Genomineerd voor de Anton Wachterprijs 2026: Thijs Hoekstra’s Kuren! Tijd voor een fragment.
‘Zoals je kunt begrijpen, zat ik die chemokuur voornamelijk te zwelgen in zelfmedelijden. Het was het enige wat ik deed. Ik lag uren in bed, dronk liters chocomel en ik zwolg. Ik staarde uit het raam, wentelde me in mijn slachtofferschap en ik zwolg. Ik zwolg onder de douche, ik zwolg op de wc. Mijn god, ik zwolg wat af in dat kinderziekenhuis. Het had een nieuw wereldrecord kunnen zijn als Timo er niet was geweest. Het is in de regel nogal lastig om te zwelgen in zelfmedelijden als er iedere dag een jongen van zes met mondkanker je kamer binnenkomt om op zijn laptop te laten zien wat hij in Minecraft heeft gemaakt.’
David is veertien en heeft kanker. Tijdens zijn chemokuren trotseert hij cliniclowns, bezorgde ouders, de gutmenschen uit Haarlem, plichtmatige bezoekjes van zijn klasgenoten en het medelijden van de onbereikbare Hélène de Boer, het meisje op wie hij al jaren verliefd op is.
Kuren is de ontroerende debuutroman van Thijs Hoekstra. Een wrange komedie, geschreven vanuit de loopgraven van de puberteit.
Thijs Hoekstra (1998) studeerde politicologie en Nederlands aan de Vrije Universiteit. Hij schrijft verhalen, columns en theaterteksten en publiceerde onder meer in Ad Valvas, De Gids en Kluger Hans. Hij schrijft voor een tv-gids en is leadzanger van Wilson A.
ben je bekend met mijn verdriet?
Hélène de Boer is geslaagd met obsceen hoge cijfers. Dat verbaasde helemaal niemand, behalve Hélène de Boer zelf. Zij wist zeker dat ze alles had verpest. Ze had het hoogste gemiddelde van onze klas, ze studeerde maandenlang volgens een strikt regime in de stadsbibliotheek en iedere dag van de examenweek lag er een arsenaal aan pennen, fruitsuikers en stressballen op haar tafeltje – toch had ze alles verpest. Na wiskunde vond ik haar zelfs huilend op de trappen van de school, omringd door zes vriendinnen, en ik verstond er niet veel van met al die vrouwenlichamen die om haar heen waren gedrapeerd, maar de strekking was dit: een onvoldoende voor wiskunde zou het gemiddelde van Hélène de Boer dusdanig omlaag brengen dat ze niet meer cum laude kon slagen, waardoor ze niet zou worden toegelaten op haar gedroomde universiteit, waardoor ze het vision board voor haar carrière bij de Verenigde Naties eigenlijk nu al bij het afval kon zetten. Ik was vroeger een beetje verliefd op Hélène de Boer, dus ik dacht dat ik haar misschien kon troosten door te zeggen dat het vast wel goed zou komen, dat haar gemiddelde voor wiskunde zo hoog was dat deze onvoldoende het onmogelijk naar beneden kon halen.
Het kwam er een beetje onhandig uit. Hélène de Boer slaakte een kreet als een stervend dier. Dat heb ik wel vaker. Dat dingen er een beetje onhandig uit komen, bedoel ik. Volgens mijn mentor was het een van de redenen dat ik altijd een beetje buiten de groep viel. Hij zei dat redelijk aanvallend, maar ik had zelf natuurlijk ook veel liever gehad dat dingen er altijd handig uit komen, dat ik precies de juiste snaar weet te raken en iedereen me enorm innemend vindt. Dan was me een gruwelijke hoeveelheid gedoe bespaard gebleven.
Na die kreet van Hélène de Boer keken haar vriendinnen me een voor een woedend aan, tot ze uiteindelijk opstonden en als een soort mythologisch wezen met veertien armen en benen naar de wc liepen, waar het gehuil van Hélène de Boer, lichtelijk vervormd door de betegelde muren, nog urenlang te horen was.
Ik had overigens best een goed gevoel over dat wiskundetentamen.
Ik bleek een 5 te hebben.
Hélène de Boer had een 9.
Ik denk daar de laatste tijd vaak over na. Begrijp me niet verkeerd. Ik ben er niet rancuneus over of zo. Het is gewoon een van die gebeurtenissen die heel betekenisvol voelen als je ze meemaakt. Dat je denkt: zo zit het dus. Dit is hoe het leven werkt.
Maar goed, dat is dus de reden dat de ouders van Hélène de Boer zo hebben uitgepakt op dit tuinfeest. Ze zijn zó ongelooflijk trots op die lijst van haar. Ik bedoel… kijk om je heen! Er hangen slingers in de rozenstruiken, er drijven lampionnen in het zwembad en de ouders van Hélène de Boer lopen al de hele avond als twee butlers tussen de gasten door, met flessen witte wijn en schalen miniwraps met zalm en crème fraîche, waarbij ze ook nog eens rekening hebben gehouden met alle allergieën en dieetwensen. Dat zijn er heel wat, geloof mij maar. Had ik me nou eigenlijk al voorgesteld?
O ja, sorry. Ik begin vaak gewoon met praten.
Ik ben dus David.
Ik zag je staan bij de keukenkastjes en ik dacht: die ga ik even gezelschap houden. Je ziet eruit als iemand die zich hier ook niet echt thuis voelt. Je hebt het etiket bijna helemaal van je bierflesje gepeld. Maar dat maakt niet uit hoor! Ik ben zelf ook een beetje overprikkeld. Overprikkeld en nerveus, dat ben ik. Misschien word ik gewoon zenuwachtig van examenfeestjes. Kijk, ik wil best even vieren dat we onze tijd in die allesverzengende hel hebben overleefd, maar na het vierde examenfeestje begin je toch te merken dat het vooral om de geslaagden zelf gaat, dat we zijn samengekomen om te vieren dat Hélène de Boer later zo’n geweldig leven gaat hebben.
En iedereen mag drinken. Dat is ook nogal wat. Ik hoorde de vader van Hélène de Boer net zeggen dat ze hier ‘de Franse benadering’ hanteren. Wat denk jij dat dat betekent? Waarschijnlijk dat hij hoogstpersoonlijk de glazen van alle minderjarige vriendinnen van zijn dochter komt bijschenken. ‘Je moet wijn léren drinken, dames!’ zegt hij dan, terwijl hij een hand op een ontblote schouder laat rusten. ‘Dat kun je het beste doen met deze pinot gris…’ Om ze vervolgens uitgebreid te vertellen over zijn acclimatiserende wijnkast. De Rolls-Royce onder de wijnkasten, apparently. De vader van Hélène de Boer lijkt me echt zo’n man die maar moeilijk kan accepteren dat hij niet in de Dordogne woont. Toen ik hier binnenkwam complimenteerde ik hem met zijn huis – want het is zo’n kankergroot huis dat je er moeilijk niets over kunt zeggen – en hij keek me aan met een brede, diepe glimlach. Als de laatste bourgondiër van Noord-Holland. Zo glimlachte hij.
‘Dank je wel,’ sprak hij. ‘We hebben mazzel gehad.’
Dat heeft iets vertederends, maar ook weer niet. Ik word hier al de hele avond heen en weer geslingerd tussen het verlangen om naar zijn verhalen te luisteren en het verlangen om zijn hoofd onder een guillotine te leggen.
Maar goed, misschien moet ik me niet zo aanstellen. Het is 2016. Het is zomer. Onze hele klas is geslaagd en de toekomst is een opkomende zon, hoopvol en schitterend. De carrièrepaden zijn uitgestippeld, de groepsvakanties naar Albufeira zijn geboekt. Het is pas acht uur, maar er ligt nu al een smeulende joint in de potgrond van de rozenstruik. Aan de ontbijttafel doen ze shotjes Malibu en de eerste maten van ‘One Dance’ schallen uit de draagbare jbl-speaker van Hélène de Boer, waar een paar mensen al voorzichtig op beginnen te dansen. Deze avond kan nog best gezellig worden, vooral nu ik jou heb ontmoet.
Ik wist meteen dat ik je moest spreken.
Niemand weet precies wie je bent. Mensen vinden je een beetje vreemd, geloof ik. Maar ik mag je wel, hoor! Ik vind dat je het heel goed aanpakt met dat stoïcijnse stilzwijgen van jou. Het straalt een soort kracht uit. Eerlijk gezegd zou ik soms veel liever iemand zoals jij willen zijn. Een mysterieus persoon in de hoek van de kamer waar iedereen lustig over speculeert, maar om mysterieus te zijn moet je kunnen zwijgen en dat is nou net wat ik heel slecht kan. En weet je, er zijn ook wel genoeg van die – no offence – introverte amoeben die de hele dag op de oceaanbodem liggen in de hoop dat er ooit iemand gaat zijn die vraagt waar ze aan denken. Daar ga ik niet op wachten, hoor. Echt niet. Ik heb enorm veel te vertellen. Het probleem is alleen dat er nooit meer iemand naar vraagt. Al mijn klasgenoten kennen deze kankerverhalen al, want ze waren erbij, maar jij hebt natuurlijk géén idee waar dit gesprek naartoe gaat. Dat zie ik aan je, maar er is geen enkele reden om je zorgen te maken. Ik ben gewoon heel enthousiast. Ik heb je zoveel te vertellen.
Ik weet niet eens waar ik moet beginnen.
[…]
© Thijs Hoekstra, 2025