Lees het Boek van de Maand van Boekhandel Scheltema, Dan Browns Het ultieme geheim (The Secret of Secrets), vertaald door Erica Feberwee en Yolande Ligterink! En begin met dit fragment.
Robert Langdon is terug en reist in Het ultieme geheim, de nieuwe, meeslepende thriller van De Da Vinci Code-auteur Dan Brown, naar Praag voor een lezing van zijn vriendin Katherine Solomon, maar hun verblijf ontaardt in chaos door een brute moord.
Praag. De gevierde hoogleraar kunstgeschiedenis en symboliek Robert Langdon woont een baanbrekende lezing bij van Katherine Solomon, een prominent wetenschapper met wie hij sinds kort een relatie heeft. Katherine staat op het punt een explosief boek te presenteren waarvan de inhoud wereldschokkende ontdekkingen bevat omtrent het menselijk bewustzijn; ontdekkingen die eeuwenlang gevestigde opvattingen en geloofsovertuigingen onderuit zullen halen. Door een brute moord ontaardt het verblijf van de twee wetenschappers in een complete chaos die culmineert in de verdwijning van Katherine én haar manuscript.
Robert Langdon ontdekt dat hij wordt bedreigd door een machtige organisatie en wordt achternagezeten door een ijzingwekkende tegenstander, ontstaan uit een eeuwenoude Praagse legende.
Terwijl het plot zich uitbreidt naar Londen en New York, blijft Langdon wanhopig op zoek naar Katherine… en naar antwoorden. In een zinderende race door de werelden van zowel de futuristische wetenschap als die van de mystiek, eeuwenoude mythen en volksoverleveringen, ontdekt Langdon de schokkende waarheid over een geheim project dat ons denken over het menselijk bewustzijn voorgoed zal veranderen.
Proloog

Ik ben dood, dacht ze.
Ze zweefde hoog boven de spitsen van de oude stad. Onder haar glansden de verlichte torens van de Sint-Vituskathedraal op een zee van twinkelende lichtjes. Met haar ogen, als ze nog ogen had, ging ze langs de helling van de heuvel naar het hart van de Boheemse hoofdstad en volgde het doolhof van kronkelende straatjes, bedolven onder een verse laag sneeuw.
Praag.
Verward probeerde ze te begrijpen wat er gebeurde.
Ik ben neurowetenschapper, hield ze zichzelf voor. Ik heb een gezond stel hersenen.
Dat tweede was nog maar de vraag, besloot ze.
Het enige wat doctor Brigita Gessner op dat moment zeker wist, was dat ze boven haar thuisstad Praag zweefde. Ze voelde haar lichaam niet. Ze had geen massa, geen vorm. Maar de rest, haar ware ik – haar wezen, haar bewustzijn – leek helemaal intact en alert en bewoog zich langzaam door de lucht, in de richting van de Moldau.
Gessner wist helemaal niets meer van het recente verleden. Er was alleen een vage herinnering aan lichamelijke pijn, maar haar lichaam leek alleen nog te bestaan uit de atmosfeer waarin ze zweefde. Het was een gevoel dat ze nooit eerder had gehad. Ze kon maar één verklaring bedenken, maar die ging tegen al haar intellectuele instincten in.
Ik ben dood. Dit is het hiernamaals.
Ze verwierp de gedachte meteen weer; het was te absurd.
Het hiernamaals is een illusie, in het leven geroepen om ons aardse leven draaglijk te maken.
Als arts was Gessner vertrouwd met de dood en ook met het absolute ervan. Toen ze tijdens de artsenopleiding menselijke hersenen had moeten ontleden, was ze gaan begrijpen dat de dingen die ons maken tot wie we zijn – onze hoop, angst, dromen, herinneringen – niet meer waren dan chemische verbindingen, aangestuurd door elektrische impulsen in onze hersenen. Bij de dood wordt de krachtbron van de hersenen uitgeschakeld. Dan lossen al die chemicaliën gewoon op tot een betekenisloze plas vloeistof en is elk spoor van wie we eens waren uitgewist.
Als je dood bent, ben je dood.
Punt.
Maar nu ze over de symmetrische tuinen van het Wallensteinpaleis zweefde, had ze absoluut het gevoel dat ze leefde. Ze zag de sneeuw om zich heen vallen – of door haar heen? – maar vreemd genoeg had ze het niet koud. Het was alsof haar geest door de ruimte dwaalde en haar verstand intact was.
Mijn brein functioneert nog, hield ze zichzelf voor. Dan moet ik nog leven.
De enige conclusie die Gessner kon trekken, was dat ze iets beleefde wat in de medische literatuur een bde of bijna-doodervaring wordt genoemd, een hallucinatie die zich voordoet als zwaargewonde patiënten na hun klinische dood worden gereanimeerd.
Een bde openbaart zich bijna altijd op dezelfde manier: met de waarneming dat de geest tijdelijk gescheiden wordt van het lichaam, dat hij naar boven zweeft en daar zonder vorm blijft hangen. Hoewel het heel echt aanvoelt, is een bde niets dan een fantasie, veroorzaakt door de gevolgen van extreme stress en hypoxie in de hersenen, soms in combinatie met op de afdeling Spoedeisende Hulp toegediende verdovende middelen als ketamine.
Ik hallucineer, stelde Gessner zichzelf gerust terwijl ze neerkeek op de donkere bocht van de door de stad slingerende Moldau. Maar als dit een bde is, dan moet ik op het punt staan om dood te gaan.
Het verraste haar hoe rustig ze bleef, en ze probeerde zich te herinneren wat er was gebeurd.
Ik ben een gezonde vrouw van negenenveertig… Waarom zou ik doodgaan?
In een verblindende flits kwam er een angstaanjagende herinnering naar boven in Gessners bewustzijn. Opeens besefte ze waar haar lichaam zich op dat moment bevond en, nog angstaanjagender: wat ermee werd gedaan.
Ze lag op haar rug, stevig vastgesnoerd in het apparaat dat ze zelf had gebouwd. Naast haar stond een monster. Het wezen zag eruit als een oermens die net uit de aarde was gekropen. Zijn gezicht en kale schedel waren bedekt met een dikke laag smerige klei, gebarsten en gespleten als het maanoppervlak. Achter dit masker van aarde waren alleen zijn ogen vol haat zichtbaar. Op zijn voorhoofd stonden drie ruwe letters in een eeuwenoude taal.
‘Waarom doe je dit?’ schreeuwde Gessner in paniek. ‘Wie ben je?’ Wát ben je?
‘Ik ben haar beschermer,’ antwoordde het monster. Zijn stem klonk hol, zijn accent vaag Slavisch. ‘Ze vertrouwde jou en jij hebt haar verraden.’
‘Wie?’ wilde Gessner weten.
Het monster noemde de naam van een vrouw en Gessner raakte nog meer in paniek. Hoe kan hij weten wat ik heb gedaan?
Ze voelde een ijzig gewicht in haar armen, en Gessner besefte dat het monster het proces in gang had gezet. Een paar tellen later volgde er een ondraaglijk pijnlijke speldenprik in haar linkerarm, een pijn die zich verspreidde via haar mediane cubitale ader en zich naar haar schouder klauwde. ‘Hou op, alsjeblieft,’ hijgde ze.
‘Vertel me alles,’ zei hij toen de folterende pijn haar oksel bereikte.
‘Goed!’ stemde Gessner haastig in en het monster zette het apparaat op pauze, waardoor de pijn in haar schouder wegviel maar het brandende gevoel bleef.
Doodsbang begon Gessner te praten, zo snel ze kon, en onthulde alle geheimen die ze had gezworen te bewaren. Ze beantwoordde zijn vragen en onthulde de verontrustende waarheid over wat zij en haar partners diep onder de stad Praag hadden gebouwd.
Het monster keek op haar neer van achter zijn dikke kleimasker en in zijn kille ogen flitsten begrip… en haat.
‘Jullie hebben een ondergronds gruwelkabinet gebouwd,’ fluisterde hij. ‘Jullie verdienen niet anders dan de dood.’ Zonder enige aarzeling zette hij het apparaat weer aan en liep naar de deur.
‘Nee!’ gilde ze toen de pijn haar weer in zijn greep nam en door haar schouder en in haar borstkas vlijmde. ‘Ga alsjeblieft niet weg. Dit overleef ik niet!’
‘Nee,’ zei hij over zijn schouder. ‘Maar de dood is niet het einde. Ik ben al vele malen doodgegaan.’
Met die woorden verdween het monster in het niets – en opeens zweefde Gessner weer. Ze probeerde om genade te smeken, maar ze werd overstemd door een oorverdovende donderslag en de hemel leek open te scheuren. Ze werd vastgegrepen door een ongeziene kracht, een soort omgekeerde zwaartekracht, die haar steeds hoger optilde en haar naar boven sleepte.
Jarenlang had doctor Brigita Gessner de spot gedreven met patiënten die beweerden op het randje van de dood te hebben gestaan. Nu bad ze dat ze zich kon aansluiten bij die zeldzame zielen die naar de rand van de vergetelheid waren gedanst, in de diepte hadden gekeken en erin waren geslaagd zich weer van de rand terug te trekken.
Ik kan niet doodgaan… Ik moet de anderen waarschuwen!
Maar ze wist dat het te laat was.
Dit leven was voorbij.