Leesfragment: Egelskop

08 januari 2026, door Teddy Tops

Een van de Volkskrant-talenten van 2026 is Teddy Tops, van wie vorig jaar Egelskop verscheen. Tijd voor een fragment!

Levi, een joodse vrouw uit Amsterdam, kruipt na de Tweede Wereldoorlog uit de schaduw van haar onderduikadres en gaat op zoek naar een dansschool om in de spotlights te staan. Jo is de jongste van dertien kinderen, geboren in een plaggenhut in Drenthe. Met haar familie vertrekt ze naar Eindhoven om te werken in de Philips-fabriek. Beide vrouwen verruilen in de jaren van de wederopbouw een ondergronds bestaan voor het licht. En beiden zien de voorbestemde toekomst in neonletters voor zich.

Wanneer ze de leeftijd hebben om te trouwen en voor het gezin te kiezen, besluit de naamloze verteller, die enkele decennia later opgroeit in een tijd waar de mogelijkheden eindeloos lijken te zijn, de regie op het verhaal over te nemen en de geschiedenis van haar beide grootmoeders te herschrijven. Wat volgt is een omgekeerd vlindereffect.

 

1 Bovengronds

Kinderen zijn getuigen van ouders die zeggen: kijk, let goed op, maar ook: zolang iets met een ziel zo puur als dat van mijn kind kijkt hoe ik het leven leid en dat voor waar aanneemt, kan het niet verkeerd zijn wat ik doe. Ouders zoeken in kinderen hun medestanders, bevestiging van hun goede bedoelingen en verdiensten als opvoeder. Vrouwen die geen kinderen kregen hebben deze getuigen niet gehad, ze zijn niet bewaard gebleven in het brein van onschuldige hoofdjes, in hun archieven opgeslagen. Wat deze vrouwen deden bleef binnenshuis, kwam niet in musea of boekenkasten terecht, maar bleef achter in de keuken of slaapkamer achter stof of steen. De kunstenaars, de zorgverleners, de bouwers, de vrouwen die niet konden schrijven, die geen klein verzet pleegden zoals goudsbloemen in de berm planten – oranje in het straatbeeld was verboden – de vrouwen die het huishouden van anderen deden, die pasten op de kinderen van anderen, die de kinderen niet konden krijgen, de vrouwen die ze niet wilden hebben, de vrouwen die van vrouwen hielden: ze blijven anoniem achter, met hun liedjes, hun liefjes, hun eigenaardigheden en hun meisjesnamen. Met hun twee slaapkamers, de eerste om in te slapen en de tweede om te zorgen dat niemand vragen stelde bij twee vrouwen die in één huis wonen. Er hingen schilderijen aan de muur en het bed was onbeslapen, de onbewoonde kamer was er om hun recepten, ambities, herinneringen in te bewaren.
Ze worden niet omschreven in geschiedenisboeken, zijn geen onderzoeksgroep in een wetenschappelijk tijdschrift, gaven geen dagboeken, oorlogstrauma’s of fotoalbums door aan nakomelingen. Of ze kozen voor het kunstenaarschap, het kunstmonsterschap, het verzet, de rebellie, tegen kind en tegen hoeksteen, en kregen een plek aan de muur van een museum. Maar meestal maakten we er ook dan heksen of heiligen van, gumden de vrouwen die niet baren, kunst of kind, hun hele leven lang alles wat na hen had kunnen komen uit, alsof ze de geschiedenis achterstevoren schrijven. De navelstrengen intrekken en dichtknopen op hun buik.
Mijn oma’s stierven ongelukkig, omdat ze moesten leven naar wat van hen verwacht werd. Wanneer ze niet mijn opa’s maar elkaar hadden ontmoet, zouden mijn ouders niet geboren zijn, zou ik niet geboren zijn, hadden zij misschien een vol leven kunnen leiden.

 Mijn ouders zijn verongelukt toen ik vier was, er is niemand over om me te vertellen hoe het moet, dat leven. Ik sta op een brug, staar naar mezelf in het water onder mij, en zie keer op keer hoe ze verdwijnen. Ik zie mijn ouders verdrinken, in al het water dat ik tegenkom. Een paar schapenwolkjes trekken over, een bakfiets met volle linnen boodschappentassen komt achter mij tot stilstand, op de balkons van het herenhuis naast me wappert gekleurde was aan gespannen lijnen. Het is een schilderij of een toneelstuk: voor me het strakke water als doek, als podium, ik veilig op de tribune. Een toeschouwer. De roestvrijstalen tang met oranje plastic handvatten waarmee ze de auto openknippen ligt onder het wateroppervlak.
Ze moesten mijn moeder openknippen bij mijn geboorte, ze lag thuis in haar eigen bed. Daar begon het al. De pijn die zij heeft moeten lijden om mij te laten leven was het begin van een korte reeks opofferingen die zij moest ondergaan. We gaan even een knipje zetten, zei hij tegen haar, en met ‘we’ bedoelde hij zichzelf en met ‘knipje’ bedoelde hij een scheur van haar vagina tot aan haar anus.
Er stonden ijskristallen op de ramen, maar mijn moeder had het bloedheet. Ik kwam doodstil ter wereld, met de navelstreng om mijn nek. Niet gemaakt voor het leven, zei mijn moeder toen ik in haar armen werd gelegd. Mijn kop was blauw en verkreukeld, mijn vader rookte wit weggetrokken een sigaret in de keuken van de bovenwoning. Mijn houten hobbelpaard stond al in de hoek van de woonkamer op mij te wachten. Dit zou een warm gezin worden, dacht het hobbelpaard toen nog. Met zijn oren van stof.
Ik was een dikke baby, mijn ouders’ eerste en laatste. Mijn moeder wilde koste wat het kost thuis bevallen. Ze had een hekel aan ziekenhuizen. Te veel zieke mensen. Dat beeld van mijn ouders bij mijn geboorte is mijn eerste herinnering, en omdat ik bijna niets van ze weet zijn die paar veel te vroege, waarschijnlijk allemaal verzonnen herinneringen zo wezenlijk dat ik ze keer op keer van seconde tot seconde in mijn hoofd uitspeel. Steeds met een iets ander decor en een iets andere cast.

 

Copyright © Teddy Tops 2025

Gerelateerde boeken

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks2