Nu in onze boekhandels: de biografie door David Hielkema en Tim Wagemakers: Femke Halsema. Burgemeester van Amsterdam! Lees bij ons een fragment en koop dat boek.
Femke Halsema is een van de meest geliefde en verguisde bestuurders van Nederland. Sinds haar aantreden als burgemeester van de hoofdstad staat ze weer volop in de belangstelling. Uit gesprekken met meer dan honderd mensen in haar omgeving en een ongekende toegang tot de Stopera rijst nu een nieuw beeld op van de eigenzinnige wijze waarop Halsema haar ambt invult. Wat betekent het om de eerste vrouwelijke burgemeester te zijn in de 750-jarige geschiedenis van Amsterdam? Hoe gaat ze te werk? Van de thriller rond haar benoeming en de coronaprotesten tot haar herbenoeming en de spanningen in de stad na 7 oktober 2023: in Femke Halsema komen Hielkema en Wagemakers dichterbij dan ooit.
I
De weg naar het burgemeesterschap
Het is een zwaarbewolkte zaterdagochtend, 23 juni 2018. Femke Halsema zit in de trein naar Groningen. ‘Toedeloe! Verder ben ik helemaal niet zenuwachtig :-)’ appt ze in de WhatsApp-groep met vertrouwelingen die haar op deze dag hebben voorbereid. Ze voegt een lachende selfie toe.
Maanden heeft ze toegewerkt naar dit moment, maar nu de dag is aangebroken, dringt het gewicht van wat haar te wachten staat pas goed door. Over een paar uur zit ze tegenover de vertrouwenscommissie, een gezelschap Amsterdamse politici dat zal bepalen of zij de nieuwe burgemeester van Amsterdam kan worden. Ze heeft één kans.
Twee uur na in de trein te zijn gestapt loopt Halsema via de dienstingang het Best Western Hotel in Groningen binnen, een congreshotel aan de rand van een meer, pal naast de afslag Groningen-Zuid. Niemand mag weten dat ze er is – de sollicitatieprocedure is strikt vertrouwelijk, zodat kandidaten zonder publieke of politieke druk kunnen solliciteren. Eigen vervoer is verboden, ze is afgezet door een chauffeur die haar bij het treinstation in de buurt heeft opgehaald. Via smalle gangen gaat ze langs linnenwagens en cateringkarren, en wordt ze met de personeelslift naar boven gebracht. Daar passeert ze een keuken en komt ze via een nooddeur in een sober ingerichte vergaderruimte.
In het midden staat een lange tafel, fel verlicht door de witte gloed van ledpanelen in het plafond. Het is een kille ruimte, merkt ze meteen. Aan de overkant zit de vertrouwenscommissie, twaalf gemeenteraadsleden die strak voor zich uitkijken. Voor Halsema staat er een klein tafeltje, los van de rest. Ze neemt plaats. De sfeer is formeel, afstandelijk. Bij aankomst, via de dienstingang, stuitte ze al op een groep rokende commissieleden die nauwelijks een woord wisselden.
Ze wordt door sommige raadsleden hartelijk begroet; andere zijn minder enthousiast. De eerste vraag: ‘U bent ongetwijfeld bekend met het wapen van onze stad, de drie Andreaskruisen, waar ook drie kernwaarden van onze stad bij horen. Kunt u ze noemen?’ Ze heeft zich op dit soort vragen voorbereid. Heldhaftig, vastberaden en barmhartig: de lijfspreuk van de stad, symbool van verzet, standvastigheid en zorg voor de kwetsbaren. Natuurlijk weet ze dat. Maar de zenuwen overvallen haar. Ze komt niet op de woorden.
De afgelopen maanden hebben ook de commissieleden zich grondig voorbereid. Meerdere keren reisden ze naar Haarlem voor overleg met commissaris van de Koning Johan Remkes. Op geheime locaties, vaak pas op het laatste moment doorgegeven, spraken ze over de strategie: wie zoeken we, wat willen we weten, en wat doen we als er gelekt wordt naar de pers?
Op 13 april heeft de gemeenteraad een profielschets vastgesteld gebaseerd op de wensen van Amsterdammers. Die konden via een online enquête meegeven welke eigenschappen zij belangrijk vinden in een nieuwe burgemeester. Van kroegbaas tot ziekenhuisdirecteur: wie zich daarin herkent, mag solliciteren. In de praktijk komt het vrijwel altijd neer op kandidaten met een politiek verleden.
In de profielschets staat dat Amsterdam zoekt naar een ervaren bestuurder met hart voor het openbaar bestuur en de lokale democratie. Een onomstreden democraat en hoeder van de rechtsstaat. Iemand met humor en relativeringsvermogen, die aanspreekbaar is voor alle geledingen van de samenleving. De profielschets noemt niet expliciet dat de stad op zoek is naar een vrouw. Maar na 743 jaar mannelijke burgemeesters vindt vrijwel de hele raad – van VVD tot GroenLinks – dat het hoog tijd is. Zelfs premier Mark Rutte noemt het bij Buitenhof ‘geweldig’ als Amsterdam een vrouwelijke burgemeester zou krijgen.
Vlak voor de gesprekken in Groningen trekken de commissieleden er een volle dag voor uit om zich voor te bereiden. ’s Ochtends bespreken ze het profiel van de ideale burgemeester en zetten ze de belangrijkste aandachtspunten op een rij. Na de lunch oefenen ze met een acteur die een kandidaat speelt. De focus ligt op kritisch doorvragen.
Nu is het moment voor de twaalf raadsleden om die vragen aan Halsema te stellen. Hoe wil ze de openbare orde handhaven, de zwaarste portefeuille die een burgemeester bezit? Hoe kijkt ze aan tegen radicalisering, polarisatie, criminaliteit? Halsema herpakt zich na de eerste vraag. Ze grijpt terug op haar verleden als criminoloog en als justitiewoordvoerder voor GroenLinks. Gaandeweg hervindt ze haar vorm. Ze laat zien dat ze de stad kent en verbanden legt, bijvoorbeeld tussen criminaliteit in Zuidoost en Nieuw-West. Haar antwoorden zijn scherp, onderbouwd.
De raadsleden toetsen haar nadrukkelijk op haar bestuurlijke ervaring, en hoe zij zichzelf als burgermoeder van de stad zou zien. Halsema’s praktijkervaring op dat gebied is beperkt. Na haar vertrek als politiek leider van GroenLinks werd ze freelance schrijver, onderzoeker, programmamaker en toezichthouder. Ze vervulde enkele bestuursfuncties, onder meer als president-commissaris bij de Weekblad Pers Groep, maar stond nooit aan het roer van een grote organisatie. De meeste naoorlogse Amsterdamse burgemeesters hadden minimaal ervaring als wethouder, vaak zelfs als staatssecretaris of minister. En ja, Halsema leidde de GroenLinksfractie tussen 2002 en 2010, maar dat is van een andere orde dan de baan waar ze nu op solliciteert. Nu wil ze het gezicht worden van een stad die hard op weg is naar één miljoen inwoners.
De commissieleden vragen het haar meermaals: hoe denkt ze leiding te geven aan een stad als Amsterdam – met mondige bewoners, met 15 000 ambtenaren in dienst en politieke partijen van links tot rechts waar ze als burgemeester boven moet staan. Algemene antwoorden volstaan niet. Ze blijven doorvragen. ‘Hoe gaat u een onafhankelijke voorzitter van de gemeenteraad zijn? Wat maakt u de beste persoon om burgemeester van Amsterdam te worden?’
Halsema’s speciale team
Een week geleden, op zondag 17 juni, oefende Halsema nog met de door haarzelf samengestelde klankbordgroep die zich op WhatsApp de naam ‘Voorwaarts!’ heeft gegeven. Het is de groep die ze eerder vandaag het bericht heeft gestuurd dat ze best zenuwachtig is.
Het is een opmerkelijk gezelschap: allemaal mannen, en geen van hen is lid van GroenLinks. Halsema heeft het groepje samen met Erik van Bruggen, mede-oprichter van het bekende campagnebureau BKB, bij elkaar gebracht om haar te helpen burgemeester van Amsterdam te worden. Ze kennen elkaar niet allemaal, of alleen van naam, maar wat ze delen is een grote liefde voor politiek. Ze zien Halsema als een onafhankelijk denker. Voor hen is dit een kans om iemand die zij zien als de meest vrijzinnige kandidaat die je ooit gaat vinden op het stadhuis te krijgen – én de meesten vinden het gewoon een leuk project. Zo heeft Van Bruggen oud-BKB-collega Lennart Booij erbij gevraagd; in de jaren negentig hadden ze samen binnen de PvdA de vernieuwingsbeweging Niet Nix opgericht. Ook haalde hij politiek strateeg Hans Anker erbij, die een PvdA-verleden heeft en betrokken was bij politieke campagnes van onder anderen Wim Kok en Bill Clinton.
Halsema zelf haalde Alexander Rinnooy Kan erbij, die met zijn ervaring als D66-senator en voormalig voorzitter van de Sociaal-Economische Raad (SER) – het belangrijkste adviesorgaan voor regering en parlement op sociaal-economisch gebied – een brede maatschappelijke en bestuurlijke kennis meebrengt. Patrick Mikkelsen, een VVD’er en directeur van de Amerikaanse Kamer van Koophandel in Nederland, sluit ook aan; Halsema kent hem nog uit haar Tweede Kamertijd. Tot slot is er onderzoeksjournalist Jeroen Smit, als enige zonder politieke affiliatie.
Tussen eind april en half juni komt de groep drie keer bij elkaar; twee keer fysiek, één keer digitaal. Ze spreken af in het grachtenpand van Mikkelsen in Amsterdam. De gordijnen in het souterrain gaan dicht; je weet nooit wie er langsloopt. Op tafel staan wijn, Bugles en kruidenkaas. ‘Dat had ik nog nooit gegeten,’ zegt een van de leden later. ‘Best lekker.’ De sfeer is losjes, maar de bedoeling is serieus: Halsema voorbereiden op het ambt. Aan het begin van de eerste sessie spreken ze af dat niemand zich inhoudt. Alleen dan heeft ze er iets aan.
De groep confronteert Halsema met tal van zaken die haar als burgemeester te wachten staan. Wat zijn je zwakke kanten? Hoe ga je om met de druk van buitenaf? Ze spelen scenario’s na, variërend van bestuurlijke dilemma’s tot praktische vragen over crisisbeheersing. De vragen zijn soms ook provocerend: wat doe je als twee wethouders intiem in de parkeergarage worden betrapt? Of als er vlakbij een aanslag wordt gepleegd tijdens de diploma-uitreiking van je kinderen?
Na afloop van de sessie krijgt Halsema een aantal adviezen mee. Niet te snel reageren, ook niet als de vraag nog maar half gesteld is. Laat het even bezinken, pas dan antwoorden. En: doe een keer gesprekstraining. Dat laatste idee pakt verkeerd uit. In een zaaltje van een hotel zit ze de week na de eerste sessie met ‘Voorwaarts’ tegenover een trainer die haar aanspreekt op haar houding, handgebruik en ademhaling. Ze weet al snel wat ze van hem vindt: een pias. Zijn aanwijzingen helpen niet, integendeel, ze maken haar veel te zelfbewust. ‘Hij had waarschijnlijk groot gelijk,’ zegt ze later in NRC. ‘Maar het maakte me nerveus.’
In de laatste sessie, op zondag 17 juni, draait alles om het sollicitatiegesprek met de vertrouwenscommissie. Iedereen weet dat dit gesprek het moment van de waarheid is. De leden van ‘Voorwaarts’ kruipen in de huid van raadsleden, inclusief de formele toon, om het gesprek na te bootsen. Aan de keukentafel van Mikkelsen klinkt het: ‘Mevrouw Halsema, gaat u zitten. We zitten hier met vertegenwoordigers van alle partijen en hebben een paar vragen voor u.’
Naast de fysieke bijeenkomsten wordt er in die weken bijna onafgebroken heen en weer geappt. De toon in de app is luchtig en bemoedigend, vaak afgewisseld met grappen. Halsema vraagt soms direct advies, zoals op 16 juni, als ze naar het jaarlijks benefietgala Amsterdam Diner gaat als voorzitter van het Aidsfonds. Ze weet dat journalisten haar daar zullen aanspreken op haar mogelijke kandidatuur. ‘Graag jullie wijsheid,’ appt ze in de groep. De mannen adviseren haar kalm te blijven, en het bij het onderwerp te houden: focus op aids, laat het daarbij.
Halsema beperkt zich in deze periode lang niet alleen tot ‘Voorwaarts’. Ze spreekt ook anderen, onder wie Pieter-Jaap Aalbersberg, destijds hoofdcommissaris van de Amsterdamse politie. In zijn appartement gaat het gesprek over de openbare orde, de cocaïnehandel en de golf van liquidaties in de stad. Een maand voor haar sollicitatie zit ze ook met Arre Zuurmond, destijds ombudsman van Amsterdam en groot kenner van de stad. Ze treffen elkaar in een café in Oost, dicht bij haar woning aan de Transvaalkade. Voor haar ligt een notitieboek, volgeplakt met geeltjes en gevuld met vragen – over jeugdzorg, de brandweer, en alles daartussenin. ‘Waar maak jij je zorgen om?’ vraagt ze. Zuurmond vertelt over zijn zomer op de Wallen, waar hij woonde om het uit de hand lopende toerisme van dichtbij te zien. Hij noemt het een urban jungle, bijna wetteloos. Ook wijst hij op de diepe kloof tussen bewoners en overheid in Zuidoost en Nieuw-West. Halsema luistert en schrijft. Het gesprek duurt bijna drie uur.
[…]
© 2025 David Hielkema en Tim Wagemakers
Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten, www.fondsbjp.nl