ‘Hij is bij ons allemaal langsgegaan, maar hij blijkt op zoek naar jou. Ik heb tegen hem gezegd dat je zo thuis zou komen.’
‘Wat wilde hij?’ vroeg Eilis.
‘Ik heb hem uitgehoord, maar hij liet niets los. Hij noemde je trouwens bij je naam.’
‘Hij weet hoe ik heet?’
Er speelde een suggestief lachje om Francesca’s mond. Eilis kon de intelligentie en het plagerige gevoel voor humor van haar schoonmoeder wel waarderen.
‘Een man erbij is het laatste wat ik nodig heb,’ zei Eilis. ‘Vertel mij wat!’ antwoordde Francesca.
Ze lachten allebei, terwijl Francesca opstond om te gaan. Door het raam zag Eilis haar behoedzaam over het vochtige gras naar haar huis lopen.
Zo meteen kwam Larry thuis uit school, en daarna Rosella, die vaak nableef om huiswerk te maken, en dan zou ze Tony de auto horen parkeren.
Dit was een uitgelezen moment om een sigaretje te roken. Maar ze had Larry een keer op roken betrapt en toen met hem afgesproken dat zij ermee zou stoppen mits hij beloofde het nooit meer te doen. Ze had boven nog een pakje liggen.
Toen de deurbel ging, kwam Eilis rustig overeind in de veronderstelling dat het ging om een van Larry’s neven of nichten, die naar hem op zoek was. Maar vanuit de gang kon ze door de matglazen deur de omtrekken van een volwassen man onderscheiden. Pas toen hij haar naam riep, besefte ze dat dit de man was over wie Francesca haar had verteld. Ze deed de deur open.
‘Ben jij Eilis Fiorello?’
Hij had een Iers accent, uit de buurt van Donegal, meende ze, net als een leraar van haar op school vroeger. Ook zijn ietwat uitdagende houding deed haar denken aan de mensen thuis.
‘Dat klopt,’ zei ze.
‘Ik was naar je op zoek,’ zei hij.
Zijn toon was bijna agressief. Ze vroeg zich af of Tony’s bedrijf hem soms geld schuldig was.
‘Dat heb ik gehoord, ja.’
‘Jij bent de vrouw van de loodgieter?’
Omdat de vraag onbeleefd op haar overkwam, zag ze geen reden om antwoord te geven.
‘Hij is goed in zijn werk, die man van jou. Hij is erg in trek, kun je wel zeggen.’
De man zweeg even, terwijl hij achter zich keek om zich ervan te verzekeren dat er niemand meeluisterde.
‘Alles in huis heeft hij gemaakt,’ ging hij verder terwijl hij met een vinger naar haar wees. ‘Hij heeft zelfs iets meer gedaan dan in de begroting stond. Jazeker, hij is regelmatig teruggekomen wanneer hij wist dat de vrouw des huizes thuis was en ik niet. En hij levert zulk vakwerk dat ze in augustus een baby verwacht.’
Hij deed een stap achteruit en glimlachte breed toen zij hem ongelovig aanstaarde.
‘Zo is dat. Daarom ben ik hier. En ik kan je verzekeren dat ík de vader niet ben. Hier heb ik niks mee te maken.Maar ik ben getrouwd met de vrouw die dit kind gaat krijgen en als iemand denkt dat ik van plan ben het snotjoch van een Italiaanse loodgieter in huis te dulden en mijn eigen kinderen wijs te maken dat het net zo fatsoenlijk ter wereld is gekomen als zij, heeft hij het lelijk mis.’
Opnieuw die priemende vinger.
‘Dus zodra dat rotjong is geboren, lever ik het hier af. En als jij niet thuis bent, geef ik het aan die andere vrouw. En als er in geen van deze huizen van jullie iemand is, dan laat ik het gewoon voor je deur achter.’
Hij kwam dichterbij en liet zijn stem dalen.
‘En zeg maar tegen je man dat als ik dat porem van hem nog één keer zie, ik hem achternakom met de ijzeren staaf die ik altijd bij me heb. Begrepen?’
Eilis wilde het liefst negeren wat hij had gezegd en hem vragen uit welk deel van Ierland hij kwam, maar hij had zich al omgedraaid. Ze probeerde te bedenken wat ze kon zeggen om hem staande te houden.
‘Begrepen?’ vroeg hij nog eens toen hij bij zijn auto stond. Toen ze geen antwoord gaf, leek het alsof hij weer op het huis af zou lopen.
‘We zien elkaar begin augustus,’ zei hij, ‘of het wordt eind juli, maar dat zal de laatste keer zijn dat je me ziet, Eilis.’
‘Hoe weet je hoe ik heet?’ vroeg ze.
‘Die man van jou is een echte prater. Daardoor ken ik je naam. Hij heeft mijn vrouw alles over je verteld.’
Als hij Italiaans of gewoon Amerikaans was geweest, zou ze niet goed hebben geweten of hij misschien slechts dreigementen uitte waaraan hij geen gevolg zou geven. Hij was iemand die graag zijn eigen stem hoorde, dacht ze. Maar iets in hem kwam haar bekend voor, een koppigheid, misschien zelfs een zekere oprechtheid.
Ze had dit soort mannen gekend in Ierland. Als een van hen erachter kwam dat zijn vrouw was vreemdgegaan en zwanger was geraakt, zou hij het kind niet in huis dulden.
Maar in haar vaderland kon een man een pasgeborene niet zomaar bij een ander gezin afleveren. Hij zou door iemand worden gezien. Een priester, een dokter of een agent zou hem dwingen de baby terug te nemen. Maar hier, in dit rustige doodlopende straatje, kon de man een baby op haar stoep achterlaten zonder dat iemand het merkte. Dat zou hij zomaar kunnen doen. En door de manier waarop hij had gesproken, door zijn verbeten trek, zijn vastbesloten blik, was ze ervan overtuigd dat hij meende wat hij zei.
Toen hij was weggereden, liep ze terug naar de woonkamer en ging zitten. Ze sloot haar ogen.
Ergens, niet ver weg, woonde een vrouw die zwanger was van Tony. Eilis wist niet waarom, maar ze vermoedde dat de vrouw ook Iers was. Misschien dat een Ierse vrouw deze man makkelijker de baas over zich zou laten spelen. Elke andere vrouw zou waarschijnlijk voor zichzelf opkomen of hem verlaten. Het idee dat deze vrouw in haar eentje met een baby bij Tony zou komen aankloppen joeg haar ineens nog meer angst aan dan dat van een baby die voor haar deur zou worden achtergelaten. Maar toen ze zich dat onverbloemd voorstelde, werd ze ook daar onpasselijk van. Wat als de baby huilde? Zou ze hem oppakken? Zo ja, wat zou ze daarna dan doen?
Toen ze opstond en naar een andere stoel verhuisde, leek de man die zojuist nog in levenden lijve en zo indrukwekkend echt voor haar had gestaan, nu iemand over wie ze had gelezen of die ze op televisie had gezien. Hoe was het mogelijk dat het huis het ene moment volmaakt kalm was en er het volgende moment zo’n bezoeker op de stoep stond?
Als ze iemand erover vertelde, zou ze misschien weten wat ze moest voelen, wat ze moest doen. In een flits zag ze haar oudere zus Rose voor zich, die al meer dan twintig jaar geleden was overleden. Haar hele jeugd had ze voor elk wissewasje kunnen terugvallen op Rose, die altijd alles voor haar had geregeld. Haar moeder had ze nooit in vertrouwen genomen, en die was bovendien in Ierland en had thuis geen telefoon. Haar twee schoonzussen, Lena en Clara, kwamen allebei uit Italiaanse families en waren close met elkaar maar niet met Eilis.
In de gang keek ze naar de telefoon op het tafeltje. Was er maar een nummer dat ze kon draaien, een vriend of vriendin aan wie ze het voorval kon beschrijven dat zich zojuist voor haar deur had afgespeeld! Door iemand te vertellen over deze man – wat zijn naam ook was – zou hij niet ineens echter worden. Dat hij echt was, daar twijfelde ze niet aan.
Ze pakte de hoorn op alsof ze op het punt stond een nummer te draaien. Ze luisterde naar de kiestoon. Ze legde de hoorn neer en pakte hem weer op. Er moest toch iemand zijn die ze kon bellen? Met de hoorn bij haar oor besefte ze dat dat niet zo was.

[…]

 

Oorspronkelijke tekst © Colm Tóibín, 2024
Nederlandse vertaling © Nadia Ramer en De Geus bv, Amsterdam 2024

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks3