Nu in onze boekhandels en Boek van de Maand bij Boekhandel Scheltema: Banana Yoshimoto’s nieuwe roman Moshi moshi (もしもし下北沢), uit het Japans vertaald door Maarten Liebregts! Lees nu een fragment en koop dat boek.
'Moshi moshi? Hallo?'
In mijn droom was ik aan het bellen. Ik zat in mijn kamer in het huis in Meguro en was uit alle macht aan het roepen. Alsof mijn leven ervan afhing. Ik dacht: als ik nu verbinding krijg, kan ik papa redden.'
Moshi moshi is een sfeervolle roman vol mysterieuze wendingen, van de auteur van de wereldwijd geliefde bestseller Kitchen.
In deze aangrijpende tragedie, die zich ontvouwt tot een ontroerend coming-of-age spookverhaal, brengt Yoshimoto opnieuw een betoverend eerbetoon aan de helende kracht van familie, gemeenschap en eten. Nu voor het eerst in Nederlandse vertaling.
Er bestaat een film genaamd Zawa-zawa Shimokitazawa van een van mijn favoriete regisseurs, de intussen overleden Jun Ichikawa.
Toen ik nog bij mijn moeder woonde, heb ik die film ’s nachts vaak in mijn eentje zitten kijken om moed te verzamelen om naar Shimokitazawa te verhuizen. Ik wilde mezelf onderdompelen in de wijk om zeker te zijn van mijn besluit.
Er zit een scène in waarin pianiste Fujiko Hemming vertelt over Shimokitazawa. Je ziet haar over de markt voor het station lopen en inkopen doen, begeleid door een voice-over in haar eigen stem.
‘De wirwar van straten en gebouwen, die schijnbaar ongepland uitdijt, ziet er van tijd tot tijd buitengewoon fraai uit, als een vogel die van bloemen eet of een kat die met een sierlijke beweging naar beneden springt. Ik heb het gevoel dat wat oogt als onverschilligheid en chaos, juist uitdrukking geeft aan een mooi deel van het menselijke onderbewustzijn.
Wanneer je aan iets nieuws begint, is datgene aanvankelijk troebel.
Maar weldra verandert het in een heldere stroom die rustig voortkabbelt in een natuurlijke beweging.’
De eerste keer dat ik die scène zag, kon ik me er helemaal in vinden en rolden de tranen over mijn wangen. Daarna heb ik hem nog een paar keer opnieuw bekeken, hem in mijn hoofd geprent en de stap gewaagd.
Ik dacht bij mezelf: wat een troost is het wanneer iemand iets wat je ergens vaag al weet duidelijk in woorden uitdrukt.
Door de schrikbarende hoeveelheid gebeurtenissen die Fujiko tot dan toe in haar leven had meegemaakt wist ik dat haar prachtige woorden pas diepere betekenis kregen in de film, het medium dat de kracht heeft om mensen in hun hart te raken, op te monteren en met beide benen op de grond te laten staan.
Om andere redenen wilde ik dolgraag iets soortgelijks doen. Ik wilde net zo’n geweldige magie uitoefenen op anderen.
Wanneer ik midden in de nacht in mijn eentje zo zat na te denken, ontstond er een ruimte waarin ik diep kon ademhalen, en ik geloof dat dat is wat me ternauwernood op de been heeft gehouden.
De neerslachtigheid na het verlies van mijn vader was nooit bijzonder intens; het was eerder een pijn die voelde als een opeenstapeling van zware klappen op mijn lijf die langzaam maar zeker op me in begon te werken. Voor ik er erg in had zat ik in een diepe depressie waar ik mezelf keer op keer probeerde uit te hijsen.
Ik werd vreselijk twistziek en mijn lichaam voelde een stuk stijver en kleiner aan. Om mezelf te beschermen sloot ik mezelf meer en meer op in mijn eigen gedachten.
Dingen als bloemen, licht, je ergens op verheugen en ergens plezier in hebben, raakten voor ik het wist ver van me verwijderd, en ik voelde me gevangen in een soort bloederige, donkere, diepe duisternis. Alleen de woeste kracht die diep in mijn maag zetelde had er betekenis, mooie lichte dingen hadden daar geen enkel bestaansrecht.
In die duisternis deed ik mijn best om simpelweg te blijven bewegen, adem te halen, en me te richten op wat er direct voor me lag.
En zo kwam er op den duur ook licht in zicht.
Nee, hét licht was het niet.
Er was nog altijd die duisternis, vervuld van een woeste, barbaarse bloederigheid.
Ik had de diepere betekenis achter Fujiko’s woorden pas begrepen toen ik genoeg ademruimte kreeg om de schoonheid van dat contrast te waarderen.
Het was geloof ik ongeveer een jaar nadat mijn vader vanwege een vrouw, die mijn moeder en ik totaal niet kenden maar die verre familie van ons bleek te zijn, verstrikt was geraakt in een moord-zelfmoord in de bossen van Ibaraki, dat ik in Shimokitazawa ging wonen.
Die vrouw was hecht geworden met mijn vader nadat ze hem om advies had gevraagd, maar later heeft ze hem meegelokt, slaapmiddel in zijn drankje gedaan en hem met de auto naar een bos vlak bij een gehucht gereden. Daar zijn ze samen aan hun einde gekomen door een koolmonoxidevergiftiging met behulp van briketten die zij had meegenomen. De auto was zorgvuldig afgedicht, waardoor een ander misdrijf was uitgesloten.
Het kwam er eenvoudig gezegd op neer dat mijn vader, zij het onder het mom van een zelfmoordpact, was vermoord.
Ik wil niet in detail treden over de scènes die daaromtrent hebben plaatsgevonden, welke praktische besluiten er genomen moesten worden, en wat mijn moeder en ik allemaal hebben moeten zien en aanhoren. Er zijn te veel moeilijk te accepteren, schokkende dingen gebeurd om op te noemen, en ik heb het nog niet allemaal kunnen verwerken.
Mijn herinneringen aan die periode zijn fragmentarisch. Misschien zal het me nooit lukken om er in zijn geheel op terug te kijken. Als het leven bestaat uit een opeenstapeling van dingen waar je geen vrede mee kunt hebben, dan waren de diepte en omvang van het onvermogen om dit gebeuren te aanvaarden een heel mensenleven waard.
Het komt de laatste tijd wel erg vaak voor dat hij een nacht weg is voor een optreden in de provincie of dat hij pas in de ochtend thuiskomt, hè? Zou hij iemand anders hebben gevonden? Nee, ik denk dat papa niet de ballen heeft om zijn gezin in de steek te laten. Maar wat doen we als het zover zou komen? Ik denk dat we gewoon verder moeten blijven gaan, het heeft geen zin om er al te diep over na te denken, als we gewoon wachten dan komt hij vast weer terug, zeiden mijn moeder en ik onbekommerd tegen elkaar. We waren dan ook compleet overrompeld door het plotse telefoontje van de politie.
Een tijd probeerden we van alles uit: huilen, tieren, amok maken. Alles wat je maar kan verzinnen. Soms samen, soms los van elkaar, soms terwijl we elkaar troosten.
We namen het onszelf kwalijk dat we het vanzelfsprekend hadden gevonden dat mijn vader, die in de muziekindustrie werkte, avontuurtjes had met andere vrouwen, en hem, uit vrees dat ons gezin eraan kapot zou gaan als we hem te veel in de gaten hielden, zijn vrije levensstijl hadden gegund.
Buiten zijn tournees had mijn vader de regel nooit elders de nacht door te brengen en zorgde hij er altijd voor dat hij bij het krieken van de dag weer thuis was. Afspraken die hij met mij of mijn moeder had gemaakt, hoe onbeduidend ook, zette hij in zijn agenda of schreef hij op zijn hand, en kwam hij altijd trouw na. Ik kan de krabbels nu nog op zijn handen zien staan.
Mijn vader, die in principe elke belofte nakwam, van ‘melk kopen’ tot ‘volgende week samen gyoza eten’, was naast muzikant eerst en vooral een verdomd goede vader. Mama en ik hadden dan ook geen enkele reden om ons verder nog zorgen te maken.
Dus nadat mijn vader op die manier aan zijn eind was gekomen en we een uitvaartdienst hadden gehouden, waren we nog altijd met stomheid geslagen. Zozeer zelfs dat het nog een hele tijd duurde voordat het volledig tot ons doordrong dat hij er niet meer was.
[…]
Copyright © 2010, Banana Yoshimoto
© Nederlandse vertaling: Maarten Liebregts