Leesfragment: Wisselwachter

14 april 2025, door Geert Mak

17 april verschijnt het nieuwe boek van Geert Mak: Wisselwachter. Amerika-Europa, 1933-1945! Wij publiceren voor. Lees vast een fragment en reserveer je boek!

In Europa kent bijna niemand hem. Toch hoort Harry Hopkins bij de handvol mensen die bepalend waren voor het lot van ons continent en ons land. Hopkins was een voormalige welzijnswerker in de arm-ste buurten van New York. Uiteindelijk werd hij de rechterhand van president Roosevelt, raakte hij bevriend met Churchill en onderhandelde met Stalin. Hij werd de stuwende kracht achter de New Deal en, na 1940, achter het geallieerde bondgenootschap dat uiteindelijk nazi-Duitsland op de knieën kreeg.

Het wervelende Wisselwachter gaat over de grote politieke bewegingen van de jaren dertig en veertig. Tegelijk vertelt Geert Mak een intieme geschiedenis van een politieke familie, de vrouwen en mannen die in die jaren het Witte Huis bevolkten. Op ongekende wijze schetst Mak het beeld van een tijd vol dilemma’s over democratie, economie en oorlog. Het zijn vraagstukken die ons maar al te bekend voorkomen.



 

I Gospel
1886-1913

Deze geschiedenis speelt zich af in een ander land. Een land waar het dienen van de publieke zaak nog gold als hoogste doel. Een land waar, dwars door al het harde onrecht, een democratische belofte gloorde. Een land dat, ondanks alle verschillen tussen de mensen, de kracht en eenheid kon opbrengen om die te verdedigen, tot in het verre Europa toe.
De president kreeg, toen alles voorbij was, zijn pleinen, straten en standbeelden, zijn bibliotheken, scholen en vliegdekschepen. Voor hem restte een kleine steen, op de begraafplaats van Grinnell, ergens ver weg in Iowa. Daar kwam hij vandaan, daarheen keerde hij terug.

Harry Lloyd Hopkins. In Europa kent bijna niemand hem. Toch hoort hij bij de handvol mensen die, vanuit de verte, bepalend waren voor het lot van ons continent, van ons land, van onze dierbaren en onszelf. Tijdens de oorlogsjaren gold hij in de kleine wereld van internationale diplomaten en politici als de belangrijkste Amerikaan na Roosevelt, samen met opperbevelhebber Marshall. Hopkins was een wisselwachter, niet meer dan dat, maar op cruciale momenten was hij wel de man die, achter de schermen, geschiedenis schreef.
Zelf liep ik hem min of meer bij toeval tegen het lijf. Toen ik een artikel schreef over Martha Gellhorn, de legendarische oorlogsverslaggeefster, bleek dat ze haar loopbaan was begonnen in de crisisjaren, als een soort verkenner voor het Witte Huis. Zij was nog jong, ze trok door het hele land, praatte met iedereen, en brief na brief rapporteerde ze haar bevindingen aan een mistige maar altijd nieuwsgierige topfunctionaris, grote man achter de New Deal: ‘My dear Mr Hopkins.
Toen ik, jaren later, schreef over Engeland tijdens de Tweede Wereldoorlog, trof ik hem opnieuw. Hij was begin ’41 – Amerika was nog neutraal – als persoonlijke gezant van president Roosevelt naar Churchill gestuurd om te kijken welke hulp en samenwerking er al mogelijk waren. Met deze man kon Churchill eindelijk al zijn zorgen delen, de eenzame premier was zo gelukkig met zijn komst dat hij ’s avonds laat, na hun zoveelste gesprek, rondedansjes maakte op de muziek van de Amerikaanse grammofoonplaten die Hopkins had meegenomen.
Daarna zag ik hem telkens opnieuw opduiken, als passant op filmbeelden, op staatsiefoto’s vaak op de tweede rij, lang, mager, een beetje scheef, wat slobberig in de kleren. Hij was een voormalige welzijnswerker, charmant, maar niet altijd aardig. Hij was een gedreven idealist, maar hij kon vloeken als een dragonder en manipuleren als de beste jongleur. Hij was ongenadig ambitieus, hij had een unieke positie, ongekend in de Amerikaanse geschiedenis, hij was in feite chef-staf en nationale veiligheidsadviseur ineen, in de machinekamer van de oorlog was hij een van de centrale figuren. Toch had hij vrijwel nooit een officiële functie.
Jarenlang woonde hij in het Witte Huis, een paar deuren vanaf de president. Hele ochtenden werkte hij daar vanuit zijn bed, bezaaid met papieren en sigarettenas. Nooit bezat hij een eigen auto. Nooit was hij eigenaar van een huis, hoe klein ook. Bijna al die jaren werkte hij voor een salaris dat lager was dan toen hij zijn loopbaan begon. Hij had ondertussen wel de beschikking over miljarden dollars, en tijdens de oorlog zelfs tientallen miljarden. Hij bezat, vertelde zijn kleindochter me, welgeteld twee pakken.
In deze historische jaren fungeerde hij, vooral achter de schermen, als de Amerikaanse ‘schaduwprins’. Roosevelt en hij doorstonden samen de crisis, de grote oorlog en drie verkiezingscampagnes, ze visten en pokerden samen, ze waren zeldzaam close, ze begrepen elkaar met een half woord, ze genoten van elkaars gezelschap, maar waren ze vrienden? ‘De president heeft geen vrienden,’ zeiden de mensen die hem kenden. Zelfs zijn vrouw zei dat: ‘Franklin heeft geen vrienden.’ Maar Harry Hopkins kwam toch wel aardig in de buurt.
Roosevelt was kreupel, Hopkins was permanent ziek, zijn lijf kon nauwelijks nog voedsel opnemen, de oorlog vrat hen allebei langzaam leeg. Toch strompelden ze samen door, tot het eind.
Een diepgeroerde Churchill schreef na Hopkins’ dood:

Een sterke, heldere, fiere vlam heeft een kwetsbaar lichaam opgebrand. Weinig mensen weten beter dan ik welke diensten hij de wereld leverde. Hij was een ware leider, en in vuur en wijsheid in tijden van crisis is hij zelden overtroffen. We zullen nooit meer iemand zoals hij zien. Daarvan was geen woord overdreven.

Alles begon, zoals dat vaker gaat, met een overweldigende liefde. De plek was niet bepaald romantisch: de Lower East Side, het lawaaiige New Yorkse getto rond de eeuwwisseling, vol verse immigranten, vol kamers waar het vuil en de armoede door de muren dampten, vol karren en straathandelaren, vol geroep, gesjacher en gelach, de oersoep van het twintigste-eeuwse New York. Ethel Gross was typisch zo’n kind uit een van die dompige kelderwoningen – om precies te zijn: 10th Street 356 e, een van de 4 miljoen immigranten die, opgepropt als tussendekse passagiers, de sprong hadden gewaagd naar een beter leven.
Ethels ouders waren orthodox joods, ze kwamen uit het behekste hart van het toenmalige Europa. Het gezin had daar goede tijden gekend, met bedienden, kleine vakanties, beschaafde luxe. Vader Bencion Gross had theologie gestudeerd, daarna was hij bedrijfsleider geworden in de glasfabriek van de familie in Kaschau, niet ver van Boedapest, maar hij werd bang voor de toekomst. Vanaf de jaren tachtig was Jodenhaat een sterke onderstroom geworden in de politiek, overal in het Russische Rijk waren pogroms losgebarsten en dat antisemitische geweld begon ook over te slaan naar deze streken. Gross voorvoelde – terecht – dat er meer ellende op komst was, hij besloot om zijn gezin aan de andere kant van de oceaan een nieuwe toekomst te geven.
Bencion stierf plotseling, voordat hij zijn emigratieplannen had kunnen uitvoeren. Ethel herinnerde zich nog zijn ziekbed, hoe haar vader opgepropt in de kussens zat, eindeloos in de weer met brieven aan verwanten in Amerika. En ze herinnerde zich haar moeder, ‘mijn huilende moeder, in de deuropening, haar gezicht gedrukt tegen de deurpost, haar lichte figuurtje dat daar hopeloos tegenaan leunde’.1 Ze was toen vijf jaar oud. In diezelfde maanden overleed ook nog eens een van haar broertjes, een jongetje van negen. Toch zette moeder Celia Gross door. Ze verkocht alles wat de familie bezat, betaalde alle schulden en doktersrekeningen en nam in 1891 met haar vijf kinderen de boot naar Amerika, in de goedkoopste klasse, bij het roer – de olielucht bleef Ethel haar leven lang bij. ‘Mijn moeder herinner ik me als voortdurend in beweging, de leidende geest van deze hele expeditie – erg rustig, erg doeltreffend. Ik voelde niets anders dan veiligheid – ja, avontuurlijkheid misschien – maar angst, nooit.’
Amerika was in die jaren voor de meeste Europeanen – inclusief deze landverhuizers – vooral een idee. ‘Amerika!’ riep een officier in Joseph Roths roman Hotel Savoy telkens weer als hem iets beviel. Het was ‘Amerika!’ als de soldatenkost goed was. ‘Amerika!’ als een stelling gedegen was gebouwd. En als iemand goed kon schieten heetten zijn treffers: ‘Amerika!’ Amerika was een idee, een droom, net zoals Californië dat was voor veel Amerikanen. Een concreet land, dat was het voor de meesten nog niet.
De meeste immigranten hadden wel een familielid dat hen opving en wegwijs maakte maar Celia Gross stond er, op haar zevenendertigste, alleen voor. Ze sprak geen woord Engels. Het beloofde land bleek een verzinsel. Tot overmaat van ramp stierf ook nog een van de dochters, Henrietta, toen ze nog maar net waren aangekomen. Immigranten waren voornamelijk aangewezen op marginale baantjes in de bouw en de kledingindustrie. Dat gold ook voor Celia en de oudste dochter, Francesca, ze konden enkel als naaister het hoofd boven water houden. Voor veel immigranten was het leven zo zwaar dat ze besloten terug te keren naar Europa. Het staat haaks op de Amerikaanse mythe, maar dit was de realiteit: van alle Italianen, Grieken, Russen en Roemenen, van al die mannen en vrouwen die we op oude brokkelige films juichend het Vrijheidsbeeld zien passeren, reisde uiteindelijk de helft weer terug. Datzelfde gold voor bijna een derde van de Polen, Slowaken en Bulgaren.
De familie Gross bleef. De Lower East Side was een ruige buurt, vol ‘straat-Arabieren’ – de eretitel voor losgeslagen jongens. Ethel belandde op een lagere school om de hoek. Ze was vijf, ze viel regelmatig – door ondervoeding – flauw. ‘Angst is de emotie die ik me vooral herinner als ik aan die periode terugdenk,’ schreef ze in een verhaal over haar leven. ‘Angst om niet te doen wat de meester wilde. Angst om anders te zijn en te doen dan mijn klasgenoten. Angst om er anders uit te zien, vanwege mijn kleren. Angst overheerste bij alles wat ik deed.’

[…]

 

© 2025 Geert Mak

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks3