Leesfragment: Odyssee

17 september 2024, door Stephen Fry

24 september verschijnt Stephen Fry’s vierde Mythosboek: Odyssee. Een hervertelling van het grootste epos aller tijden (Odyssey), vertaald door Pon Ruiter, Ineke van den Elskamp, Frits van der Waa en Henny Corver! Wij publiceren voor. Lees nu een fragment en koop dat boek!

Na het internationale succes van MythosHelden en Troje vertelt Stephen Fry in dit laatste deel van zijn serie over de Griekse mythologie met zichtbaar schrijfplezier en zijn kenmerkende onderkoelde humor het verhaal van een van de beroemdste werken uit de klassieke oudheid: Homerus’ Odyssee. We volgen Odysseus nadat hij de gevallen stad Troje heeft verlaten. Tien lange jaren is hij onderweg naar huis, naar zijn vrouw Penelope op het eiland Ithaca. Onderweg vecht hij tegen monsters, moet hij verleidingen van godinnen weerstaan en lijdt hij onder de vloek van Poseidon. Lukt het hem om zijn weg terug te vinden?



 

Storm op til

Trireme. Uit Stephen Fry, Odyssee

De goden blikken neer op de aarde

Doorgaans worden wij stervelingen afgeschilderd als kinderen van de goden, maar de echte kinderen, dat zijn nu juist de goden. Net als kinderen hebben goden geen geduld. Net als kinderen barsten ze in woede uit wanneer ze hun zin niet krijgen, en als ze tot hun ergernis merken dat wat ze van zins waren toch niet naar hun zin is, gaan ze stampvoeten en schreeuwen. Boosheid is des te heviger en onverdraaglijker wanneer die op jezelf gericht is, of je nu sterfelijk of onsterfelijk bent.
Bij het zien van de rookwolken die opstegen uit de in puin gelegde stad Troje en het horen van de laatste jammerkreten van de slachtoffers en overlevenden werd athene bekropen door een onbestemde angst. Alles waarvoor ze zich had ingespannen was gelukt. paris, die de euvele moed had gehad haar schoonheid lager aan te slaan dan de oppervlakkige charmes van afrodite, had zijn lompheid duur moeten bekopen en was onder helse pijnen aan zijn einde gekomen voor de muren van zijn zelfgekozen vaderstad. helena, de vrouw die Paris met hulp van Afrodite had geschaakt, zou binnenkort terugkeren naar Sparta, samen met haar wettige echtgenoot, koning menelaos. Een groot onrecht was ongedaan gemaakt. De overwinning van de Griekse strijdmacht op de belegerde Trojanen was totaal.
Athene ervoer geen gevoel van triomf toen het rijke en roemruchte Troje door het vuur tot stof en as werd verteerd. Ze keek toe terwijl de inwoners werden verkracht, als slaaf werden meegevoerd of aan stukken werden gehakt in een nooit eerder vertoonde orgie van moordzucht en geweld. Wat ze voelde – nee, schaamte kon ze het niet noemen, want schaamte was alle Olympiërs vreemd – was een haar onbekende mengeling van afschuw en teleurstelling. Was het denkbaar dat de goden door de mensen waren aangestoken en zich nu ook overgaven aan zoiets idioots als innerlijke gevoelens? De mensen hoorden de goden niet te reduceren tot onvolmaakte evenbeelden van henzelf, maar door hen geïnspireerd te worden tot goddelijk gedrag.
Tegelijk met Troje was er ook iets anders verloren gegaan, maar Athene wist niet precies onder woorden te brengen wat dat was. Ze had het gevoel dat niets in de wereld, in die van de stervelingen noch van de onsterfelijken, ooit nog hetzelfde kon zijn.
Ze zag de zegevierende Grieken hun met kostbaarheden beladen wagens voorttrekken en hun slaven voor zich uit drijven in de richting van de Trojaanse kust, waar hun grote vloot al zo lang op het strand lag.
De wereld was ondergedompeld in een beklemmende stilte, en Athene kon het idee niet van zich afzetten dat er iets was verschoven in het evenwicht der dingen, dat de wereld van goden en mensen een verandering had ondergaan.
Haar Grieken hadden zich hun overwinning en al haar inspanningen om die tot stand te brengen onwaardig betoond. Het was onredelijk van haar, het was kinderachtig van haar, maar ze nam het hun kwalijk dat ze het punt hadden bereikt waar zij hen naartoe had geleid. Tot haar voldoening vond ze iets waar wij stervelingen ook altijd op uit zijn: een geschikter doelwit voor haar boosheid dan zijzelf.
Een gegronde reden om vertoornd te zijn was de weerzinwekkende misdaad die aias, de koning van Lokris, had begaan. Kleine Aias wordt hij door sommigen genoemd, om hem te onderscheiden van zijn naamgenoot Aias de Geweldenaar, de zoon van telamon, bekender onder zijn Latijnse naam Ajax, die we hier dan ook zullen gebruiken. Die Ajax was nog voor het einde van de oorlog een eervolle dood gestorven door de hand aan zichzelf te slaan, maar Kleine Aias had laten zien dat hij inderdaad de mindere van hen beiden was. In een nacht vol onbeschrijfelijke wandaden en talloze vergrijpen tegen alle fatsoensnormen had Aias ieder in verdorvenheid, gewelddadigheid en goddeloosheid overtroffen. Uitgerekend in een aan Athene gewijde tempel had hij de Trojaanse prinses kassandra, die daar haar toevlucht had gezocht, weggesleurd van het altaar waaraan ze zich vastklampte.
Er waren geen stervelingen getuige geweest van deze daad, maar Athene kon de zaak niet over haar kant laten gaan. Een wijkplaats was nu eenmaal een wijkplaats. Ze fluisterde de ziener van agamemnon, de profeet kalchas, nadere bijzonderheden in over de bezoedeling van haar heiligdom en hij briefde die over aan de vorsten en aanvoerders van het Griekse verbond, met als extra detail dat Aias Kassandra had verkracht.
Van alle Grieken die bij Athene in de gunst stonden was geen haar zo dierbaar als odysseus van Ithaka. Tot haar genoegen riep hij, zodra Kalchas’ beschrijving van de misdaad hem ter ore was gekomen, de anderen op om de verkrachter te stenigen.
Aias zocht een veilig heenkomen in een tempel, een laffe daad die Athenes verontwaardiging nog verhevigde. De verregaande goddeloosheid, de verbijsterende brutaliteit van een man die in de ene tempel zo’n schanddaad had begaan en nu in een andere om bescherming smeekte, mocht niet ongestraft blijven. En toch weigerden de Grieken – ondanks de aansporingen van Odysseus en diomedes van Argos, een andere gunsteling van Athene – die tempel te betreden, uit angst zich de toorn op de hals te halen van de lagere godheid aan wie het heiligdom was gewijd.
Agamemnon maakte intussen zijn eigen vloot gereed voor de thuisreis naar Mykene, en liet zijn galeien volladen met de fraaiste buitgemaakte Trojaanse kostbaarheden, waar hij als opperbevelhebber van het invasieleger aanspraak op kon maken. Tot de menselijke krijgsbuit hoorde diezelfde onteerde Kassandra, die hij had afgenomen van Aias. Het was nu haar noodlot om in gevangenschap meegevoerd te worden naar het paleis van Agamemnon, waar ze een van zijn concubines zou worden. Als ze eenmaal te oud was om nog seksuele diensten te verlenen, zou ze de rest van haar leven in de keukens mogen slijten.
Kassandra, die een dochter was van koning priamos en koningin hekabe, en dus een zuster van hektor en Paris, had haar leven gewijd aan een bestaan als priesteres in de tempel van de god apollo. Nog maar kort nadat ze die rol op zich had genomen viel Apollo zelf voor haar schoonheid. Hij bood aan haar helderziend te maken, een gave die ze dankbaar aanvaardde. Toen hij aanstalten maakte om de naar zijn idee geëigende tegenprestatie voor dit geschenk op te eisen, weerde ze hem af, ontzet door het idee dat hij zelfs maar kon denken dat hij daarmee het recht op haar lichaam had verworven. Apollo, die zich op zijn beurt gekwetst en vernederd voelde, kon zijn geschenk niet terugnemen – geen god kan dat – maar hij kon het wel misvormen. Hij spuwde in haar mond. Voortaan zou niemand ooit nog geloof hechten aan haar voorspellingen, ook al waren ze altijd onfeilbaar accuraat.
De schrijnende wreedheid van Apollo’s vloek was misschien wel het duidelijkst aan het licht getreden op de noodlottige ochtend dat de Trojanen Odysseus’ houten paard voor de stadsmuren hadden zien staan. De enorme strijdmacht van de Grieken en hun op de kust liggende schepen waren verdwenen. Juichend van blijdschap maakten de Trojanen zich op om het paard de stad binnen te halen. Kassandra, die inzag dat het een valstrik was, had hun gesmeekt het gevaarte met rust te laten. Ze voorspelde dat het paard niets anders zou brengen dan dood, verderf en ondergang. Maar natuurlijk had niemand naar haar geluisterd.
Vervolgens had ze moeten toezien hoe haar familie nagenoeg werd uitgemoord en haar stad in puin werd gelegd. En nu zat ze geketend aan boord van een schip dat haar zou meevoeren naar een bestaan als rechteloze concubine. Merkwaardig genoeg beklaagde ze zich niet over dit verschrikkelijke lot. Integendeel, ze lachte en beschreef luidop en tot in de grimmigste details wat er na aankomst in Mykene met haar en Agamemnon zou gebeuren.

Over de volle lengte van het strand waren de zegevierende Grieken en hun bondgenoten bezig hun schepen vol te laden met de laatste buitgemaakte goederen uit de gevallen stad. Gieren en jakhalzen laten een kadaver niet met rust tot het laatste stukje vlees van de botten is gerukt. In Athenes ogen waren de Grieken, door te doen of ze als overwinnaars boven alles verheven waren, nog erger dan gieren en jakhalzen.
Er waren uitzonderingen. nestor, de bejaarde koning van Pylos, was al vertrokken en had maar heel weinig kostbaarheden meegenomen. Ook de schepen van idomeneus van Kreta en Diomedes van Argos voeren al in zuidelijke en westelijke richting huiswaarts. Blijkbaar hechtten ze meer aan hun vrouwen, gezinnen en koninkrijken die thuis op hen wachtten dan aan gouden schalen en mooie slavinnen.
Niemand popelde heviger om naar huis terug te keren dan Odysseus van Ithaka. Athene zag hem aan boord gaan van zijn vlaggenschip. De vloot waarover hij het bevel voerde bestond uit twaalf galeien, elk met een meer dan veertigkoppige bemanning. Bij windstil weer konden de mannen zo nodig aan de riemen gezet worden, maar ze hoopten natuurlijk op een gunstige wind die hen snel naar huis kon voeren. Als eenmaal de passende gebeden waren uitgesproken en er offers waren gebracht, zouden ook zij de vervloekte kust verlaten waarop ze tien lange jaren hadden vastgezeten.

[...]

 

Copyright © 2024 Stephen Fry
Copyright Nederlandse vertaling © 2024 Pon Ruiter, Ineke van den Elskamp, Frits van der Waa en Henny Corver

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks2