Lore Aertsen is genomineerd voor de Filter Vertaalprijs voor Kinder- en jeugdboeken met haar vertaling van Gregory Maguires Cress Watercress (met illustraties van David Litchfield): Tess Waterkers! Lees nu een fragment en koop dat boek.
Een hedendaags verhaal, in de traditie van de tijdloze klassiekers van Waterschapsheuvel en De wind in de wilgen, met adembenemende illustraties die het bos en de fantasierijke bewoners ervan tot leven brengen. Een boek over familie, opgroeien, verhuizen en je plek vinden in een gemeenschap. Een gloedvol geïllustreerd dierenverhaal over een konijnenfamilie die een nieuwe thuis zoekt.
Op een ochtend komt papa niet terug van zijn nachtelijke honingzoektocht. Tess hoopt dat alles nog goedkomt, maar mama vreest het ergste. Ze beslist om met haar kinderen te verhuizen naar de Kelder van Gebroken Armen. Het kleine appartement in de oude, vochtige eik heeft een achterdochtige uil als huisbaas, een nieuwsgierige conciërge, en als buren een luidruchtige familie eekhoorns en twee zangvogels die bijzonder graag roddelen. Kan deze dode boom vol vervelende bewoners, en zonder papa, ooit hun nieuwe thuis worden?
1
Een thuis met naakte ramen
Mama trok haar zelfgemaakte gordijnen los en propte ze in de tas. De ramen verhulden niet langer hoe anders alles nu was. ‘Ik denk dat het tijd is,’ zei mama. Ze trok de linten van haar schort strakker. Ze keek haar kinderen niet aan. ‘Is iedereen klaar?’
Tess haalde haar schouders op. Haar mond was droog, haar woorden zaten vast.
‘Je zult hem moeten dragen, Tess,’ zei mama. ‘Ik heb mijn armen vol. Lukt dat?’
Pip zeurde, hij was een en al zure melk op zoute zeep. ‘NIET WEG.’

‘Stil nou,’ zei mama. ‘Het is zo al moeilijk genoeg. Doe mama een plezier en wees een braaf konijntje.’
Pip wierp zich midden in het lege hol op de grond. Het zachte, geweven tapijt op de vloer lag er niet meer. Pip schaafde zijn voeten toen hij begon te schoppen. Hij huilde nog harder.
Mama legde de kaart neer, de met touwtjes vastgebonden pakjes, de reistas en de plunjezak vol wortelen. Ze pakte de kleine Pip op. Omdat ook de schommelstoel weg was, wiegde ze zelf heen en weer.
‘Waarom word je niet rustig, mopje?’ vroeg mama. ‘Ik weet niet wat ik met je aan moet.’
‘Hij wil zijn troetelwortel,’ zei Tess.
‘Wil WOTTIE,’ zei Pip.
‘Die heb ik geloof ik al ingepakt en vooruit gestuurd,’ zei mama.
‘Nee,’ zei Tess. ‘Hij zit vast in de kap van zijn kruippakje. Kijk, Pip! Hier is je wortel.’
‘WOTTIE,’ zei Pip. Er kwamen meer tranen, en uit meer dan één paar ogen.
‘Nu zijn we klaar,’ zei mama. Pip kroop op de rug van Tess. Die pakte mama’s poot stevig vast.
Ze verlieten hun huis voor de laatste keer. Ze deden niet de moeite om de deur op slot te doen of om te kijken, er was niemand die hen uitzwaaide.
2
Diner bij maanlicht
De ondergaande zon was een plompe mandarijn in een netzakje van sliertige wolken. De lucht was koel en klam. Een paar vogels zongen in steeds lagere tonen. ‘Waar gaan we heen?’ vroeg Tess.
‘Dat zie je wel als we er zijn,’ zei mama kort. Tess wist dat het gesprek daarmee voorlopig voorbij was.
Pip zoog op de punt van zijn troetelwortel en zweeg. Maar Tess dacht dat ze hem hoorde mompelen: ‘Papa?’

Ze kon het niet opbrengen om ‘niet papa’ te zeggen, dus ze zei: ‘Kijk, Pip. Er hangt een kleine kapotte cirkel in de lucht. Is dat de maan, mama?’
‘Je hebt de maan al eerder gezien,’ zei mama. ‘Je kent de maan.’
‘Ik herinner het me niet meer,’ zei Tess. ‘Ik mag ’s nachts nooit naar buiten.’
Ze zwegen. Het gras zag eruit als avondeten, en het smaakte ook als avondeten. Diner bij maanlicht, dacht Tess. Papa zou dit geweldig vinden.
Papa zou dit geweldig hebben gevonden.
3
Waar we heen gaan
Mama was haar kaart kwijtgeraakt.
Aan de overkant van het water sliepen de eenden. Ze waren te ver weg om ze wakker te maken om de weg te vragen.
Vlakbij verstrengelden doorntakken zich, een donker zwaardgevecht dat afstak tegen hoge rotsen van zilveren maanwolken.
De familie bleef stokstijf staan toen Monsieur Reynaert voorbijkwam met een portie kip, maar hij had zijn kaken al vol. Hij zou mama en haar kinderen vanavond niet lastigvallen.
‘We hebben het gehaald,’ zei Tess, die haar best deed om niet te staren terwijl ze zich verder haastten.
‘Gewoon geluk gehad,’ zei mama. ‘De vos had zijn maaltijd al gekozen.’

‘Denk je dat we die arme kip hadden moeten helpen?’ vroeg Tess.
‘Daar was ze al te dood voor, ben ik bang,’ antwoordde mama.
‘O.’ Tess dacht na. ‘Is papa door een vos gepakt?’
‘Stil!’ Mama keek naar haar kleintje. Maar Pip sliep en droomde over wortels die dropen van honing.
Mama legde haar poot op de schouder van Tess. ‘We zullen waarschijnlijk nooit te weten komen wat er met papa is gebeurd,’ zei ze. ‘Maar nu zijn we hier, en in het bos woont wel meer dan één vos. Dus we moeten voorzichtig zijn. Had ik die kaart maar niet verloren.’
‘Weet je waar we heen gaan?’ vroeg Tess.
‘Natuurlijk weet ik waar we heen gaan.’ Mama zweeg even, streek haar snorharen glad en keek rond. ‘Ik weet de weg alleen niet.’
©