Leesfragment: Beladen huis

09 april 2025, door Christien Brinkgreve

De onverwachte en terechte bestseller (een van de beste boeken volgens de kranten) van dit moment is Christien Brinkgreves Beladen huis. Tijd voor een fragment!

Beladen huis is het relaas van een vrouw na het overlijden van haar man. Na zijn dood dringt tot haar door dat hun huis overwoekerd is geraakt met spullen en zwaarmoedigheid. Terwijl zij de kamers opruimt, ontstaat langzaam weer ruimte in haar gevoelens voor hem. Ze wil terugvinden hoe hij ooit was, hoe zij ooit was en begrijpen waarom hun leven samen is gelopen zoals het is gelopen. Herinneringen komen terug, de doorwerking van het verleden wordt zichtbaar, materiële en psychische verwerking gaan hand in hand.

Beladen huis is een moedige memoir over de ruimte die je inneemt in een relatie, in een gezin, in de maatschappij, als moeder en als vrouw, over eenzaamheid, angst en de keuzes die we maken uit liefde.

 

1

De foto van de begrafenis: ik zie mijzelf daar staan, kan er lang naar kijken, als naar een vreemde. Ben ik dat? Ben ik er wel bij?
Vóór mij staat de kist, daarin mijn overleden man, naast mij staan onze zonen, zijn dochters en kleindochter dichtbij. Ik voel weer de steunende hand op mijn schouder van mijn zusje achter me.
Ik zie hoe na de toespraken van vrienden en de kinderen, na de muziek die vooral geen klassieke muziek moest zijn, de kist wordt opgetild door zonen en neven en zich een lange stoet in beweging zet.
Het is begin maart, koud en helder, net als bij de begrafenis van mijn moeder die op een dag na een jaar eerder overleed. De ervaringen vallen over elkaar heen: hetzelfde licht, dezelfde begrafenisondernemer, dezelfde familie om me heen. Maar nu is het mijn man, en loop ik gestut door mijn schoondochters voor aan de stoet. Ik voel hun armen om me heen en voel me beschut in de kilte van de dood.
Ik zie vrienden, bekenden, halfbekenden, vroegere collega’s, schimmen uit een soms ver verleden. Alles staat helder op mijn netvlies. Hoe de mensen aangeslagen in de zaal zitten: de liefde en waardering voor hem is voelbaar. Hoe in de tussenruimte waar familie en intieme vrienden elkaar van tevoren treffen een goede vriendin van ons me bijna smekend vroeg of het einde niet toch goed was geweest. Nee, had ik gezegd, en vraag me dat nu alsjeblieft niet want anders ga ik huilen.
Huilen deed ik toch, bij de toespraken van de vier kinderen, aangedaan door hun oprechtheid, hun verlangen naar hun moeilijk bereikbare vader, ieder op een eigen manier, met eigen pijn en verdriet, allen liefdevol. Wil jij niet ook iets zeggen, was me gevraagd. Ik kon het niet. Ik liet dit aan de kinderen en vrienden over. Het enige wat ik had kunnen zeggen was: je hebt het ons heel moeilijk gemaakt, maar we hielden toch van je. ‘Dat kan niet,’ zei de vriendin die de bijeenkomst leidde, ‘dan kun je maar beter niets zeggen.’
De woorden komen nu pas, nu een jaar verstreken is.
Ik kijk weer naar de foto. ‘Je zag eruit als een oudere Franse actrice,’ had mijn oudste zusje naderhand tegen me gezegd, rechtstreeks als ze altijd is. ‘Je stond daar als een personage in een Griekse tragedie,’ mailde een vriendin me. ‘Aangetast, aangedaan, met een blik die verder ging dan het moment.’
Ik denk dat dat klopt: ik was erbij, en er niet bij. Ik denk dat het opging voor de lange periode die hieraan voorafging. Wie was hij? Met wie had ik geleefd? En ook: waar was ik gebleven, wie was ik? Waar was ik in verzeild geraakt?

2

Na de begrafenis gingen we naar ons huis, mijn huis nu. Ik had een kleine ontvangst georganiseerd, of eigenlijk had mijn nichtje dat gedaan. In de week ervoor, tussen overlijden en begraven, hadden we veel in de kamer gezeten, bij de kist, soms met de paar mensen die op deze manier nog afscheid wilden nemen en die we dan alleen in de kamer lieten. Het was een wonderlijke tussenweek, een soort eiland tussen die indrukwekkende laatste fase van wegebbend leven dat zich in de beslotenheid voltrekt, en de hectiek van de naderende begrafenis, een openbaar gebeuren.
We zaten op de bank tegenover de kist, mijn zusje, haar dochter en ik. Of ik nog wat achteraf ging doen, vroeg mijn nichtje. Ik vond dat een goed idee, opperde vaag iets over saucijzenbroodjes, waarop mijn nichtje resoluut zei: laat dit maar aan mij over. Dankbaar aanvaard.
Het was goed om na de begrafenis niet in mijn eentje terug te keren. Het huis was in de tussentijd met een paar handige ingrepen – strijkplank werd bijzettafel, tafel werd buffet – gereedgemaakt voor ontvangst. Die speciale stemming na een begrafenis: van honger en emoties, van herinneringen en weerzien. Ik herinner me vooral dat er ook vrolijkheid was, dat er ook jonge mensen waren, nichtjes en neven, vrienden van de kinderen. Dat het eten lekker was, dat ik veel dronk, en doodmoe was. En genoot van weer leven in huis. Ik zag een enkele sceptische blik op de staat van verwaarlozing van het huis, maar het was niet de avond om me daar iets van aan te trekken. Ik ging op een gegeven moment naar boven, naar mijn bed, mijn jongste zoon en zijn vrienden bleven nog, wat ik heel fijn vond. Ik lag daar, beneden hoorde ik stemmen, gelach, op een goed moment een bons, gevolgd door de voetstappen van mijn zoon die stil de trap op liep, bezorgd of ik wakker was geworden. De vriendin van een van zijn vrienden had een handstand tegen de muur gemaakt, was omgevallen en met een doffe dreun weer op de vloer beland. Ik kon me geen betere inwijding voorstellen van de nieuwe fase die nu zou aanbreken: ik zou, stelde ik me voor, geregeld vallen, maar toch uiteindelijk wel goed terechtkomen.

[…]

 

© 2025 Christien Brinkgreve

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks3