Nu in onze boekhandels en 25 juni bij SPUI25: Sophie Pinkhams De eik en de lariks. Hoe het woud Rusland heeft gevormd (The Oak and the Larch. A Forest History of Russia and its Empires, vertaald door Anneke Bok)! Lees nu een fragment.
De bossen van Rusland reiken van de Oostzee tot de Stille Oceaan en van het Noordpoolgebied tot de steppen van Centraal-Azië. Ze beslaan bijna een vijfde van alle beboste gebieden ter wereld. In De eik en de lariks onderzoekt literatuurwetenschapper en journalist Sophie Pinkham dit immense gebied, bewoond door voorchristelijke bosgeesten, mysterieuze Siberische heremieten, beren, wolven en allerlei mensen die tussen taaie Siberische lariksen en majestueuze eiken een schuilplaats vonden vanwege conflicten met het heersende regime.
Van de Mongoolse invasies tot de oorlog die nu in Oekraïne plaatsvindt: Pinkham zet het ondoordringbare en eindeloze woud in als lens om Ruslands lange geschiedenis van imperialistische oorlogen te duiden. Ook laat Pinkham zien hoezeer het bos de Russische cultuur heeft gevormd, waarbij ze rijkelijk put uit sprookjes en de grote literaire werken.
De eik en de lariks is een wervelende geschiedenis van de rol die de bossen hebben gespeeld en spelen in de Russische cultuur, historie en politiek.
Inleiding
Rusland telt meer bomen dan er sterren in ons melkwegstelsel zijn. De bossen van Rusland, van de Baltische Zee tot de Stille Oceaan, van het Noordpoolgebied tot de steppen in Centraal-Azië, beslaan bijna een vijfde van de totale bosoppervlakte van de wereld. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het bos centraal staat in de Russische cultuur en geschiedenis. Een vooraanstaande Sovjetschrijver merkte in de jaren vijftig van de vorige eeuw op dat het bos de Rus bij zijn geboorte verwelkomde door hout voor zijn wieg te verschaffen en dat het ‘hem in alle fasen van zijn leven vergezelde’.1 Wanneer hij stierf, bood het bos hout voor een kruis om zijn graf te markeren. In de Russische geschiedenis heeft het bos altijd de kern gevormd van de nationale identiteit, als symbool van wat goed is en behouden moet blijven, als laatste bolwerk tegen vernietiging.
Maar Russen hebben ook al lang een zeer tegenstrijdige houding ten opzichte van het bos, waarbij respect en liefde zijn vermengd met verwaarlozing en zelfs vijandigheid. Deze ambivalentie is kenmerkend voor een land dat al geruime tijd wordt verscheurd tussen oost en west, stad en platteland, proletariaat en boerenstand, verleden en toekomst. Dat is een spanning die voorkomt in heel het uitgestrekte grondgebied van Rusland, waarvan de bomenpopulatie even divers is als zijn volkeren en het zelfbeeld. In De eik en de lariks wordt het verhaal verteld van de noordelijke Euraziatische bossen, die door de eeuwen heen deel hebben uitgemaakt van het grondgebied van de Gouden Horde van Dzjenghis Khan, het Russische Rijk, de Sovjet- Unie en tegenwoordig van de Russische Federatie en andere staten die zijn voortgekomen uit de ussr.
De twee bomen in de titel zijn bossymbolen van de uitersten van de geografie, het klimaat en de cultuur van Rusland. In Russische sprookjes komen dikwijls eiken voor: heilig, hoog oprijzend en machtig, waaraan gerechtvaardigd gezag en helende krachten worden toegeschreven. De eik, die heerst over de loofbossen van Europees Rusland, is een symbool van het vroegste ontstaan van Moskovië. Met het hout van de eik werden de schepen van de keizerlijke vloot van Peter de Grote gebouwd, die Rusland in de achttiende eeuw tot een grootmacht maakte. Maar in het uitgestrekte gebied ten oosten van het Oeralgebergte voeren naaldbomen de heerschappij. De lariks, die wel duizend jaar oud kan worden, staat symbool voor het noordelijke bos, de taiga. Dit bioom omvat een groot deel van Siberië, het immense gebied in Noord-Azië dat in de zestiende eeuw door Rusland gekoloniseerd werd. De taiga was woest, onbekend terrein, een levensgevaarlijk gebied, maar tevens de herkomst van luxueuze pelzen die de hele wereld overgingen en Rusland rijk maakten.
Veel van de plaatsen die in dit boek worden verkend, zijn pas in de laatste paar eeuwen door Rusland veroverd – binnen de levensduur van een lariks van middelbare leeftijd. Door toevalligheden in de geschiedenis heeft Rusland de heerschappij gekregen over een groot en uitzonderlijk divers deel van de bossen op aarde, van taiga tot loofbos, van dennenbossen tot gematigde regenwouden en moerasgebieden. De imperiale expansie van Rusland omvat een enorme verscheidenheid aan etnische groepen, talen, religies en benaderingen van de natuur. Voor zowel mensen als bomen gaat de geschiedenis van de bossen in Noord-Eurazië over veel meer dan alleen Rusland. Enkele van de belangrijkste verhalen die deze bossen te vertellen hebben gaan over Siberië, een derde van het Aziatische vasteland, over Oekraïne, Wit-Rusland en Polen, de Noordelijke Kaukasus en Centraal-Azië.
De meeste verslagen van de Russische geschiedenis beginnen in Kyivse Roes, voorheen het Kyivse Rijk, de eerste Oost-Slavische staat, en verplaatsen zich vervolgens noordwaarts naar Centraal-Rusland, voordat ze zich uitbreiden naar Siberië. Dit boek breekt met die traditie door eerst in te gaan op de bossen van Siberië en de mensen die daar al duizenden jaren woonden voordat de Russen in Noord-Azië kwamen. We trekken vervolgens naar het westen met Dzjenghis Khan, die zijn entree maakte vanuit de bossen van Noord-Mongolië. Zijn Gouden Horde veroverde vervolgens een groot deel van Eurazië en drukte een blijvend stempel op de Russische samenleving. Vanaf de tijd van Kyivse Roes tot op heden heeft het bos een centrale rol gespeeld in de imperiale expansie van Rusland en in het verzet tegen deze expansie. De Russische overwinning in de Noordelijke Kaukasus werd voorafgegaan door de vernietiging van de bossen die dekking boden aan Tsjetsjenen en Avaren, die een van de hevigste guerrillaoorlogen ooit voerden. De moerasachtige bossen in Wit-Rusland en Noord-Oekraïne vormden daarentegen een vrijwel onbedwingbaar gebied, waar het gecentraliseerde overheden zelfs in de twintigste eeuw nog moeite kostte om er volledig gezag over uit te oefenen. Toen de nazi’s binnenvielen, boden de bossen in de regio een cruciale schuilplaats aan Sovjetpartizanen die meehielpen om de Tweede Wereldoorlog te winnen.
De duizelingwekkende omvang en verscheidenheid van de bossen in Noord-Eurazië hebben een uitzonderlijke diversiteit aan verhalen en betekenissen opgeleverd. Lang nadat West-Europa een groot deel van zijn bomen had gekapt, had het Russische Rijk nog steeds meer bossen dan het in kaart kon brengen. Bosmythen en heilige bomen komen in tal van culturen voor. Mythologie en religie trekken zich niets aan van landsgrenzen; die kwamen tot bestaan lang voordat er landsgrenzen bestonden. Door zijn centrale rol en diverse betekenissen heeft het bos echter enkele van de neteligste vragen uit de Russische politieke en culturele geschiedenis opgeroepen: vragen over macht, identiteit, verantwoordelijkheid en gezag. Dient het bos te worden gevreesd of gerespecteerd? Beschermt het bos de mensen, of is het de verantwoordelijkheid van de mens om het bos te beschermen? Kunnen mensen hun toekomst vormgeven door de niet-menselijke wereld te manipuleren, of zijn ze overgeleverd aan krachten die groter zijn dan zijzelf? De samenlevingen en volkeren die in Rusland en zijn rijken wonen, hebben sterk uiteenlopende reacties getoond, variërend van geloof in onderwerping tot fantasieën over heerschappij.
Vaak waren het schrijvers die deze vragen hebben geformuleerd en beantwoord. In Rusland kunnen romanschrijvers en dichters bogen op een lange geschiedenis als beschermers van het bos – en als vertegenwoordigers van het rijk –, die ideeën over de nationale identiteit gestalte geven. Eeuwenlang heeft de typische Russische combinatie van censuur en verering van literatuur geleid tot politieke en wetenschappelijke debatten in de schone letteren. Door haar vermogen om grenzen van tijd, ruimte en identiteit te overschrijden is de literatuur intussen een ideale plek voor nieuwe visies op de samenleving en de natuur. Om die reden nemen schrijvers in dit boek een prominente plaats in. Het binnenvallen van Oekraïne in 2022 heeft geleid tot een heroverweging van het culturele erfgoed van Rusland, waarbij sommigen beweren dat alle Russische culturele verworvenheden zijn bezoedeld door de oorlogsmisdaden die onder Poetin zijn gepleegd. Wat nodig is, is echter niet afwijzing, maar een diepgaandere vorm van beschouwing, die de talloze aspecten van identiteit en ervaring omvat die zijn verdrongen door conventionele verhalen die uitgaan van de superioriteit van de etnische Russen. De geschiedenis van het bos biedt een nieuw perspectief van waaruit de geschiedenis en de cultuur van het Russische Rijk, de Sovjet-Unie en nu de Russische Federatie kunnen worden begrepen. Door vanuit het perspectief van het bos naar Rusland te kijken kunnen we een nieuw inzicht verkrijgen in de aard van de Russische macht, het Russische nationalisme, het Russische imperialisme en het beeld dat Rusland van zichzelf heeft.
Volgens een Slavische legende stonden er aan het begin der tijden twee eikenbomen in een immense blauwe zee, wachtend op de schepping van de aarde en de hemel. Aan de voet van eikenbomen op heilige open plekken in het bos voerden heidense Slaven rituelen uit en wijdden de bomen aan de god van de donder. In sprookjes strekte het bos zich uit tot in de hemel; ‘een bos zo hoog dat het een gat in de hemel maakt’, volgens een Russisch gezegde. In de oudste geschiedschrijving over de Oost-Slaven, de stammen die later Wit-Russen, Russen en Oekraïners werden, wordt verteld dat het pas gestichte Kyiv, de hoofdstad van Roes, werd omgeven door een groot dennenbos vol wilde dieren, prooi voor jagers. Nadat de Mongolen Kyiv in 1240 hadden geplunderd, verlegde het centrum van de Oost-Slavische macht zich noordwaarts naar de dichtbeboste gebieden bij de bovenloop van de Wolga. Russische kroniekschrijvers uit de dertiende en veertiende eeuw schreven vaak over ‘het beboste land’ in plaats van een specifieke locatie te noemen. Het bos was hun thuis. Op Russische iconen uit de zestiende en zeventiende eeuw werd de hemel afgebeeld als een bos.
Toen de Slaven hun grondgebied uitbreidden, vormden de bosgebieden een natuurlijke vesting van waaruit aanvallen konden worden uitgevoerd op de vijandelijke stammen die de door de wind geteisterde Euraziatische steppe bewoonden. Aan het eind van de zestiende eeuw begon het sinds kort dominante grootvorstendom Moskou met de aanleg van zaseki, een linie van verhakking – een versperring van gevelde bomen – ter bescherming tegen aanvallen door nomaden. Er werden grote stroken bomen gekapt en in stelling gebracht, en hun takken werden geslepen zodat ze een puntige linie vormden om indringers te paard tegen te houden. Het bos werd gemilitariseerd. Dit gebruik kreeg een magische betekenis in Russische sprookjes, waarin de held dikwijls een kam opgooit die verandert in een dicht bos om hem te beschermen tegen achtervolgers.
Het bos was ook vol gevaar. De grootste rivaal van de mens was de beer, de ‘abt van het bos’. Hij wedijverde met de mens om de kostbare honing. Volgens de legende was de beer vroeger een man geweest die het brood en zout onthouden was dat gasten traditioneel werd aangeboden als teken van vriendschap. Uit wraak voor die belediging had hij een angstaanjagende nieuwe gedaante aangenomen en maakte hij het bos tot zijn vesting, dat hij verdedigde tegen de soort waartoe hij ooit had behoord. Vijandelijke soldaten namen dikwijls hun toevlucht tot de bossen, een plek waar de dood altijd op de loer lag.
[…]
© Copyright 2026 Sophie Pinkham
© Copyright 2026 Vertaling: Anneke Bok en Uitgeverij Van Oorschot, Amsterdam