Leesfragment: Dievenland

07 oktober 2025, door Janna Coomans

Nu op de shortlists van de Libris Geschiedenisprijs én de Boekenbon Literatuurprijs: Janna Coomans’ Dievenland. Overleven in de middeleeuwen! Tijd voor een fragment.

Een meisje dat stiekem een koe van een nonnenklooster melkt, een edelsmid die een molenaarsvrouw versiert met een gestolen boek, een gezin dat een gejatte jas voor de zekerheid uitrafelt en dan het draad verkoopt, of een knecht die het schaap van zijn stiefvader opeet: wat gestolen wordt, is waardevol. En wie iets steelt, geeft een inkijkje in zijn leven en inventiviteit.

Op basis van tot nu toe onontdekte dievenbekentenissen verkent Janna Coomans de dagelijkse handel en wandel van de late middeleeuwen. Dievenland is een uitzonderlijk levendig boek over gewone mensen die geconfronteerd werden met instabiliteit en onzekerheid in de laatmiddeleeuwse Lage Landen.



 

Inleiding

Kampen ca. de vijftiende eeuw was een havenstad bevolkt door vissers, ambachtslieden, handelaren, gezellen en geestelijken, bestuurd door een stadsoverheid met eigen wetten. De bevolking bad samen in een van de twee parochiekerken, zag elkaar op straat, maakte een praatje bij de voordeur, kocht eten op de markten, werkte in de haven, op het land of beoefende een van de vele ambachten. Men dronk, danste en speelde in taveernes en herbergen, zoals de Gouden Helm of de Pellicaen. Henric Claesz Koilgreve was een van deze inwoners. Zijn vader Claes had er ook een huis, en zijn broer Lambert woonde in de buurt. Henric Koilgreve bewoog zich door de stad als vele anderen. Hij had contact met kramers, onder meer uit Sneek en Deventer. Hij kende de stadswachters, hij wist waar de schout woonde en wie zijn zoon was. Hij kwam bij een barbier bij wie je je goed kon laten scheren. Hij sprak met bakkers, kaarsenmakers, tonnenmakers, kabeljauwverkopers en varkenshandelaren. Hij trok lang niet alleen met mannen op, maar kwam ook over de vloer bij Selie Tasche, Alijt Bruuns, Swarte Stine en Grote Gese.
Henric Koilgreve ging graag naar taveerne In de Smacke. Hij kende de waardin Hille, bleef er tot ’s avonds na de avondklok rondhangen. Maar hij misdroeg zich in haar kroeg. Henric raakte slaags met andere klanten. Hij stal mengkannen, om die vervolgens elders stiekem te verkopen. Hij gapte van Hilles gasten. Hij ‘vond’ meerdere malen buidels en doeken met geld. Zijn wangedrag leidde uiteindelijk tot zijn arrestatie door de Kamper rechters. Liep hij tegen de lamp, of was het eigenlijk al veel langer bekend dat Henric was afgegleden van een onbetrouwbare man tot een dief? De gemeenschap keerde zich in ieder geval tegen hem. In 1473 werd hij veroordeeld en met het zwaard onthoofd. In het stadsboek van Kampen, het Digestum Vetus, staat zijn uitgebreide bekentenis. Henric somde een enorme lijst van gestolen spullen op: vierenzestig dingen. Vijf keer stal hij kleding en ander textiel, elf keer voedsel, dertig keer geld, en zestien keer gebruiksvoorwerpen – vooral mengkannen uit taveernes. Eenmaal nam hij stiekem een boek, en probeerde hij een jonge koe te ontvreemden.
Een aantal keer staat er bij de namen van Henrics slachtoffers seliger: ‘wijlen’ in modern Nederlands. Dat suggereert dat deze mensen nog leefden toen de diefstallen plaatsvonden en daarna overleden waren, en doet vermoeden dat sommige diefstallen dus lang, misschien wel vele jaren eerder hadden plaatsgevonden. Zo had Henric een zilveren lepel van wijlen Wobken Kruse. Hij pakte van wijlen Jan Smit een moesschotel (een schaal om groente op te dienen) en zes koeken.
Zes koeken.
Zes koeken, van iemand die inmiddels overleden was.
Henrics opsomming staat bol van zulke details. Van Korte Mette stal hij zeventien schelvissen, die hij doorverkocht aan Selie. Van een handelaar uit Hasselt twaalf mutsen. Hij nam op kerstavond plaats in de Lieve Vrouwekerk naast Claes, de zoon van de schout, liet zijn hand in diens buidel glijden en pakte er zeven munten uit. Enzovoorts.
Niet alleen Henric, maar veel van de verhoorde arrestanten waren heel precies in de omschrijvingen van hun diefstallen: het aantal, van wie, waar, en soms waar en aan wie ze hun spullen vervolgens hadden doorverkocht. Aan deze opsommingen is ook goed te zien dat zij op veel plaatsen actief waren – door heel de Nederlanden en het Rijnland, tot ver in wat nu Duitsland is. De bekentenissen laten dus zien hoe deze mensen al reizend, werkend en stelend probeerden te leven. De gerechtsdienaren verzamelden zulke informatie door de verdachten te verhoren, en via geruchten en beschuldigingen. Verschillende autoriteiten wisselden soms ook informatie over misdadigers uit – een soort provisioneel, premodern Interpol. Waarom was wat ze deden zo erg dat dieven zoals Henric de doodstraf kregen? En wat kunnen we via zo’n bekentenis te weten komen over zulke types en hun leven? Deze vragen lopen als rode draden door dit boek.
Als iemand meerdere ernstige diefstallen had gepleegd, was een lijfstraf of de doodstraf meestal onvermijdelijk. Dat lijkt het stereotype over wrede middeleeuwse straffen te bevestigen. Maar dat stereotype over bloeddorstigheid is allang ontkracht, en verbloemt hier iets heel interessants. Want inderdaad, diefstal werd streng bestraft. Dat laat zien dat mensen een totaal andere verhouding met spullen en hun materiële omgeving hadden. Voorwerpen, kleren en dieren waren bijzonder waardevol en daarom heel belangrijk. Ze waren gekoppeld aan ideeën over gemeenschap, vertrouwen, eer en identiteit, op een manier die ons in de eenentwintigste eeuw nagenoeg vreemd is geworden.
Henric was een van de vele honderden dieven die in de vijftiende en vroege zestiende eeuw in de Lage Landen werden veroordeeld. Met hun bekentenissen hebben we vijfhonderd jaar later iets bijzonders in handen. Een ingang waardoor we een glimp kunnen opvangen van hun dagelijkse leefwereld. Het maakt het mogelijk om nu eens niet in vogelvlucht over de geschiedenis heen te zwieren, met nadruk op belangrijke machthebbers en grote ontwikkelingen in de politiek en economie, maar stapvoets, wandelend door stad en platteland. Dieven en diefstal vormen zo een raamwerk waardoor zichtbaar wordt hoe ‘gewone’ en arme mensen met elkaar omgingen, wat voor dingen en dieren zij om zich heen hadden. Ook wordt inzichtelijk wat die dingen, dieren en andere mensen voor hen betekenden, en hoe die verhoudingen hun ideeën over normen, waarden, rechtvaardigheid en rechtspraak beïnvloedden. De materiële dingen, sociale verbindingen en het politiewerk daaromheen vormen samen het drieluik van dit boek.

Getouwtrek in de Lage Landen

Wat maakt dat je iets wilt weten over mensen zonder veel macht en invloed, die geen ideeën hebben opgeschreven of belangrijke kennis of kunstwerken hebben nagelaten? Die niet uit families komen met stambomen die zorgvuldig als draden door de eeuwen heen naar het heden gevlochten zijn? Ze zijn zo interessant omdat het ook mensen waren, met verlangens en plannen en ambities en angsten en gebreken. Mensen die verbintenissen aangingen met andere mensen, die ideeën hadden over hoe die verbindingen eruit zouden moeten zien, wat goed gedrag was en wat slecht. De keuzes van mensen konden leiden tot harmonie en bloei van een gemeenschap, of tot destructie en gevaar. De keuzes van bestuurders konden kwetsbare mensen beschermen, maar ook juist hun positie nog precairder maken.
Het waren ook mensen die niet alleen met elkaar, maar ook met de wereld om hen heen verbonden waren. Een wereld van materialen die zich alleen met veel energie en moeite lieten dwingen tot nuttige voorwerpen of warme kleding. Van land dat alleen met grote inspanning tot vruchtbaar land kon worden gevormd, dat teruggaf wat men nodig had: graan en ander voedsel, bouwmaterialen en brandstof. Zes koeken.
Bovendien bewogen ze zich door Nederland. De Lage Landen waren toen niet één land maar een lappendeken van graafschappen en hertogdommen. Rondom de grote rivierdelta’s lag een netwerk van steden van enkele duizenden inwoners, zo klein dat we ze nu dorpen zouden noemen, maar die tegelijkertijd meer besef van eenheid en meer eigen identiteit, macht en inspraak hadden dan de veel grotere steden tegenwoordig. Dit was een periode waarin de ene Nederlandse stad tegen de andere ten strijde kon trekken.
Na het jaar 1000 kreeg Europa te maken met een grote verstedelijkingsgolf. Die werd veroorzaakt door een combinatie van gunstig weer, goede oogsten en relatieve politieke stabiliteit, wat tot zowel bevolkingsgroei als landontginning en meer productie en handel leidde. Deze verstedelijking is een blijvende middeleeuwse erfenis: negentig procent van de huidige steden in Europa werd tussen 1000 en 1350 gesticht. Samen met Noord-Italië waren de Nederlanden en het Rijnland de meest verstedelijkte gebieden. Daar woonde circa een kwart van de bevolking in steden, nu is dat in Europa ongeveer tachtig procent. Hoewel dus nog steeds het overgrote deel van de bevolking op het platteland woonde, werden steden in de Lage Landen, net als in Noord-Italië (waar ze zelfs geheel onafhankelijk werden), serieuze politieke spelers. Ze wisten in ruil voor financiële steun allerlei vrijheden en privileges van heersers af te troggelen. Tegelijkertijd probeerden die heersers ook niet te veel invloed kwijt te raken aan die steden. Het leidde tot een eindeloos getouwtrek om macht in de hoogste regionen van de samenleving. Dat had ook gevolgen voor armere mensen, die nauwelijks inspraak in de politiek hadden. Het beïnvloedde de veiligheid van reizen, hun kansen om elders een bestaan op te bouwen, regels voor de verpachting van land, en hoeveel vraag er was naar ambachtelijke arbeid of ongeschoold werk.
De Lage Landen begonnen aan het einde van de middeleeuwen op cultureel, politiek en economisch gebied steeds meer een eenheid te vormen. Toch ging dat niet zonder slag of stoot. De periode 1450-1550, de focus van dit boek, valt een beetje in het niet tussen de veel bekendere gebeurtenissen die erop volgden, zoals de Nederlandse Opstand, die zich vooral na de jaren 1570 tot een volwaardige oorlog ontwikkelde. Toch is het een essentiële overgangsperiode. Gedurende de veertiende en vijftiende eeuw hadden de Bourgondische hertogen naast delen van Frankrijk en Vlaanderen, ook Brabant, Holland en Zeeland aan hun territorium weten toe te voegen, voornamelijk via huwelijkspolitiek. Twee belangrijke delen van de Lage Landen bleven echter nog een tijd buiten bereik. Ten eerste de domeinen van de Bisschop van Utrecht: het Sticht en het Oversticht bestreken grote delen van wat tegenwoordig de provincies Utrecht, Overijssel en Drenthe zijn – dat een bisschop veel land in bezit had en daarover heerste was gebruikelijk. Het hertogdom Gelre was het tweede gat in de Bourgondische invloedssfeer. Gelre was sinds de vroege middeleeuwen onderdeel van het Heilige Roomse Rijk, maar in de praktijk hoegenaamd onafhankelijk. De hertogen van Gelre bleven zich in de vijftiende en vroege zestiende eeuw stug verzetten tegen pogingen die onafhankelijkheid af te nemen.4 Toen de Bourgondische Nederlanden via huwelijken na 1480 onder de Habsburgse dynastie vielen, keerde het tij. De Habsburgse Karel v (1500-1558), wist na lange strijd in 1528 het Bisschoppelijke Sticht en Oversticht te bemachtigen, en veroverde in 1543 Gelre. Daarmee kwam een fragiele eenheid in de Lage Landen tot stand, die met de Opstand enkele decennia later weer gedeeltelijk verbrokkelde. Terwijl de vorsten hun oorlogen uitvochten en sleutelden aan overkoepelende instituties om hun nieuwverworven gebieden bij elkaar te houden, bleef tegelijkertijd een zeer gefragmenteerd politiek landschap grotendeels intact. Dat behelsde niet alleen graafschappen en hertogdommen maar daarbinnen ook honderden steden en edelen en dorpsgemeenschappen, die allemaal hun eigen regels en rechtspraak hadden. Laatmiddeleeuwse stadsbestuurders hadden hun eigen rechtbanken, gezeteld in het stadhuis. Ze konden boetes uitdelen, mensen verbannen, vernederende publieke straffen zoals de schandpaal geven, of lijf. en doodstraffen opleggen. Ze bemoeiden zich met het leven in de stad tot in de kleinste details. Juist de bedreiging van bovenaf maakte dat stedelijke gemeenschappen in het bijzonder hun eigen identiteit en privileges bewaakten. Rechtspraak was een van de domeinen waarbinnen zij hun tanden konden laten zien. En een van de boosdoeners bij uitstek tegen wie ze dat deden was de stelende vreemdeling.

Stadse dingen en het dagelijks leven

Als je rond het jaar 1500 door een stad in Nederland of Belgie zou lopen, wat zou je dan zien?

[…]

 

Copyright © 2025 Janna Coomans

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks3