Leesfragment: En toen

20 januari 2026, door Pépé Smit

23 januari verschijnt het romandebuut van Pépé Smit: En toen! Wij publiceren het eerste hoofdstuk voor.

Pépé Smit is de geestelijk moeder van de serie prentenboeken over Fred het (heel erg eigenwijze) hert. Meer dan 25.000 exemplaren vonden inmiddels hun weg naar de Nederlandse kinderkamers. Fred het (heel erg eigenwijze) hert kreeg een pluim van de Vlaamse Kinderjury en ouders steken hun liefde voor Fred ook niet onder stoelen of banken. Maar Pépé Smit heeft meer in haar mars: met dezelfde eigenwijze humor begeeft zij zich nu op het pad van de roman.

En toen is het verhaal van een kind dat opgroeit in Den Haag en de Betuwe in de jaren zeventig, een tijd waarin de grenzen tussen veiligheid en chaos geregeld vervaagden, verteld vanuit het perspectief van het kind. Overheerst in eerste instantie speelsheid en naïeve kinderlogica, gaandeweg word je meegenomen in de complexe moeder-dochterrelatie die even avontuurlijk als schrijnend is. En toen is stilistisch gedurfd, wrangkomisch en nergens sentimenteel. Het is een ode aan de veerkracht van kinderen en de hoofdpersoon zul je niet licht vergeten.



 

1

En toen eindelijk eindelijk mocht het en ik wou die grappige zwarte die nog jong en vrolijk was met die grote poten en die flaporen en toen keek die man van het asiel naar mij en naar die hond en toen naar mijn moeder en hij dacht zeker dat ik te klein was want dat dachten ze altijd maar het was echt niet zo want ik leek alleen maar klein terwijl ik al zes was en ook nog best sterk voor een meisje maar ik was dus geen jongetje en als de groenteboer ‘wat mag het zijn jongeman’ zei dan zei ik ‘worteltjes voor het konijn alstublieft mevrouw’ en dat zou hem wel leren maar de volgende keer zei hij het toch gewoon weer. En toen was de hond van mij en ik noemde hem Roefie. ‘Het is jouw hond dus jij laat hem uit,’ zei mijn moeder. ‘Natuurlijk,’ zei ik, ‘niemand anders mag hem uitlaten want het is mijn hond dus ik laat hem uit.’ En toen werd die hond groter en groter en nog groter. En ik ook heus wel maar bij mij ging het veel langzamer en zag je het bijna niet maar die hond kon je dus gewoon zien groeien en het hield maar niet op. En dan maar proberen om bij de lantarenpaal te zijn voordat Roefie die andere hond had gezien en dan gauw, gauw, de riem om de lantarenpaal slingeren want dan was ik opeens wel sterk genoeg maar zonder lantarenpaal was hij niet te houden, hij leek wel een heel andere hond dan de hond die zo lief naast me lag en mijn handen likte of mijn voeten en dat kriebelde zo grappig dus we hadden ook echt wel lol hoor, maar soms haalde ik de lantarenpaal niet en wat moest ik nou weer verzinnen over die geschaafde knieën want mijn moeder had dat dus heus wel gezien maar ze zei niks maar ik zei wel wat tegen mijn hond en ik praatte heel streng tegen hem. Niemand mocht zo streng tegen mijn hond praten behalve ik want het was mijn hond en ik was de baas maar hij luisterde niet maar hij beet wel. In mijn arm en in ongeveer alles wat hij tegenkwam. Hij beet het liefst in de pantoffels van mijn vader wat ik zelf nooit zou doen want die roken echt niet lekker maar Roefie greep ze met zijn bek en schudde zijn kop zo wild heen en weer dat het kwijl in het rond vloog. Hij leek wel een pantoffelmoordenaar en dan was ik een beetje bang voor hem. Als ik ’s ochtends in bed lag dan hoopte ik soms dat hij zomaar opeens weg zou zijn als ik beneden kwam maar dat mocht ik niet denken want het was mijn hond waar ik zoveel van hield dus dan was het net goed dat hij mij voor straf beet als ik de trap af kwam. Hij beet niet echt door, met bloed en zo, maar het deed wel echt pijn. Hij is nog jong, zei mijn moeder, je moet hem laten voelen wie de baas is. Maar hoe deed je dat? Mijn strenge stem hielp niet meer en hij deed steeds wilder en mijn knieën hadden de hele tijd korsten en dat was soms wel lekker om aan te pulken maar dit werden er te veel. Toch moest Roefie steeds uit en ik deed er steeds korter over en hoopte dan maar dat hij gauw zou poepen en plassen en als hij het niet deed, ja jammer dan. Dan ruimde ik het wel op als hij het thuis deed. Het was wel pech dat we die stomme sisalmatten hadden van gevlochten stro die iedereen nu opeens had, want alles ging ertussen zitten en je kon ze bijna niet schoon krijgen. En toen zag ik mijn moeder kijken naar Roefie en naar de sisalmat en naar al die rode en blauwe stipjes op mijn arm en naar de korsten op mijn knieën en toen ik uit school kwam was mijn hond nergens en ik holde het hele huis door maar ik zag hem niet en toen zei mijn moeder: ‘Ga maar even zitten.’ Maar dat wou ik niet want daarna kwam er nooit wat leuks en daar was het al: ‘Er was hier een zeekapitein met een houten been en een papegaai op zijn schouder.’ Dat was nog wel leuk maar toen ging ze verder ‘Die kapitein zag Roefie en toen zei hij: hé, dat is precies de hond die ik moet hebben voor op mijn onbewoonde eiland en het geeft niks dat hij niet zindelijk is want hij mag de hele dag buiten spelen en o wat zal hij daar gelukkig zijn, veel gelukkiger dan hier in de stad. En toen heb ik hem aan die kapitein gegeven want dat is voor iedereen beter, voor de hond, voor de kapitein, voor mij en ook voor jou.’ ‘Zo,’ zei ik met een heet en prikkelig gevoel in mijn hoofd, ‘heb jij mijn hond weggegeven, mijn hond die helemaal niet van jou is maar van mij?’ En ik rende naar boven en ik ging op mijn bed liggen om na te denken en heus niet om te huilen. Ik was boos maar ook niet en ik dacht aan mijn hond die met een zeekapitein en een papegaai heel gelukkig was op een onbewoond eiland dat dus eigenlijk helemaal geen onbewoond eiland was want die zeekapitein met dat houten been en die papegaai die woonde daar toch met mijn hond. En ik miste hem heel erg maar ook niet want het was toch fijner voor hem en misschien ook voor mijn knieën en voor mijn armen en voor de sisalmat en nu kon mijn hond, o nee, zijn hond, daar poepen en plassen en niemand die boos werd omdat het in de kamer was maar het was wel jammer dat ik nu geen hond meer had en ik moest toch huilen ook al moest ik eigenlijk blij zijn voor Roefie.

 

Copyright © Pépé Smit en Uitgeverij De Harmonie 2026

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks3