Leesfragment: Laat me binnen

21 januari 2025, door Manon Uphoff

28 januari verschijnt het nieuwe boek van Manon Uphoff: Laat me binnen. Drie verhalen! Wij publiceren voor. Kom naar de presentatie, 29 januari, lees een fragment uit het titelverhaal en reserveer je boek!

De nieuwe verhalen van Manon Uphoff – intens, hartstochtelijk en intrigerend

In Laat me binnen zijn de personages verbannen uit hun huis en uit het leven zoals ze dat kennen. De jonge vrouw uit het titelverhaal wordt opgejaagd door iets ongrijpbaars van binnenuit: het verleden, waar ze nog niet naar kan kijken. In het tweede verhaal moet Hebibovic, die zachtaardiger is dan hem als man wordt toegestaan, de oorlog in – om daarna als een splinter in het leven van zijn vrouw en zoon te blijven steken. In het laatste verhaal overziet Linde, nadat ze ten val komt in haar atelier, haar leven en dat van haar broer, en onderzoekt ze wat hen van elkaar heeft vervreemd na hun gedeelde jeugd.

Allen zoeken ze in een aangetaste wereld naar een plek waar vrijheid en zorg voor een ander naast elkaar kunnen bestaan.



 

Laat me binnen

Dit is een verhaal over een jonge vrouw die zich bevond aan de buitenkant, aan de rand. Ja, ze bevond zich daar, en dat was altijd al zo geweest.

De torenflats, jarenzeventigbouw, anoniem, aangetast, wa- ren hoog, massief en langwerpig. Ze werden van elkaar gescheiden door enkele grasveldjes en een speeltuin, verbonden door hun rechthoekige vorm en plaatsing. Identiek, maar niet helemaal hetzelfde. Om de flats van elkaar te onderscheiden waren er begin jaren tachtig beschilderingen over de hele hoogte van de zijmuren aangebracht. Gigantische verftubes in de kleuren rood, geel, blauw en groen, kennelijk bedoeld voor een reuzenschilder, om te bepalen waarheen je moest, welke ingang de jouwe was.
Haar, een jonge moeder, kon je als volgt omschrijven: binnenin haar lauwwarme ingewanden en een vochtig en bonzend hart (in een ritme dat bij onderzoek beschouwd zou worden als een dat hoort bij een hart in stress; vergroot), een buik met een baarmoeder die eenmaal bewoond was, maar inmiddels weer keurig was geslonken tot de grootte van een kleine vuist. Longen: aangetast door jaren van onvrijwillig meeroken, het inademen van tabak en teer, uitgestoten door rokende familieleden. En dan was er bloed: rood, hecht, dik, pompend in een constante opwaartse en neerwaartse stroom; naar hart, longen, maag, lever, armen, benen, hoofd en brein.
Ze leek op een hert, een dier in de struiken, in de dichte begroeiing rond de vier gebouwen. Van een afstand kon je met gemak een wapen op haar richten om haar neer te halen, want ze bewoog amper, en als ze bewoog, was het langzaam. Al waren er dagen dat het beslist moeilijker zou zijn om haar te raken, omdat ze zich dan niet in rechte lijnen maar in cirkels voortbewoog, en sneller, tot laat in de avond of zelfs tot vroeg in de ochtend.

Op alle dagen, traag en snel, was dit het patroon. Nadat hij was opgestaan en hun appartement had verlaten, troffen ze elkaar beneden in de hal bij de wand met de rijen gebutste brievenbussen. Of, wanneer ze echt vroeg was, voor hun deur op de zesde verdieping, waar ze hem licht op de wang kuste en met de sleutelbos in haar hand als in een droom passeerde (soms liet hij de deur openstaan) om meteen af te slaan naar de linkerkamer met de blauwe en helder gele kleuren en zich daar over het bed te buigen en het kleineding eruit te halen dat erin verborgen lag. Om met het lauwwarme lichaampje dicht tegen zich aan gedrukt door de grote, karig gemeubileerde woonkamer naar de slaapkamer te lopen (het kleineding nog slapend), waar ze plaatsnam in het lage tweepersoonsbed, dat slechts vijftien centimeter hoog was, en waarvan de ombouw bedekt was met blauw lussig tapijt omdat ze hem eens had gezegd dat ze zo graag een bed als de zee wilde. (Dus had hij het voor haar gemaakt, op handen en voeten over de grond kruipend, de strengen tapijt vastspijkerend aan de houten planken van het bed dat haar aan de zee moest laten denken, maar dat deed het niet; het wekte in haar alleen een hol en pijnlijk verlangen naar de zee.)
Daar zouden zij en het kleineding een tijdje met z’n tweeën liggen voor ze opstond om de dingen te doen die bij de dag hoorden: voeden, verzorgen en spelen. Daarna keerde ze terug naar bed om haar boeken open te slaan, Bataille, Kristeva te lezen, te studeren en aantekeningen te maken in de kantlijnen (het kleineding kruipend over het dekbed), tot het zijn tijd was om weer thuis te komen. Ze hoorde zijn auto op de parkeerplaats en kwam overeind om naar het raam te lopen, om hem te zien uitstappen en naar zijn bewegingen te kijken. Hoe hij zijn schouders boog, de zware tas boodschappen uit de kofferbak trok – waarbij een vuist vanbinnen tegen haar maag stompte.
Dan stopte ze het kleineding stevig toe (samen met de gele pluchen dinosaurus die je kon terugvouwen tot een vuurrood ei als je er hard op drukte), zong nog een liedje, wachtend op het geluid van de lift, glipte de deur uit en bleef staan op de eerste of tweede tree van de trap tot ze het gerammel van zijn sleutels en zijn zucht opving als hij die in het slot stak. Soms passeerden ze elkaar omdat ze zich misrekend had, dan was er opnieuw een uitwisseling van blikken. Hij stapte uit de lift, zij liep naar de trap; hij wist dat het kleineding in bed lag, zij zag hem naar binnen gaan.
De deur sloot met een klik (en soms met een dreun als de wind door het openstaande raam van de zijmuur – die met de groene tube – over de lange smalle gang joeg), en de dreun of klik zond een pijnscheut over haar ruggengraat omdat ze wist dat ze nu niet meer naar binnen kon en dat het dwalen zou beginnen, het zwerven, als een koorts, maar niet van hitte; een koude, ijzige koorts. Alles om de deur werd gewelf en ze ging de twaalf granito trappen af, door de hal met de brievenbussen naar buiten, langs de fiets die ze van haar schoonvader had gekregen (de schoonvader die nog maar zo kort geleden aan kanker was gestorven): een zwarte opoefiets met een rotan kinderzitje. Ze sloeg links af, naar waar de begroeiing rond de gebouwen hecht, dicht en donkergroen was, ging zitten op het bankje bij de speeltuin, stond na een paar minuten op en begon te lopen zonder enig idee hoe ze moest terugkeren.

Haar eerste omzwerving was ’s nachts begonnen. Het was grappig, raar en vreemd geweest.

[…]

 

Copyright © 2025 Manon Uphoff

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks3