Leesfragment: Damian

29 januari 2025, door Edzard Mik

5 februari verschijnt de nieuwe roman van Edzard Mik: Damian! Die dag wordt het boek ook gepresenteerd op het Spui. Wij publiceren voor. Lees een fragment en bestel dat boek!

‘Als Damian zijn moeder ergens mee associeert, dan is het wel met harde wind, gure wind, wind die nooit zal luwen en voor altijd door hem heen zal blijven gieren alsof hij uit niets dan kieren en gaten bestaat. O ja, ze is er dus eigenlijk al, ze kondigt zichzelf daar buiten aan, ze wordt voorafgegaan door de wind die ze zelf is, maar wat kan hij anders doen dan haar binnenlaten als Tess haar komt afzetten?’

Jongerenwerker Damian krijgt zijn oude moeder door zijn zus thuis afgeleverd omdat ze een gevaar voor zichzelf zou vormen. Maar is ze wel dementerend? En waarom neemt hij haar in huis en gaat hij voor haar zorgen? Wat is dat eigenlijk, goeddoen, en is dat überhaupt mogelijk?



 

1

Het is zondagochtend, geen sterveling op straat, en, niet onverwacht, het is gaan waaien. Rafelige flarden jagen langs de hemel, op de balkons wappert wasgoed, een plastic zak roetsjt over het trottoir, koprolt enkele keren, warrelt op en raakt verstrikt in een struik, bladeren dansen door de lucht, buitelen over het asfalt en vallen neer, worden opgepord en buitelen weer verder, langs de rij auto’s en het bushokje en die stomme opeenvolging van populieren, die hem met hun soepele stammen en zwaaiende takken ineens tegenstaan. Als Damian zijn moeder ergens mee associeert, dan is het wel met harde wind, gure wind, wind die nooit zal luwen en voor altijd door hem heen zal blijven gieren alsof hij uit niets dan kieren en gaten bestaat. O ja, ze is er dus eigenlijk al, ze kondigt zichzelf daar buiten aan, ze wordt voorafgegaan door de wind die ze zelf is, maar wat kan hij anders doen dan haar binnenlaten als Tess haar komt afzetten?
In de verte één, twee lichtjes, een auto die de straat in draait, geen idee welke kleur die van Tess heeft, welke kleur en welk merk, zo lang als hij haar ook niet heeft gezien. Vaart mindert de auto niet en verderop slaat hij af, troosteloos genoeg, maar voor het overige niets aan de hand, de straat is alweer leeg, misschien heeft ze uiteindelijk toch ingezien dat ze dat echt niet kan maken, mama bij hem afleveren en zelf weer afreizen alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Hij kon zijn ogen niet geloven toen ze hem dat appje stuurde, hij werd er zozeer door overvallen dat hij niet eens wist wat hij ervan moest denken, hij belde haar meteen en liet de wachttoon overgaan tot zijn oor gloeide en belde haar nog eens, en nog eens – was ze helemaal gek geworden? Ze nam niet op en moest al van de andere kant van de stad onderweg zijn, alsof ze de Dakar Rally rijdt, piepend remmend, driftig optrekkend, ronkend gas gevend, door de bochten gierend; maar hopen dat ze geen fietser, voetganger of duif onder de auto krijgt.
Het zou hem ook niet moeten verbazen, typisch Tess om koste wat kost haar zin door te drijven en zich geen moment af te vragen of Bianca en hij dat wel zien zitten, mama in huis nemen. Wat ze zich in het hoofd heeft gehaald moet en zal uitgevoerd worden, ze is dwingend, op het tirannieke af. Als kind had ze dat drammerige al, ze kon jengelen tot je er hoorndol van werd, mama verdroeg dat niet en maakte voortdurend ruzie met haar maar papa had een heimelijk ontzag voor dat redeloze fanatisme. Hij zag daar iets in, hij herkende daar iets in, iets bijzonders, een drive die haar nog ver zou brengen, de wil om koste wat kost te slagen en het ver te schoppen in een wereld van competitie en strijd, en hoe klein ze toen ook was, die nauw gerezen mondhoeken van hem ontgingen haar niet als ze weer eens stond te briesen om het een of ander gedaan te krijgen – ze had donders goed door dat ze op zijn steun kon rekenen.
Mysterie van de opvoeding: je kunt je nog zoveel voornemen, maar uiteindelijk draag je vooral je dromen en angsten op het nageslacht over, zaken waar je geen zeggenschap over hebt. Wat ‘opvoeding’ wordt genoemd, waggelt daar machteloos gebarend achteraan.
Dat kan ook gunstig uitpakken, hij zal de laatste zijn om zich erover te beklagen. Hij kreeg vroeger de zenuwen van zijn moeder en probeerde haar als het ook maar enigszins kon te ontwijken. Op haar schoot klimmen of bij haar in bed gaan liggen en tegen haar aan kruipen zoals kinderen dat graag bij hun moeder doen, zou hij nooit in zijn hoofd halen. Een aai over zijn bol halen als hij gevallen was: geen sprake van. Maar dat hij tegen haar wens in zijn eigen weg gaat en keuzes heeft gemaakt die ze totaal niet zag zitten, ontleent hij aan haar eigengereidheid, dat realiseert hij zich elke keer weer als hij jongerenhonk Viooltjesplein of snackbar Al Jannah binnenstapt en zijn losgeslagen clientèle daar ziet rondhangen.
Tegen haar wil in, in haar geest, zo maakt hij er dagelijks zijn entree. Als ze dat zou zien, dan zou ze zichzelf in hem herkennen. Ze zou er niets van laten blijken maar misschien zou ze toch een beetje trots zijn.

Hij zal het een week aanzien en moeder dan weer naar huis brengen. Hoe komt Tess er ook bij dat ze niet meer voor zichzelf kan zorgen en een gevaar voor zichzelf is? Moeder is een en al vitaliteit, ze houdt zich jong met die litanieën van haar, die wekken energie op, genereren levenskracht, als het razende water van een bergstroom. De laatste keer dat hij bij haar op bezoek was klaagde ze als vanouds over auto’s die steeds groter werden, scooters die haar van de sokken reden, buren die hun kinderen naar de verste landen meesleepten, stedentrips die werden geboekt om te beleven wat je overal beleeft, mensen die te veel geld hadden en van gekkigheid niet wisten waaraan ze het moesten uitgeven, jongeren die alleen voor de lol leefden, linkse politici die duur uit eten gingen, vluchtelingen die kwamen profiteren, klaplopers die te beroerd waren om te werken en hun handje ophielden, krakers die de mond vol hadden over een betere samenleving maar niets anders wilden dan gratis wonen, en ineens met verschrikte blik en een breekbare stem, over een van haar vriendinnen, Trudy, die haar nooit meer belde of langskwam omdat ze iemand had ontmoet; ‘dat gedoe met de liefde gaat tot het bittere einde door, Damian. Dat stopt nooit, ook niet als je al tachtig bent. Mensen blijven erin geloven en geven zich er helemaal aan over, alsof niets anders er nog toe doet en er niemand anders meer bestaat’, en om hem bij de les te houden stootte ze met de rug van haar hand tegen zijn bovenarm.
Met beschuitkruimels op de lippen en kin, een lik jam op de punt van de neus begon ze in één adem door over hém te klagen. Dat werk van hem was onderbetaald en ver beneden zijn niveau. Hij had alles kunnen worden, dokter, chirurg, advocaat, rechter, net zoals zijn vader, maar hij vergooide zijn leven en gaf zich liever af met schorriemorrie dat hem voor allerlei dingen liet opdraven en misbruik maakte van zijn goeiigheid en ondertussen, terwijl hij zich dus aan het uitsloven was en alles voor hen regelde, uitkeringen, schuldsaneringen, reclassering, therapieën en cursussen, gewoon bleef roven en inbreken, dealen en gebruiken, omdat ze dat nou eenmaal gewend waren te doen en ze ook niet zonder die peperdure horloges, smartphones en scooters schenen te kunnen. Ze zag aan hem hoe hij erdoor was veranderd, er was iets onbehouwens in zijn manier van bewegen geslopen, iets vulgairs, alsof het hem niet meer uitmaakte wat hij deed en hoe hij zich aan anderen presenteerde, ‘je zou jezelf eens moeten zien lopen, Damian, die schommelende gang, dat zwaaien met je armen, als een... als een... als een ááp...’ Hij was er ook anders van gaan praten, slordig en grof, hij slikte woorden in of gooide ze er keihard uit en was woorden gaan gebruiken die zij hem niet had geleerd en die ook niet bij zijn afkomst pasten. Wat dacht hij wel, ze was niet doof, ze had het wel gehoord, hoor, als hij met een van die knapen aan het bellen was, woorden zoals ‘waggie’, ‘fissa’, ‘skeer’ en ‘doekoe’, en ze sprak die tergend langzaam uit, met getuite lippen en een vies gezicht, hoe kreeg hij die woorden uit zijn mond? En dan zijn kleren, hij kleedde zich als dat tuig, dat leren bomberjack bijvoorbeeld, met die bontkraag, en die slobberige sweaters en T-shirts met van die vreselijke kleuren en kreten erop, en dan die laarzen, of hoe noemde je die ook alweer, die boots waren ook al zo ordinair, hoe durfde hij zich ermee in het openbaar te vertonen zonder zich te generen?

[…]

 

Copyright © 2025 Edzard Mik

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks2