Leesfragment: Tijd is hoop

31 maart 2025, door Joke J. Hermsen

Nu in onze boekhandels: Joke J. Hermsens Tijd is hoop. Alle essays over de tijd! Lees nu een fragment uit het openingsessay en koop dat boek.

Van wie is deze tijd? In essays over filosofie, kunst en literatuur reflecteert Joke Hermsen over de tijd en houdt ze een vurig pleidooi voor de subjectieve tijd van Kairos. Ze vindt deze Griekse god van ‘het juiste ogenblik’ terug in het werk van o.a. Erasmus en Arendt en verbindt het aan begrippen als hoop, moed en creativiteit. Ze verkent ook het belang van rust en aandacht voor het denken.

Tijd is hoop ontvouwt vele nieuwe manieren van hoopvol denken.



 

‘Hoop is een wakkere droom’
Over tijd, hoop en moed

Hoewel weinig in de wereld aanleiding geeft om hoopvol te zijn, heb ik aan dit boek toch de titel Tijd is hoop gegeven. In dat kleine, maar ook koppige woordje ‘toch’ ligt misschien de essentie van deze essays besloten. Want de kaarten van de wereld zijn niet goed geschud. De kranten sommen de ene na de andere rampspoed op, van overstromingen tot bosbranden en oorlogsgeweld, die eerder onze wanhoop voeden. En tóch heb ik voor deze titel gekozen, omdat ik wil vasthouden aan de filosofische veronderstelling dat tijd in meer dan één opzicht aan hoop verbonden is. In leven zijn betekent zoveel als ‘in de tijd’ zijn. En die tijd laat ons niet alleen reflecteren op het verleden en op wat zich daar voor goeds en slechts heeft voorgedaan, maar zet ons ook uit naar een toekomst, die van tevoren niet geheel bepaald kan worden. Dit ongewisse aspect van de tijd is een van de kieren waardoor de hoop naar boven kan kruipen.
Hoop heeft met het verwachten van het onverwachte te maken. Dit verwachten heeft iets gespannens, omdat we niet weten wat er te gebeuren staat, maar ook iets opgetogens; het is wat onze nieuwsgierigheid prikkelt. Het richt zich echter niet zozeer op een concreet voorwerp of situatie, want dan hebben we eerder met een wens van doen, maar op meer abstracte zaken als het ‘goede’, de ‘vrijheid’ of een ‘betere wereld’. Waarschijnlijk noemt Emily Dickinson de hoop daarom ‘a thing with feathers’, een ding met veren dat ‘neerstrijkt in de ziel’ en ‘een lied zonder woorden’ zingt. Zolang we in leven, en in de tijd zijn, zijn we ook gericht op dit ongewis ‘vederachtige’ van de toekomst. Het kan gebeuren dat zich ergens ‘op de vreemdste zee’, zoals Dickinson schrijft, iets voordoet, wat de loop van de tijd afbuigt en een andere koers inzet. Als we goed om ons heen kijken kunnen we de eerste tekenen daarvan al zien; het zijn de hoopvolle initiatieven die te midden van de onheilstijdingen opbloeien. We bevinden ons altijd ergens op de as van de tijd, reflecterend op het verleden, een moment in het heden verzilverend, of anticiperend op de toekomst; maar pas op het moment dat we ‘uit de tijd’ zijn gevallen, vervliegt ook het ongewis hoopvolle van de toekomst.

De afgelopen jaren heb ik veel over de tijd geschreven, hoewel dat niet wil zeggen dat ik de tijd daarmee begrepen of onder de knie heb gekregen. De tijd is weliswaar de voorwaarde en drager van ons bestaan, maar hoe we die tijd precies moeten definiëren weten we nog altijd niet. Ik heb vooral geprobeerd om ons denken over de tijd te verbreden en te verdiepen door mijn oor te luisteren te leggen bij die denkers en dichters, die de tijd op een andere manier benaderen dan slechts via het instrument waarmee we de tijd meten, de klok. Voor dit boek heb ik een groot aantal essays geselecteerd, en deze vervolgens herschreven en geactualiseerd, want ook essays blijven vatbaar voor de tijd. Ze bestrijken een periode van vijftien jaar. De eerste werden rond 2009 geschreven, het laatste essay over de engel van Paul Klee, die op de voorkant prijkt en Voller Hoffnung heet, de afgelopen maand. Ik heb uit liefde en bewondering voor het werk van Klee voor deze tekening gekozen, maar ook omdat het onderliggende thema van deze essays eenzelfde, licht beschroomde vorm van hoop is. Misschien niet zo ‘vol hoop’ als de engel van Klee, maar toch: hoop. In deze essays verbind ik die hoop aan ons vermogen om na te denken, herinneringen op te halen, verhalen te vertellen en het onverwacht nieuwe te scheppen. Ik onderzoek hoe we bij alles wat we denken, doen of dromen verankerd liggen in de tijd, en hoe die tijd ons soms op de hielen zit en angst aanjaagt en dan weer tot rust laat komen en hoopvol stemt. We hopen en vrezen, en dan hopen we weer, drijvend op de golven van de tijd, die behalve een oceaan aan voorbije gebeurtenissen, even schitterend als vreeswekkend, ook de nog niet ingeloste belofte van het toekomende in zich draagt.
In deze essays komt ook onze gespannen verhouding tot de tijd aan bod, het tijdgebrek, de chronische vermoeidheid en (techno)stress, waaraan we in toenemende mate lijden. Het zorgt voor een rusteloosheid die ook het hoopvolle aan ons oog dreigt te onttrekken, en er de onrust van de wanhoop voor in de plaats stelt. Onze rusteloosheid wordt veroorzaakt door de toegenomen werkdruk, de snelheid van technologische ontwikkelingen en de ecologische en politieke crises waarin we ons bevinden, maar ook, zo luidt een van de stellingen in dit boek, door onze ervaring van tijd. Door onze focus vooral op het meten van de tijd op klokken, telefoons of computers te leggen is die ervaring nogal versmald. De kloktijd is het fundament van de neoliberale samenleving geworden, waarin de tijd in vrijwel alle domeinen, zelfs in die van zorg en onderwijs, in economische waarden wordt vertaald: ‘tijd is geld’ of ‘tijd is schaars’. We zijn behalve obsessieve klokkijkers, ook verwoede schermkijkers geworden, die weinig lege uren meer vinden om ergens wat langer bij stil te staan of beter over na te denken.
Rust wordt echter al sinds de eerste Griekse filosofen als een voorwaarde voor het denken beschouwd. In het verlengde daarvan zou ik willen opperen dat rust ook een voorwaarde voor de hoop is. Het denken oriënteert zich op datgene wat nog niet gegeven is. Het is, net als andere vormen van creativiteit, een gericht zijn op wat nog niet gedacht of gemaakt is en veronderstelt daarom, net als de hoop, een openstaan voor het onverwachte en onbekende. Binnen de klassieke Griekse filosofie werd niet alleen rust noodzakelijk voor het denken beschouwd, maar werd er ook een onderscheid gemaakt tussen de ‘twee gezichten van de tijd’, die ik in dit boek van een nieuwe interpretatie zal voorzien. Het gaat hier om het verschil tussen de tijd die in kwantitatieve zin gemeten wordt, met een klok, zonnewijzer of de zandloper van de Griekse god Chronos, en de tijd die in kwalitatieve zin geduid wordt, en meer met een persoonlijke ervaring van tijd van doen heeft: het ‘juiste ogenblik’ of de juiste ‘timing’ van Kairos. Hij heeft geen zandloper, maar een weegschaal in zijn hand, waarmee hij uiterst geconcentreerd de juiste omstandigheden wikt en weegt om op het juiste moment in de loop der dingen te interveniëren. Hij werd daarom als de tijd gezien die het denken vleugels kan geven en voor inzicht, verandering en ommekeer kan zorgen. We zijn als mensen pas in evenwicht als het ons lukt een zekere balans tussen Chronos en Kairos te vinden. Waar de eerste met zijn zandloper aangeeft hoeveel tijd we nog ‘hebben’ en ons met zijn zeis op onze sterfelijkheid wijst, staat Kairos voor het scheppen van nieuwe kansen, als we tenminste de tijd nemen om onze aandacht te scherpen, zo scherp als het mes waarop zijn weegschaal balanceert. Juist deze inspirerende ‘tussentijd’ kan onze hoop voeden, omdat hoop ‘een kwaliteit van de ziel is’, zoals Václav Havel schreef.
De filosofische veronderstelling van een dubbel gezicht van de tijd vinden we in verschillende varianten terug in het werk van twintigste-eeuwse denkers als Henri Bergson, Ernst Bloch en Hannah Arendt, aan wie ik in dit boek meerdere essays heb gewijd. De Franse filosoof en wiskundige Bergson heeft de meetbare kloktijd onderscheiden van de tijd als duur, die hij als ‘een ondeelbaar vervlieden en voortdurend worden’ omschrijft. Deze tijd bevat ook de élan vital, het elan dat tot leven, tot groei en tot hoop inspireert. Meestal handelen we volgens de principes van de ratio in een door de kloktijd gestructureerde wereld, maar soms breekt, als we bijvoorbeeld rust nemen, naar muziek luisteren of onze gedachten de vrije loop laten, de ervaring van de tijd als duur daar doorheen; een tijd die herinneringen in ons losmaakt en voor nieuwe inzichten kan zorgen. Het dubbele gezicht van de tijd toont ons de ambivalentie van het menselijke bestaan: we hebben weet van onze sterfelijkheid en van het onontkoombare einde dat ons te wachten staat, het is de bron van onze melancholie, maar we zijn ook in staat het ‘juiste ogenblik’ voor verandering te grijpen, wat de bron is van onze hoop.

[…]

 

Copyright © 2025 Joke J. Hermsen

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks3