Leesfragment: Het land van Hrabal

27 januari 2026, door Rik Zaal

Op de shortlist van de BNG Literatuurprijs en de longlist van de Libris Literatuurprijs: Rik Zaals roman Het land van Hrabal! Tijd voor een fragment.

Een Nederlandse schrijver met geheugenverlies probeert zich zijn ontmoeting met Bohumil Hrabal te herinneren, de Tsjechische schrijver die hij bewondert en van wie hij graag literaire tips wil krijgen. Hij sprokkelt dagboeken, krantenknipsels en oude agenda’s bijeen en raakt verdwaald in verhalen vol absurde belevenissen en hevige dilemma’s van zijn Tsjechische vrienden in de destijds door de Russen gecontroleerde wereld achter het IJzeren Gordijn. Het brengt hem op zijn Theorie van Echte (Tsjechië) en Onechte (Nederland) Landen. In Echte Landen is het geweten een luxeproduct. De vraag is of dat ook geldt voor het geheugen.



 

Wanneer het was weet ik niet meer zo goed, maar het was in ieder geval voor de zogeheten Fluwelen Revolutie van 1989 dat ik meneer Hrabal heb ontmoet in zijn stamcafé in Praag. Eerlijk gezegd weet ik ook niet meer of ik hem wel heb ontmoet, want mijn geheugen is niet meer wat het geweest is. Ik vraag me zelfs af of het ooit wel iets geweest is, dat geheugen van mij. Zo is het al heel lang geleden dat ik bijvoorbeeld een week nadat ik een boek had uitgelezen, kon vertellen waar het over ging, wie de hoofdpersonen waren, welke gebeurtenissen waren beschreven en wat de essentie van het verhaal was. Ik wist een week na dato nog wel of ik het boek goed had gevonden of niet, en nu weet ik dat van de meeste boeken die ik heb gelezen ook nog wel, maar god mag weten waar ze over gingen. Zelfs van Bohumil Hrabal, van wie ik ongeveer alles heb gelezen, wat best veel is, en die ik als een van de grootste schrijvers van de twintigste eeuw beschouw, herinner ik me eigenlijk alleen dat ik zijn boeken briljant en soms geniaal vond, maar over de inhoud weet ik niet veel meer. Wel over de stijl, die ik onontkoombaar goed vond, zo’n stijl waarvan je als schrijver denkt: zo moet je schrijven, zo zou ik ook moeten schrijven, maar ja, dat kan ik natuurlijk niet, en dat moet ik ook niet willen, dat soort gedachten. En ik geloof dat ik daar ook met hem over wilde praten.

In de drie boeken waarin hij zijn vrouw Pipsi als verteller opvoert had ik al veel over Hrabals schrijverschap opgestoken, bijvoorbeeld dat hij in Vita Nuova zegt dat schrijven niet zo moeilijk is en dat je eigenlijk alleen een soort brutaliteit nodig hebt om de eerste regels te schrijven en dat daarna alles vanzelf gaat ‘zoals wanneer je een oude trui uithaalt’, en dat het ook helemaal niet nodig is, zoals Pipsi altijd dacht, een werkkamer te hebben en dat hij het liefst zijn schrijfmachine mee naar de kroeg zou nemen of mee in de tram, en Pipsi merkt alleen ’s ochtends dat hij schrijver is omdat hij dan ‘met zijn gedachten volkomen ergens anders’ is en in die naar binnen gekeerdheid zijn koffie drinkt en zijn sigaret rookt en Pipsi weet dat als zij één woord zou zeggen hij zijn kopje koffie naar haar hoofd zou slingeren en zijn brandende sigaret op haar hand zou uitdrukken en zelfs zijn tanden in haar maag zou willen zetten ‘alleen omdat ik hem gestoord heb bij zijn overpeinzing bij zijn schrijven in gedachten bij zijn volstrekte vervreemding van de wereld’. En ik heb toen ook wel eens geprobeerd te doen alsof het gemakkelijk is, dat schrijven, dat het als het ware vanzelf gaat zoals je een oude trui uithaalt, en in cafés ben ik ook wel eens gaan zitten niet met een schrijfmachine maar met een opschrijfboekje, maar ik zocht toch altijd weer de eenzaamheid van mijn werkkamer op zodat ik alleen al daardoor een andere schrijver ben dan Hrabal.

In ieder geval zat hij in zijn stamcafé U zlatého tygra, De Gouden Tijger, aan tafel met een aantal vrienden, en allemaal, ik geloof dat ze met zijn vieren waren, hadden een halveliterkroes bier voor zich staan. Een van die vrienden, en je kon aan de verstandhouding inderdaad zien dat het vrienden waren, had in zijn kroes een ohřiváček hangen, een bierwarmer, een zilverkleurige cilinder met een schroefdop erop, die met een haakje aan de rand van de kroes bevestigd was en waarin warm water zat om het bier iets minder koud te maken, wat waarschijnlijk te maken had met maagklachten van de bierdrinker en in ieder geval met zijn ondanks alles onweerstaanbare liefde voor het bier.

Uit: Rik Zaal, Het land van Hrabal

Die liefde voor het Tsjechische bier en de Prager bierhuizen, waar het bier in glazen van een halve liter wordt getapt met een vette laag schuim erop dat stevig genoeg is om er een muis op te laten tapdansen, zoals een Tsjechische vriend van me het eens formuleerde, die nooit verdwenen liefde dreef diezelfde, in 1968 uit Praag naar Nederland gevluchte vriend, na de revolutie van 1989 in het voorjaar van 1990 naar zijn oude woonplaats. Hij had de atmosfeer in die bierhuizen nooit kunnen vergeten en er altijd naar terugverlangd. Naar dat bier dus en naar de kleine glaasjes rum of wodka die naast het bier worden gezet om sneller dronken te worden, want dat Tsjechische bier heeft een nogal laag alcoholpercentage, en naar de smerigheid ook van die cafés, want het is er altijd vies, en de bierviltjes zijn er nog nat van de vorige dag en de wc’s zijn nooit eens niet overstroomd. En hij verlangde ook naar al die mannen daar, alleen maar mannen, die veel praten, veel drinken en veel roken, mannen die daarna ook vaak hard gaan schreeuwen, flink gaan lallen en daarna niet goed meer weten hoe ze zijn thuisgekomen, als ze al zijn thuisgekomen.

[…]

 

Copyright © 2025 Rik Zaal

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks2