Leesfragment: De krenking

23 februari 2026, door Wanda Reisel

26 februari verschijnt de nieuwe roman van Wanda Reisel: De krenking! Wij publiceren voor.

Levi Levi neemt als plaatsvervangend huisarts een praktijk waar in een dorp in Noord-Holland. Op een nacht wordt hij bruut van zijn bed gelicht en beschuldigd van moord op een patiënt. Zijn dochter lijkt de enige die zich om hem bekommert. Intussen ligt zijn flamboyante vader, een topchirurg, op sterven en ettert Levi’s scheiding ook nog door.

In deze scherpzinnige roman volgen we Levi’s afdaling in een nachtmerrie van reputatieschade en zelfverlies in onze nerveuze wereld van valse aantijgingen. Met spottende humor en psychologisch raffinement verweeft Reisel een wrange familiegeschiedenis met een actueel en explosief plot.



 

I

Geen palm maar een gepenseelde kale boom in zee. Het water is onnatuurlijk blauw en het strand helgeel. Op een dikke tak zit een roofvogel, waarschijnlijk een visarend, met nagels als weerhaken. Onverwacht sierlijk scheert de visarend over het zeeoppervlak, stijgt, bidt, duikt dan met zijn klauwen recht naar beneden en grijpt een enorme zilverglanzende zeebaars die zich net zo lang in bochten kronkelt tot hij ontsnapt.

Er midden in

– Openmaken!
Er werd hard op de camperdeur gebonsd. We waren diep in slaap, Rock en ik.
– Opendoen!
Een scène die je duizend keer in een film hebt gezien, maar als het je overkomt geloof je het niet. Ze drongen de camper binnen. Rock blafte aan één stuk, ik probeerde hem te kalmeren maar kreeg een verblindende lichtbundel in mijn gezicht.
Of ik Levi was. Levi Levi.
– Waarom schreeuwen jullie zo?
Onmogelijk m’n ogen open te houden in dat licht. Toen ik bevestigde wie ik was grepen gehandschoende handen me links en rechts bij mijn ellebogen en duwden me in onderbroek de camper uit de koude nacht in.
Ze dwongen me hardhandig met één wang op het koude zand en daarna kreeg ik een knokige knie tussen mijn schouderbladen, mijn handen op mijn rug gebonden met een snijdende tiewrap, ik hoorde de klikjes ratelen, precies zoals de regisseur het bedoeld had.
De rest van de film hóórde ik alleen, zag elkaar kruisende helmlichten, opgefokte stemmen van zowel mannen als vrouwen riepen naar elkaar. Stond ik te lang in de duinen met de camper? Viel ik op?
– Ik ben arts, ik heb een ontheffing, kijk maar, ligt in de camper, alles is in orde. Onzin, daar komt geen politiemacht voor op de been midden in de nacht. Rock blafte nog steeds, een hond begrijpt alles van recht en onrecht. Ze trokken hem aan zijn halsband mee naar een van hun wagens.
– Laptop, iPad? riepen ze weer veel harder dan nodig was tegen de staatsgevaarlijke terrorist die ik plots was en die, ik verzin maar wat, een aanslag op een strandtent beraamde. Ik zei dat ik graag het waaróm van deze overval wilde weten, dat ik hier geen laptop had. Ik hoestte, de scherpe knie op m’n rug benam me m’n adem.
– Meneer de politie, begon ik met ingehouden woede, ik stik, kan die knie weg? Ik ben toch al geboeid?
– Mevróúw, antwoordde de stem van boven, en nee dat kan niet. Maar ze verplaatste de druk van haar knie van mijn schouderbladen naar mijn dijbeen waar hij ook irritant drukte, de beproefde methode van het schoolplein.
– Ik ben arts, riep ik, wilt u daarmee ophouden?
– Luister, zei de knie, als u rustig blijft liggen gebeurt er niets onaangenaams. Maar ik begon te roepen wat hier godverdomme aan de hand was, wat mij ten laste werd gelegd en andere dingen die ik me van politieseries herinnerde. De knie verdween wonder boven wonder net zo snel als hij gekomen was en daarna werd ik overeind getrokken, kreeg eindelijk een deken omgeworpen en werd naar een van de wagens gebracht. Handen strak op je rug gebonden begint op een gegeven moment flink te trekken in je rug. Ik hoorde Rock in een wagen nog steeds bezorgd blaffen.
– Wat gebeurt er met de hond? Niemand gaf antwoord. En wat gebeurt er nu met mij? Ik wist niet eens of ik die zin echt uitsprak of alleen maar dacht. In de auto was het gelukkig warm en keek ik tegen ruggen aan in zwarte jacks met zilveren strepen erop die fel oplichtten als er licht langsstreek. Welke eenheid ging zo gekleed?
Ik was helemaal alleen, wat sterk overdreven was, het universum kon het geen moer schelen wat er met mij gebeurde, ook de branding klonk angstaanjagend onverschillig.
– Voor uw hond kunnen wij niet zorgen, dokter, waar kan die heen? vroeg de ene voorin die half omkeek voor zover zijn aangehangen uitrusting dat toeliet, hij sprak op ironische toon. Ik noemde het adres van de huisartsenpraktijk.
– Iemand komt hem wel halen, zei hij.

*

Het was kil in het lage hok, een kelder, de enige warmte kwam van de verblindende spots in de hoeken. Ik zei dat ik het koud had, honger ook, ze hielden even halt maar deden niets, zij waren in overhemd met korte mouwen, hadden er geen last van, alsof ze uit een ander land kwamen.
Ze begonnen meteen met verhoren, als wat ze deden zo genoemd mag worden. Ze zeiden dat ik kwaad in de zin had, als arts niet competent, een gevaar voor patiënten, een zenuwachtig mannetje, niet volgens protocol, een waardeloos doktertje zonder ruggengraat. Wat wisten ze van mij? Namens wie treden jullie hier op? vroeg ik. Het waren twee mannen en een vrouw, ze keken elkaar verbaasd aan. Ja dat wil ik wel eens weten, volgens welk mandaat handelen jullie? Jullie lijken me geen politie.
– Wij zijn Boa’s in dienst van de Inspectie. Bijzonder Onaangename Aso’s voor jou. Je ontbijt wordt zó geserveerd hoor, zei er een, geroosterd brood met roerei en een glaasje jus, dat had je toch besteld? Kaascroissantje erbij? Ze grinnikten gemaakt. Daarna sloeg de andere met zijn vuist op de kantoortafel, alles wat er lag maakte een sprongetje, ik schrok.
– Je bent vér buiten je boekje gegaan, dokter, zei de ene alsof hij in een belabberde toneelvoorstelling stond. Ik zei dat ik niets te zeggen had tot een officiële tenlastelegging, en ik eiste een advocaat. De andere tikte opzichtig tegen zijn oren.
– Ik versta je niet, makker.
– Dan zijn we klaar, zei ik, haal er maar een tolk bij. Als er geen beschuldiging is moeten jullie me laten gaan. Eentje had een hangsnor die je nooit meer ziet.
– Zat je gezellig te broeien in je campertje aan het strand? vroeg de andere die flaporen had die door zijn haar staken, wat hem meteen sympathiek maakte.
– Lekker zorgeloos zeker, zei de jonge vrouw gespeeld agressief, schepje, emmertje, alle dagen feest, maar dat is toch eigenlijk niks voor een échte dokter?

 

© 2026 Wanda Reisel

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks2