Nu in onze boekhandels: het nieuwe boek van Ian Buruma, Blijf in leven (Stay Alive, vertaling Alexander van Kesteren)! Lees nu een fragment.
In 1939, aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, was Berlijn nog niet zichtbaar veranderd. Het dagelijks leven ging door. Tenzij je joods was. Dan werd je bestaan, dat al heel moeilijk was, onvoorstelbaar veel erger. Vijf jaar later, in 1944, zagen de dagen in Berlijn er heel anders uit. De stad was veranderd in een heksenketel, geteisterd door een gruwelijk bewind, meedogenloze bombardementen en de toenemende angst voor het naderende Sovjetleger. De manier waarop Berlijners afscheid van elkaar namen was niet meer ‘tot ziens’ of ‘Heil Hitler’, maar ‘Bleiben Sie übrig’, blijf in leven.
Onder de mensen die in leven trachtten te blijven, was Ian Buruma’s eigen vader, die dwangarbeid verrichtte. Het geeft dit nieuwe boek van Buruma over heroïek, criminaliteit en mededogen een extra dimensie. Blijf in leven geeft inzage in het dagelijks leven tijdens de triomf en de ondergang van het Derde Rijk.
Ian Buruma (1951) groeide op in Den Haag en woonde vele jaren in Azië. Hij is de auteur van een imposant en invloedrijk oeuvre, waarvoor hij de Erasmusprijs en de Gouden Ganzenveer ontving.
- Lees ook van Ian Buruma fragmenten uit
Deel één
1939
Eén
polen weigert vrede!
polen vallen het rijk aan!!
radio gleiwitz bezet!
Koppen in de Berliner Lokal-Anzeiger, een populaire Berlijnse krant, van 1 september 1939
Het waren volslagen leugens. De Tweede Wereldoorlog begon met een dodelijk toneelstukje dat werd opgevoerd door de ss. Hitler wilde Polen binnenvallen en dus moest er een voorwendsel worden gecreëerd. Polen werd voorgesteld als de agressor. Op de avond van 31 augustus werd bij operatie Grossmutter Gestorben het radiostation Gleiwitz, aan de Duitse kant van de grens met Polen, ‘aangevallen’ door Duitse agenten die zich hadden vermomd in Poolse legeruniformen. In het Pools werd een beknopte anti-Duitse boodschap uitgezonden. Om deze denkbeeldige act van Poolse agressie wat geloofwaardiger te laten lijken werden ter plekke de lijken van een paar ‘Poolse’ aanvallers achtergelaten. In werkelijkheid waren dit vermoorde gevangenen uit een concentratiekamp die als Polen waren aangekleed.
Op andere plekken langs de Pools-Duitse grens, een gebied waar Pools- en Duitssprekende bevolkingsgroepen al eeuwenlang onder elkaar leefden, al was dat niet altijd even vriendschappelijk gegaan, werden dezelfde soort misleidende acties op touw gezet. Zo werd diezelfde nacht in het dorp Hochlinden, niet ver van Gleiwitz, een Duitse douanepost overvallen door een aantal mannen in Poolse uniformen (en met flinke baardgroei, om er ‘Poolser’ uit te zien – in Duitse ogen althans). De geënsceneerde aanval werd afgeslagen door zogenaamde Duitse grenswachten. Er werd een hele show van gemaakt. Bijna alle acteurs waren nazicommando’s. Ook hier werd een handjevol ongelukkige concentratiekampgevangenen ingezet om de rollen te vertolken van Poolse soldaten die tijdens de zogenaamde schermutselingen om het leven waren gekomen. Foto’s van de vermoorde mannen werden naar Berlijn gestuurd als het bewijs van Poolse oorlogszucht.
Om tien uur de volgende avond gaf Hitler, gekleed in het grijsgroene uniform van de Wehrmacht, een toespraak voor de leden van de Reichstag. De leden van dit afhamerparlement waren in allerijl bijeen gekomen in de Kroll-opera in het Berlijnse stadsdeel Tiergarten. Sinds het gebouw van de Reichstag in 1933 zwaar beschadigd was geraakt door brandstichting, een aanslag die mogelijk door de nazi’s zelf was georkestreerd teneinde een excuus te hebben om hard tegen politieke tegenstanders op te treden, moesten de parlementsleden het doen met het operagebouw. Veel zetels bleven echter leeg, aangezien de betreffende parlementariërs elders in het leger dienden. Op dit podium had ooit de baanbrekende muziek van Hindemith en Schönberg geklonken. Nu sprak Hitler tegen een protserige achtergrond van een reusachtige adelaar met een hakenkruis in zijn klauwen te midden van reusachtige rood-wit-zwarte nazivlaggen. Toen de toespraak van Hitler, zweterig en met gebalde vuist, zijn brallende climax bereikte, stampten en joelden de geüniformeerde afgevaardigden als vechtjassen in een bierhal. Volgens Hitler hadden de Poolse vijandigheden Duitsland geen andere keus gelaten dan terugslaan met alles wat het had. Hij brulde: ‘Vannacht hebben Poolse soldaten voor het eerst schoten afgevuurd op ons grondgebied. Sinds 5.45 uur vanochtend schieten we terug. Vanaf nu zullen bommen worden beantwoord met bommen.’

Hitlers toespraak in de Kroll-opera
Hitlers toespraak werd op de radio uitgezonden. Via luidsprekers was ze op straat te horen. De Berliner Lokal-Anzeiger beschreef wat zich afspeelde rond het operagebouw: ‘Voor de inwoners van Berlijn was de nacht van 31 augustus op 1 september een korte. [...] Lang na middernacht stonden duizenden mensen op het Wilhelmplatz om dicht bij hun Führer te zijn, zoals gebruikelijk op kritieke momenten voor het Duitse volk.’ De volgende dag had het zwoele weer van eind zomer plaatsgemaakt voor grauwe luchten. In de stad was het relatief rustig. Het leven ging gewoon door. Maar in de vroege avond ‘marcheerden colonnes sa’ers en ss’ers door de straten om ten slotte een erewacht te vormen. Achter deze bruine en zwarte haag dromden de Berlijners samen om een glimp op te vangen van de Führer en zijn trawanten, en vooral om zijn langverwachte toespraak voor de Reichstag te horen. [...] Telkens wanneer een van de nazikopstukken door de menigte werd herkend, brak een storm van applaus los.’ Veldmaarschalk Hermann Göring was erbij, zelfgenoegzaam grijnzend in zijn zwarte Mercedes met satijnen bekleding en met in zijn hand een met diamanten afgezette maarschalksstaf. Daar was Rudolf Hess met zijn borstelige wenkbrauwen, en ook Joachim von Ribbentrop, de voormalige champagneverkoper die nu in zijn zwarte ss-uniform voortschreed als ware hij een groot staatsman. Het verslag gaat verder: ‘Met elke minuut groeide het enthousiasme van de menigte totdat de auto van de Führer, gevolgd door zijn entourage, de kanselarij verliet. Daarop barstte de menigte uit in een geweldige storm van gejoel en gejubel. Op deze beslissende dag voor het Duitse volk wekte de Führer eens te meer de stormachtige hartstocht van de Berlijners.’
‘Storm’ en ‘stormachtig’ (Sturm en stürmisch) behoorden net als ‘fanatiek’ (fanatisch) tot de meest gebruikte clichés in het nazilexicon.
Overigens was ook dit krantenverslag bij elkaar gelogen. Ooggetuigen verbaasden zich juist over de lege straten. Groepjes mensen dromden samen in een sfeer van sombere onverschilligheid of juist gespannen en angstige voorgevoelens. Toen de invasie van Polen, die dus helemaal niet de ‘stormachtige’ geestdrift wist los te maken waarover de nazipers repte, Groot-Brittannië en Frankrijk ertoe bracht op 3 september Duitsland de oorlog te verklaren, werd de stemming nog nerveuzer. Het enthousiaste patriottisme van de eerste fase van de Eerste Wereldoorlog was ver te bekennen. William Shirer, correspondent in Berlijn voor de Amerikaanse radiozender cbs, bevond zich op het Wilhelmplatz ‘toen de luidsprekers ineens aankondigden dat Engeland Duitsland de oorlog had verklaard. Zo’n tweehonderdvijftig mensen stonden in de zon. Ze luisterden aandachtig naar de aankondiging. Toen die was afgelopen bleef het doodstil. Iedereen bleef roerloos staan. Verbijsterd. Het dringt nog niet tot de mensen door dat Hitler hen een wereldoorlog in heeft gerommeld. Ze hadden nog niet in de gaten waar dit op uitdraaide. In de loop van deze dag werd duidelijk dat “het perfide Albion” waarschijnlijk weer de schuld krijgt, net als in 1914.’
En toch was het deze keer anders. Volgens Shirer: ‘Vandaag geen opwinding, geen hoera’s, geen gejubel, geen bloemenkransen op straat, geen oorlogskoorts en geen oorlogshysterie. Niet eens haat tegen de Fransen en Britten, en dat in weerwil van Hitlers proclamaties aan de bevolking, partij, Ostheer en Westheer waarin hij de “Engelse oorlogshitsers en kapitalistische Joden” ervan beticht deze oorlog te zijn begonnen.’
Helmuth James von Moltke, een jonge advocaat, Pruisische aristocraat, Brit van moederskant en overtuigd antinazi (een overtuiging die hem een paar maanden voor het einde van de oorlog het leven zou kosten), schreef in een brief aan Freya, zijn echtgenote, dat hij erbij was geweest toen de Britse ambassadeur Nevile Henderson na de Britse oorlogsverklaring op 3 september het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken in de Wilhelmstrasse uit kwam lopen: ‘Hoewel zich daar drie- à vierhonderd mensen hadden verzameld, hoorde je geen enkel geluid van afkeuring, geen gefluit of onvertogen woord. Je kreeg zelfs het gevoel dat ze elk moment konden gaan applaudisseren. Niet te bevatten.’
Natuurlijk zijn dit individuele indrukken. Wat de meeste Berlijners destijds echt dachten valt nauwelijks te achterhalen. Berlijn was een kosmopolitische stad vol linkse mensen, kunstenaars, radicalen en minderheden. Hitler zou de Berlijners nooit vertrouwen. Op hun beurt vertrouwden veel Berlijners hem ook niet. Überhaupt hadden ze het land aan bazige autoriteiten. Maar sinds 1933 konden ze niet vrijuit praten en vanzelfsprekend waren er geen opiniepeilingen. Er waren zowel overtuigde nazi’s en Hitler-aanbidders als een heleboel mensen die probeerden buiten schot te blijven. Daarnaast waren er Berlijners die alles haatten aan de nazi’s en was een heel klein aantal mensen bereid alles in de waagschaal te stellen om ze actief te bestrijden.
Ik was ooit bekend met een zonderlinge figuur in Berlijn, Nicolaus Sombart. Hij was een socioloog, dandy, francofiel en literaire flaneur. In de culturele kringen van het Berlijn van de jaren tachtig en negentig was hij vooral bekend vanwege zijn zondagmiddagsalons, waarbij in de ruime woonkamer van zijn negentiende-eeuwse appartement vol zware eiken meubelen, en met dikke tapijten op de parketvloer, thee en gebak werden geserveerd. Je ontmoette er academici, gevierde romanschrijvers, kunstenaars en mooie jonge vrouwen van vaak Russische of Oost-Europese afkomst. Zijn vader, Werner Sombart, genoot grote academische faam in het Duitsland van eind negentiende, begin twintigste eeuw. Zijn conservatieve kritiek op het kapitalisme, dat hij associeerde met de ‘Joodse geest’, had de weg naar het nationaalsocialisme helpen effenen – al was professor Sombart zelf veel te verfijnd en kritisch geweest om zich aan te sluiten bij wat hij beschouwde als een platte, plebejische beweging. In de ogen van zijn zoon Nicolaus vertegenwoordigde Werner Sombart de beste intellectuele traditie van het vooroorlogse Duitsland, een traditie van muzikale, artistieke en academische voortreffelijkheid die werd uitgedragen door de ontwikkelde hogere bourgeoisie.
Nicolaus kon zich de eerste dag van de oorlog nog levendig herinneren. Hij en zijn medeleerlingen van een deftig gymnasium luisterden naar een nationalistische toespraak van de rector, waarna er met gestrekte arm Sieg Heil! werd geroepen. Vervolgens werden de leerlingen met een vrije dag naar huis gestuurd. Bij thuiskomst rende Nicolaus de trap op naar zijn vaders studeerkamer. De gerenommeerde academicus was verbaasd zijn zoon al zo vroeg thuis te zien. De jongen kon zijn opwinding amperde baas. Hij trappelde van ongeduld om zijn vader het nieuws te vertellen: ‘Hitler heeft Polen de oorlog verklaard. Sinds vanochtend rukt ons Duitse leger op in Polen!’ Daarop zette de oude man langzaam zijn bril af: ‘Besef je wel wat dat betekent?’ ‘Natuurlijk’, antwoordde Nicolaus. ‘Het betekent de zege.’ Een lange stilte volgde. Zijn vader schudde zijn hoofd: ‘Nee, het betekent het einde van Duitsland.’
[…]
© 2026 Ian Buruma
© 2026 Nederlandse vertaling Uitgeverij Prometheus en Alexander van Kesteren