Leesfragment: Schildpadmeisje

03 oktober 2025, door Marlies Slegers

Ga je deze Kinderboekenweek voor avontuur (het thema) of voor gewoon een geweldig kinderboek? Marlies Slegers’ jeugdboeken Briefjes voor Pelle en We moeten je iets vertellen wekten het enthousiasme op van de critici, en nu is er Schildpadmeisje! Tijd voor een fragment.

De indringende jeugdroman Schildpadmeisje gaat over een meisje dat langzaam uit haar schulp durft te kruipen.

De dertienjarige Elvis - Vis - houdt van geschiedenis, schrijven en verzamelen. Ze heeft een geheime caravan in het bos waar ze zich verstopt voor haar moeder als die te veel heeft gedronken en zich op haar afreageert. In de caravan bewaart Vis oude, afgedankte spullen die ze op straat vindt, maar een schildpad die ze bij het grofvuil ontdekt, neemt ze mee naar huis.

Dan ontmoet ze Sid, de nieuwe, excentrieke buurjongen, die in alles het tegenovergestelde is van de gesloten Vis, en ze begrijpt niet waarom hij zoveel moeite doet om vrienden te worden. Langzaam kruipt ze uit haar schulp, en als haar moeder weer eens heel erg dronken is, neemt Vis een drastisch besluit.



 

1

Schildpad, illustratie Jeska Verstegen. Uit: Marlies Slegers, Schildpadmeisje

Ik vind de schildpad bij het grofvuil dat aan de straatkant staat. In de afgelopen jaren heb ik al van alles aangetroffen langs de weg. Steeds wanneer iemand in onze wijk verhuist, gaat scheiden of sterft, wordt alles wat niet meer van waarde lijkt bij het vuil gezet. Oude postzegelverzamelingen, zorgvuldig in albums gerangschikt, worden zomaar weggegooid. Foto’s. Kaarten die iemand bewaarde. Lievelingstruien, meubelstukken, boeken, favoriete muziekplaten, versleten knuffels – het staat in dozen langs de straat. Stuk voor stuk oude spullen die een eigen verhaal hebben of waar ik een eigen verhaal bij verzin. Zo heb ik eens een ouderwets kaptafelkrukje gevonden. Het zag er Frans uit, alsof het uit Versailles was gekomen. Sierlijke pootjes van roodbruin hout met goudkleurige gravures. De zitting zelf was bekleed met een vaalroze stof waarop groene en rode roosjes waren geborduurd. Ik stelde me voor dat er koninginnen op hadden gezeten, voordat ze – chop chop – onthoofd werden. Zo ging het vroeger in Frankrijk. Als je iets deed wat de koning niet beviel, dan was het: kop eraf! (Ik ben om allerlei redenen blij dat ik niet in het oude Frankrijk ben geboren, maar ik wil meer dan graag naar het Parijs van nu.) Het krukje past totaal niet bij de rest van mijn kamer, maar ik vind het prachtig staan naast mijn bureau. In het schrift waar ik met sierlijke letters Gevonden op heb geschreven, schrijf ik verhalen over bijzondere vondsten. Bij het krukje heb ik een verhaal verzonnen over een zwerfjongen die onthoofd wordt omdat hij verliefd is op een van de dochters van de koning. Het is gruwelijk en romantisch tegelijk. Ik verzin altijd van alles. Bij een album met oude postzegels van over de hele wereld fantaseerde ik op wat voor brief of kaart ze waren geplakt. Misschien op brieven uit oorlogsgebieden, of van ontdekkingsreizigers, of op verdrietige liefdesbrieven. Bij de parel die ik laatst vond moet ik nog een verhaal bedenken. Misschien worden al die verhalen nog eens een echt boek: De wonderbaarlijke geschiedenis van verloren dingen. De truc van mooie spullen vinden is om er als een van de eersten bij te zijn wanneer mensen grofvuil op de stoep zetten. Want als je pas na een paar uur komt, is het beste altijd al meegenomen. Soms gooit iemand boeken weg. Dan snuffel ik langs de titels en neem er een paar mee. Ik heb inmiddels al een heel plankje vol met geschiedenisboeken en boeken over allerlei landen. Mijn lievelingsboek is een reisgids van Parijs, omdat ik daarheen wil. De uitvouwbare kaart die achterin zat, heb ik aan mijn muur gehangen. Elke avond voor het slapengaan laat ik mijn ogen langs de straten dwalen en probeer ik de namen te onthouden, voor als ik er een keer zal zijn. Rue de Rivoli. Boulevard des Invalides. Ik zeg de namen altijd hardop, net zolang tot ze Frans in mijn oren klinken. Boeluvaar dès Invaaliede. Veel dingen klinken mooier in het Frans. Sacré-Coeur. Heilig Hart. ‘Hou toch eens op met al die troep van straat mee naar huis nemen,’ zei mam toen ik een schildersezel mee had gezeuld. Mam vindt oude dingen, of dingen die niet perfect zijn, per definitie niet mooi. Ze is binnenhuisarchitect en is de hele dag in de weer met kleurstalen (liefst beige, ik heb nooit geweten dat er zoveel beigetinten zijn) en alles strak en recht zetten. In ons huis zul je geen ingelijste kindertekeningen van vroeger vinden, en ook geen foto’s die artistiek niet verantwoord zijn. Er mocht, toen ik klein was, ook geen speelgoed in de woonkamer rondslingeren; Sami en ik moesten onze spullen boven in onze eigen kamers houden. Iemands inrichting, zegt mam, is een reflectie van wie diegene is. Mam is dus beige, strak en georganiseerd. En ik ben een chaos aan kleuren en vormen. ‘Wat moeten de mensen wel niet denken?!’ zegt mam altijd als ik weer iets heb gevonden. Wat de mensen wel niet denken is voor mijn moeder heel belangrijk. Wanneer ik er volgens haar niet netjes genoeg uitzie, wanneer mijn haar een eendennest lijkt, wanneer ik op zonnige dagen mijn regenlaarzen draag, wanneer mijn zusje er niet keurig bij loopt, dan moeten we steeds die ene zin horen: wat moeten de mensen wel niet denken?! Daarom is het bij ons altijd opgeruimd en netjes. Mam poetst en boent alsof ons huis een plaats delict is en alle sporen gewist moeten worden. Wat eigenlijk ook zo is. Van de buitenkant moet ons gezin er perfect uitzien, terwijl het van de binnenkant hartstikke stuk is. Hoe dan ook, de schildersezel had ze, terwijl ik op school zat, zelf weer bij het grofvuil gezet. ‘Jij kunt helemaal niet schilderen, dus je hebt er niets aan,’ zei ze doodleuk toen ik thuiskwam. Volgens mijn moeder kan ik niet zoveel. Wat niet waar is, want ik kan wél dingen. Ik kan goed verhalen verzinnen; ik kan acteren en doen alsof er niets aan de hand is; eitjes bakken die knapperig aan de buitenkant zijn en nog wel een zachte dooier hebben; ik ben erg goed in informatie online opzoeken, en ik kan spullen met mijn tenen oppakken. Geen heel grote dingen natuurlijk, maar pennen, sokken, een gevallen mascara – dat soort zaken. Ik kan als geen ander dweilen en opruimen, en ik ben erg goed in geschiedenis, vanaf de oude Grieken tot en met gisteren. En mijn brownies zijn ook enorm lekker: stroperig en zacht aan de binnenkant, met bovenop zo’n krokant laagje. (Belangrijk: wanneer je een hap hebt genomen, niet meteen glimlachen, maar eerst je tanden met je tong schoonmaken.) Nog meer dingen waar ik goed in ben: ik kan buitenshuis goed van me af slaan, want twee jaar geleden, toen Finn het nodig vond om mijn zusje expres te laten struikelen op straat, liep hij weg met een blauw oog en een dikke lip, jankend dat het pijn deed. Want van Sami blijft iedereen af. Ik kan mezelf onzichtbaar maken als dat nodig is, zodat niemand me lastige vragen kan stellen. Ik kan heel wat nummers van Coldplay meezingen. Mijn lievelingsnummer is ‘Adventure of a Lifetime’. Van Benson Boone kan ik zelfs alles meezingen – maar dan ook echt alles. Benson is de allermooiste man die ik ooit heb gezien. Als ik ooit zou willen trouwen – maar zie hieronder – dan zou dat met Benson Boone zijn. En, o ja, ik ben dus heel goed in dingen vinden. Een paar maanden geleden vond ik een ongedragen trouwjurk die in een kapotte doos was gepropt. De jurk zat nog in de verpakking. Ik kon me niet voorstellen waarom iemand een trouwjurk zou weggooien. Had de bruid zich bedacht? Of was ze er de dag voordat ze zou trouwen achter gekomen dat haar aanstaande was weggelopen? Of was ze opeens verliefd geworden op iemand anders? ‘Die moet je meenemen!’ zei Chiara, mijn beste vriendin, toen we de jurk uit de doos visten. Ik zag hem als eerste en had er dus meer recht op. ‘Dan kun je er later misschien zelf in trouwen! Met Daniel.’ Ik gaf haar een stomp op haar arm. ‘Daniel is een idioot. Ik eet nog liever een bak levende wormen dan dat ik met zo’n sukkel zou trouwen.’ Waarschijnlijk ga ik sowieso nooit trouwen. Het lijkt me fijner om vrij te zijn, en de hele wereld over te kunnen reizen en gewoon zelf te bepalen wat ik wil doen, waar ik wil wonen, hoe mijn dagen eruitzien. Ik maak wel een uitzondering voor Benson Boone. Als hij me vraagt en tegen die tijd nog geen zeventig is, overweeg ik het wel. De jurk rook nieuw. Er zat nog geen vlekje op. Hij was roomwit, had pofmouwen en een uitlopende rok. Deze kon ik onmogelijk in de caravan leggen, want het lekte door het dak wanneer het regende. Daarom nam ik de jurk mee naar huis, waar ik hem aan mam liet zien. Deze keer keek ze wel met interesse naar iets wat ik had gevonden. Ze streelde de neppareltjes en liet de stof door haar handen glijden. ‘Nou, die vrouw is vast belazerd,’ zei ze. ‘Of verlaten, net als wij.’ ‘Of ze is op het laatst zo slim geweest om toch niet te willen trouwen,’ zei ik, wat me twee opgetrokken berispende wenkbrauwen van mam opleverde. ‘Wat moet jij ermee?’ vroeg mam toen. Tja, dat wist ik ook niet goed, want als je pas net een paar weken dertien jaar bent, ga je nog niet trouwen, en ik waarschijnlijk sowieso nooit. En als ik misschien toch ooit wel zou trouwen, zou dat niet in een jurk zijn die ik langs de straatkant bij het vuilnis heb gevonden. Mam trok de jurk uit mijn handen en hield hem even voor haar lichaam. ‘Ik probeer hem wel te verkopen op Vinted. Dan krijg jij wat geld.’ Een dag later was de jurk al verkocht. Ik kreeg een briefje van twintig euro en de rest hield ze zelf. De twintig euro stopte ik in een oud sieradendoosje dat ik ook ooit heb gevonden. Daar zitten ook een gouden ring en een briefje van honderd gulden in. Het doosje ligt nog steeds in mijn kast, achter een stapeltje kleding. Ik weet niet zo goed waar ik het briefje kan wisselen voor euro’s of waar ik het goud kan verkopen. Dat soort dingen zoek ik online op, daar zijn heel veel antwoorden te vinden. Maar op sommige dingen zijn gewoon geen antwoorden. Wat ik dus wil zeggen: mensen gooien van alles weg wanneer ze gaan verhuizen of wanneer een familielid is gestorven. Maar nog nooit eerder heb ik een levend wezen gevonden, tot vandaag.

 

Tekst © Marlies Slegers
Illustraties © Jeska Verstegen

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks3