Nu in onze boekhandels en warm aanbevolen door onze Haarlemse boekverkopers: Anne-Gine Goemans’ nieuwe roman Wondermond. Lees een fragment en koop dat boek!
Boye de Koning lijkt verzekerd van een gouden toekomst totdat zijn vader wordt opgepakt voor beleggingsfraude. Samen met zijn moeder vlucht Boye van Bloemendaal naar zijn oma in het vissersgehucht Wondermond in Friesland, waar een oude scheepsramp de dorpelingen nog stevig in zijn greep houdt.
Anne-Gine Goemans etaleert haar talent als verhalenverteller door historische gebeurtenissen en hedendaagse thema’s moeiteloos met elkaar te verknopen.
- ‘Leerlingen verslinden de boeken van Goemans. Door de combinatie van waargebeurde elementen, humor en levendige dialogen zijn de boeken zijn voor jongeren. Zij leren van de geschiedenis, er valt wat te lachen en ze voelen zich begrepen doordat ze herkenning vinden in de sprekende personages. Kom maar door met het nieuwe boek Wondermond!’ – Sophie Beerman, docent Nederlands
1
Mei 2008
Het enige wat mijn moeder ooit uit Friesland meenam was mijn naam. Ik was vernoemd naar haar broer Boye, die op zee was omgekomen bij brand op een schip. Een stompzinnige dood met al dat water om hem heen. Ik wist niet of die gebeurtenis de reden was dat ze Friesland haatte, maar die haat zat heel diep. Als de Elfstedentocht in de lucht hing, liep ze dagenlang humeurig door het huis en mompelde ‘Liever een dooie hond dan een levende Fries’. Hoewel ze er alles aan deed om haar afkomst te verbergen, raakte ze het accent nooit helemaal kwijt. Je kon het horen als ze een glaasje te veel ophad, dan werd haar spraak zangerig en leken alle zinnen te eindigen in een vraag.
Het noorden bestond voor mijn moeder niet meer, maar toen we niks meer hadden gingen we er toch heen. Naar Wondermond, haar geboortedorp in Friesland. Vluchten is een beter woord. Onze Poolse schoonmaakster Paulina reed. De fiod had op al onze bezittingen beslag gelegd, inclusief de auto’s en mijn scooter. Mijn moeder belde haar vriendinnen om te vragen of ze ons naar Wondermond konden brengen. Allemaal hadden ze een excuus. Alleen de schoonmaakster wilde het doen, in ruil voor een Prada-tas die mijn moeder uit handen van de fiod had weten te redden.
Voor het eerst van mijn leven reed ik over de Afsluitdijk. Ik zat achterin met Klaas, onze oude, te dikke labrador, die voor de opsporingsdienst geen waarde had. De wind rukte aan de kleine Renault, de handen van Paulina knepen in het stuur. Ze reed zeventig op de snelweg en we werden ingehaald door claxonnerende automobilisten. Mijn moeder zat nog rechter dan anders, waaruit ik opmaakte dat ze gespannen was. Haar slanke hals leek een meter lang.
Tijdens de rit had ik meer dan genoeg tijd om na te denken over de afgelopen dagen. Op donderdagavond, toen we alles nog hadden, was er een sixtiesfeest in onze tuin. Mijn ouders stonden erom bekend dat ze de beste feesten in Bloemendaal gaven. Mijn vader droeg een lichtblauw uniform met gouden knopen en epauletten op de schouders, zoals Paul McCartney op de hoes van Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band. Mijn moeder liep rond in een jumpsuit, om haar lange blonde haren droeg ze een band afgezet met madeliefjes. Voor mij had ze een fonkelend kostuum gekocht waarin ik eruitzag als een pooier.
Wekenlang was mijn moeder bezig met de inrichting van de tuin. Oranje zitzakken en retroparasols bij het zwembad, lavalampen, vlaggetjes met het vredesteken. Ze had een jarenzestigcaravan laten neerzetten waarin gasten films uit die tijd konden zien. Breakfast at Tiffany’s, Barbarella, Once Upon a Time in the West. Drankjes, hapjes, muziek, bediening, dj: alles klopte tot in de kleinste details. Mijn moeder was een perfectionist met goddelijke gaven. Ze kon zelfs het weer regelen. Donderdag 22 mei 2008 was een ongekend zwoele avond.
Het glooiende gazon stroomde vol met dorpsgenoten, in een bonte optocht van hotpants, minirokken, jeans met wijde pijpen, funky zonnebrillen en gebloemde jurken. Oud en nieuw geld smolten dansend samen op de muziek van The Mamas & The Papas. Wij behoorden tot de laatste categorie. Mijn vader, Erik de Koning, had zich opgewerkt vanuit een lagere rang van bouwvakkers en onderaannemers tot een gerespecteerd beleggingsadviseur. In tegenstelling tot zijn soortgenoten met nieuw geld schepte hij niet op over zijn bezittingen, noch droeg hij opzichtige Rolex- of Patek Philippe-horloges. Hij kende de omgangsvormen binnen oude rijke families en sprak zelden over zijn zelf vergaarde fortuin. In restaurants nam mijn vader nooit de duurste of grootste fles wijn. Dat deden alleen de nieuwe rijken die in financieel opzicht in een hogere klasse terecht waren gekomen maar qua beschaving ongeletterde sukkels bleven. Boeken lazen de nieuwe rijken amper, met uitzondering van autobiografieën van profvoetballers en criminelen. Mijn vader las wel, kasten vol. De linkervleugel van onze villa had hij ingericht als bibliotheek, met hoge ebbenhouten kasten, Perzische kleden en een open haard.
Natuurlijk zagen buitenstaanders zonder geld het verschil niet tussen oud en nieuw. Voor hen was het één grote orgie van dure auto’s, zwembaden, landhuizen, jachten. Toen ik bij een docent op de middelbare school moest nablijven en hem mijn strafwerk overhandigde, nam hij me van achter zijn bureau peinzend op. Arrogant keek ik neer op zijn kalende schedel. ‘De Koning,’ zei hij vermoeid, ‘vroeger had je in een klas er altijd wel eentje met te veel geld. Ik pikte ze er zo uit. Maar nu heb ik klassen vol van die ettertjes die denken dat school tijdverspilling is omdat ze toch nooit aan het werk hoeven.’
Ik lachte hem in zijn gezicht uit. In die tijd was ik een verwend klootzakje. Volgens mijn ouders was ik een fantastisch, uniek wezentje dat voorbestemd was tot grootse daden. Dankzij mijn achternaam werden deuren geopend en had ik altijd voorrang, de beste plaats op de voorste rij. Alleen losers zoals mijn leraar vonden dat anderen te veel hadden. Losers hadden altijd een sneu excuus om te verklaren waarom hun leven mislukt was. Zo dacht ik toen en ik was er heilig van overtuigd dat er nooit een einde zou komen aan mijn geweldige leven. Ik was verzekerd van een goudomrande toekomst.
‘We krijgen alles toch weer terug?’ vroeg ik vanaf de achterbank terwijl we over de Afsluitdijk tuften.
‘Uiteraard,’ antwoordde mijn moeder.
‘Hebben ze ook op mijn vliegticket beslaggelegd?’ Die zomer zou ik na mijn diploma-uitreiking met vrienden naar Ibiza gaan.
‘Natuurlijk niet. Maak je geen zorgen. Die hele inbeslagname berust op fouten. Zodra dat duidelijk is gaan we weer naar huis.’
Paul McCartney trad in onze tuin op. Iedereen wist dat het om een imitator ging, toch vielen de ruim vijfhonderd gasten stil toen hij vanuit de puntige podiumoverkapping op een trapezeschommel met gitaar en zonnebril naar beneden suisde. De nep-Sir Paul speelde de eerste akkoorden van ‘Can’t Buy Me Love’. Mijn moeders vriendinnen zongen in orgastische staat mee. Een buurman met langharige pruik viel op zijn knieën en kuste het gemillimeterde gazon. Mensen houden zichzelf graag voor de gek. Een gegeven, leerde ik later, waar mijn vaders rijkdom op was gebouwd.
Emilia stond naast me. Ze zag eruit als een snoepautomaat in een jurkje met roze en groene stippen. In haar zwarte haren een kunstbloem.
‘Wie is hij?’ vroeg ze.
‘Paul McCartney.’ De toevoeging imitator liet ik achterwege. Ik wilde dat ze dacht dat we een levende legende konden fiksen.
‘O,’ zei ze onverschillig en ze pakte mijn hand. We hadden vijf keer gezoend en ze had me één keer afgetrokken. Dat ze mijn hand vasthield in het bijzijn van onze ouders en vrienden was een goed teken.
Paul McCartney zette zijn tweede nummer in en spontaan vormde het publiek een gospelkoor. Als één man zongen we ‘When I find myself in times of trouble… mother Mary comes to me...’ Het was een heilig moment met Sir Paul, die als een langverwachte profeet tot ons was gekomen. Honderden lampjes lichtten onze gezichten op. Ik kuste Emilia, een hoogtepunt in mijn zeventienjarige bestaan dat geplaveid was met hoogtepunten. Als ik op dat moment mijn gelukstoestand kon afmeten aan de diepte van ons zwembad, dan was ik zielsgelukkig.
[…]
© 2024 Anne-Gine Goemans