Leesfragment: Kruistocht van een koningin

19 juni 2025, door Simone van der Vlugt

Nieuw binnen in de Bestseller60: Simone van der Vlugts nieuwste roman Kruistocht van een koningin! Lees bij ons een fragment en koop dat boek.

1474, Segovia. Tegen alle verwachtingen in wordt de jonge Isabel gekroond tot koningin van Castilië. Hoewel veel edelen deze vrouw op de hoogste positie in hun mannenwereld liever kwijt dan rijk zijn, trekt Isabel haar eigen plan. Ze is vastbesloten samen met haar echtgenoot, Fernando van Aragón, haar koninkrijk te beschermen tegen buitenlandse legers en de binnenlandse onrust de kop in te drukken. Haar eigenzinnige aanpak wordt keer op keer op de proef gesteld, ook door haar eigen ontrouwe echtgenoot. Ze volhardt en schetst de contouren van de wereldmacht die Spanje zal worden.

 

Deel 1

1

Op de dag dat mijn leven compleet veranderde kleurde de wereld wit. Sneeuw was geen zeldzaamheid in het noorden van Castilië, maar de hoeveelheid die op die novemberdag in 1461 viel was dat wel.
Alfonso en ik waren met onze gouvernante Clara naar het klooster van San Francisco geweest, waar we onderwijs kregen, en op de terugweg gingen we opgewonden rechtop zitten. Het ene moment was de weg nog schoon en het volgende moment was hij bedekt door een laagje sneeuw dat snel groeide. Clara was bang dat de wielen van het rijtuig zouden vastlopen, en ze slaakte een zucht van verlichting toen we de brug over de bevroren rivier Arevalillo overstaken. Even later reden we door de stadspoort van Arévalo.
Het Plaza del Real was vol met kinderen die elkaar lachend met sneeuwballen bekogelden. Voor Clara ons kon tegenhouden sprongen Alfonso en ik uit het rijtuig en renden we het plein op. Ook al waren mijn broertje en ik in Arévalo opgegroeid, we kenden niemand van die jongens en meisjes. Het waren allemaal arbeiderskinderen. De zonen en dochters van de plaatselijke notabelen speelden niet op het plein, en aan Clara’s gezicht te zien was het ook niet de bedoeling dat wij dat deden. Ze riep ons, maar we luisterden niet. Ze probeerde ons te pakken als we voorbijrenden, maar we ontweken haar behendig. Ik bleef rennen en sneeuwballen gooien tot ik buiten adem raakte. Op een gegeven moment stond ik stil om tot rust te komen, en ik keek naar het paleis dat het Plaza del Real domineerde.
Eigenlijk was het geen echt paleis. Het was gewoon een groot huis, dat een van de smalle zijdes van het rechthoekige plein besloeg. Maar ik was pas tien, en het kleine stadspaleis, het plein en de straatjes van Arévalo waren mijn wereld. Ik was ook jong genoeg om een heilig ontzag te hebben voor mijn grootmoeder, en zij stond met haar armen over elkaar geslagen achter het venster naar Alfonso en mij te kijken.
‘Kom Alfonso, we gaan naar binnen.’ Ik greep de hand van mijn broertje en trok hem mee naar Clara.
Opgelucht nam ze ons mee naar het paleis.
Met onze mantels vol sneeuw liepen Alfonso en ik de hal in, waar grootmoeder met een streng gezicht op ons stond te wachten. ‘Waarom waren jullie zo ongehoorzaam? Straks vatten jullie nog kou! Trek droge kleren aan en kom dan beneden. Jullie moeder en ik moeten jullie spreken.’
Terwijl we de trap op gingen wisselden Alfonso en ik een blik.
‘Krijgen we straf?’ vroeg Alfonso zacht.
Ik haalde mijn schouders op. Wat de straf ook werd, het spelen in de sneeuw was die waard geweest. Ik liep naar mijn kamer, waar een bediende klaarstond om me uit mijn natte schoenen en kousen te helpen, en een ander om me zo snel mogelijk in iets warms te steken. Eigenlijk waren vooral mijn handen koud. Ik blies erop en lachte dankbaar toen Beatriz, de gezelschapsdame van mijn moeder, met een stoof aan kwam lopen.
‘Leg je handen er maar op,’ zei ze. ‘Wat zijn ze koud! Je had ook niet eens handschoenen aan.’
‘Dat geeft niet. Het was leuk.’
‘Nou, schiet maar op. Je grootmoeder wil jullie spreken,’ zei Beatriz, en ze liep weg om te kijken of Alfonso al klaar was.
Ook al scheelden we tien jaar, ik beschouwde haar als een vriendin. Onze families waren bevriend en kwamen veel bij elkaar over de vloer. Vroeger, toen Beatriz twaalf was en ik nog een peuter, speelde ze altijd met mij. Onze band was zo sterk dat mijn moeder had gevraagd of Beatriz in het paleis wilde komen wonen.
Ik keek in de spiegel en lachte om mijn gezicht. Normaal gesproken zag ik erg bleek, maar nu waren mijn wangen rood van de kou, wat goed paste bij mijn roodblonde haar. Ik liet me een droog kapje omdoen en toen kwam Beatriz me halen.

Mijn moeder, die net als grootmoeder en ik Isabel heette, zat met gebogen hoofd bij de haard. Grootmoeder stond kaarsrecht naast haar en knikte naar een bankje. ‘Isabel, Alfonso, ga even zitten.’
Een onrustig gevoel maakte zich van mij meester. Er was iets aan de hand, iets onaangenaams, en het had niets te maken met onze ongehoorzaamheid aan Clara. Terwijl Alfonso naast me plaatsnam, bestudeerde ik grootmoeder, in de hoop iets te zien wat me gerust zou stellen. Maar grootmoeder was heel goed in het verbergen van haar emoties. Dat had ze door haar positie wel geleerd. Zij was Isabel de Barcelos, dochter van hertog Afonso de Braganza, de machtigste edelman van Portugal. Ze was al oud, negenenvijftig jaar, maar ze regeerde ons kleine huishouden met vaste hand.
Mijn blik ging naar mijn moeder, die eindelijk opkeek. Aan haar rode ogen zag ik dat ze gehuild had en ik kreeg een beetje buikpijn.
‘Luister,’ zei grootmoeder. ‘Er is een brief gekomen van jullie halfbroer, de koning. Hij wil dat jullie naar het hof in Segovia komen.’
‘Gaan we naar Segovia?’ Alfonso ging wat rechter zitten, met een verheugde uitdrukking op zijn gezicht.
Het leek mij ook leuk. We waren weleens in het paleis van Enrique geweest, maar toen waren we klein en ik kon me er niet veel van herinneren. Ik wist alleen nog dat ik er mijn ogen had uitgekeken.
‘Wanneer gaan we? En hoelang blijven we?’ riep Alfonso.
‘Lang,’ zei grootmoeder. ‘Jullie broer vindt het tijd worden dat jullie opvoeding daar wordt afgerond. Helemaal ongelijk heeft hij niet. Op een dag zullen jullie je plaats moeten innemen aan het hof, dus jullie moeten de gebruiken daar leren kennen.’
Alfonso sprong overeind. ‘Gaan we voor altijd? Dat wil ik niet!’
‘Ga zitten, Alfonso.’ Grootmoeder wees naar het bankje. ‘We wisten dat dit zou gebeuren. Ik heb al heel vaak verteld dat jullie op een dag naar het hof zouden gaan.’
‘Maar u zei als ik twaalf ben!’ riep Alfonso.
Ik begreep zijn verontwaardiging. We waren opgegroeid in dit kleine maar gezellige stadspaleis, het was ons thuis. Toch voelde ik een lichte tinteling in mijn buik, die zich door de rest van mijn lichaam verspreidde en mijn hart sneller deed kloppen. Ja, dit was mijn thuis, maar daarbuiten lag nog een hele wereld.
‘Wanneer gaan we?’ vroeg ik gretig.
‘Morgen,’ zei mijn moeder. ‘Er komt een rijtuig om jullie op te halen, en een paar dagen later komen je grootmoeder en ik ook.’
‘Gaan jullie niet mee?’ Ontsteld keek Alfonso haar aan. ‘Waarom gaan we niet met z’n allen tegelijk?’
‘Luister, Alfonso,’ zei grootmoeder. ‘Je bent nu acht, oud genoeg om te weten dat sommige dingen gewoon niet anders kunnen. Als de koning je gebiedt te komen, dan kom je. Je moeder en ik moeten hier nog van alles regelen. Dus morgen vertrekken jullie en Beatriz gaat mee.’
We keken naar Beatriz, die zich op de achtergrond had gehouden en knikte.
Ik gaf Alfonso een stootje met mijn elleboog. ‘Dan gaan wij alvast met ons drieën. Spannend, toch?’
Alfonso knikte aarzelend en zowel mijn moeder als mijn grootmoeder keek me dankbaar aan. Mijn broertje liep langzaam de kamer uit, maar ik bleef staan en keek naar mijn moeder. In een opwelling sloeg ik mijn armen om haar heen, en ik voelde een trillende zucht door haar lichaam gaan.
‘Dus u komt snel?’ vroeg ik.
Mijn moeder streelde mijn rug. ‘Zo snel we kunnen. Ga nu maar met Beatriz kijken welke spullen je mee wilt nemen, lieverd.’
Ik begreep niet goed waarom ze zo verdrietig keek, maar er was weinig voor nodig om mijn moeder van streek te maken. Ze had regelmatig neerslachtige buien, en op die dagen kwam ze haar bed amper uit. Profunda tristeza, noemde grootmoeder dat: diepe triestheid. Ik vermoedde dat dat te maken had met de dood van mijn vader, koning Juan II. Daar had ze ontzettend veel verdriet van gehad, zo veel dat mijn grootmoeder Portugal had verlaten om bij ons te komen wonen. Zelf had ik mijn vader amper gekend.

[…]

 

© 2025 Simone van der Vlugt

Gerelateerde boeken

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks3