11 februari verschijnt het nieuwe boek van Joke van Leeuwen: Plooi u in tweeën. Een memoir! Wij publiceren voor.
In 1966 verhuisde Joke van Leeuwen met het ouderlijk gezin van een Gelders dorp naar Brussel. Met haar taalvirtuositeit en beeldende kracht kijkt zij nu terug op de jaren waarin ze opeens als een vreemdeling werd gezien en ze haar eigen stem ging vinden. Haar persoonlijke verhaal plaatst ze in de bredere context van een tijd en een stad in verandering. Het levert soms schrijnende, dan weer hilarische beelden op.
Plooi u in tweeën is een bijzonder zelfportret van een eigenzinnige auteur over haar coming of age en over haar engagement met dat wat buiten de lijntjes valt.
Jarretels
Dit is mijn verhaal over Brussel, die stad van negentien burgemeesterssjerpen, met haar Krakeelstraat, haar Trooststraat, haar Vrijheidsplein en haar Slakkengang, over de jaren waarin ik daar als halfwas te weten kwam hoe mijn borsten en mijn bezigheden eruit zouden zien, over Nederland, waar mijn moeder mij baarde, en over België, waar mijn vader ons heen bracht omdat hij in Brussel ging werken, waardoor ik een moederland kreeg en een vaderland.
Dertien jaar ben ik, het is 1966. Indira Gandhi wordt premier van India, John Lennon zegt dat The Beatles populairder zijn dan Jezus Christus, in Amsterdam wordt een rookbom gegooid naar de trouwkoets van prinses Beatrix en prins Claus, en ik weet wat Apartheid is, omdat een leraar erover vertelde terwijl hij niet besefte dat er langzaam een cilinder snot uit zijn neus zakte. Dertien jaar ben ik, en mijn gedachten rijpen sneller dan die borsten, maar wie kijkt er naar die gedachten, niet de onrijpe jongens in de klas die me strijkplank noemen en een briefje doorgeven met de ideale vrouwenmaten. Ik zit daar in dat vage voorland van het volwassen leven en denk dat ik er ouder uit zal zien met nylons om mijn benen, maar die gaan snel kapot, want zoiets verzinnen de bedenkers van nylons dus, die verzinnen doorzichtige kousen die in deze dagen soms nog geen uur heel blijven, tenzij de vrouwen en meisjes die ze dragen niet bewegen, maar dat doen ze wel, en ze verzinnen dat zulke nylons aan jarretels moeten hangen, terwijl maandverband ook aan jarretels moet hangen, twee jarretels tegelijk verzinnen ze. Toch maar geen nylons dus en liever een broek dan een rok, die van de dwingende mode de ene keer over de knieën moet hangen en daarna weer heel kort moet zijn, maar een broek is niet bedoeld voor meisjes.
Wie al rookt vraagt of ik al rook, want al roken hoort bij het ouder lijken dan je bent, en ik verzin als antwoord ‘Niet meer’, omdat ik iets terug moet zeggen, ik ben nog niet goed in iets terugzeggen, ik heb de neiging alleen mijn mond open te doen als ik denk wat te vertellen te hebben, maar ik zal moeten leren dat het zo niet werkt, dat wie vaak zijn mond opentrekt daar voordeel bij heeft, al komt er iets uit wat beter binnen had kunnen blijven.
Een paar jaar eerder las ik een voorlichtingsboekje waarin werd beweerd dat de vrouw tussen het kind en de man in staat en een meisje een jongen nodig heeft om te weten wat seks is, maar ik zal geen jongen nodig hebben om te ontdekken waar de knop zit die wordt voorgesteld als alleen een knop, verzwijgend dat de genotsvleugels vanbinnen net zo lang zijn als wat de jongens hebben. En er waren de dia’s van een vrouw en een man waarbij werd uitgelegd dat de vrouw vanwege haar ronde schouders geschikt is voor binnenshuis en de man met zijn vierkante schouders voor buitenshuis, ik zat ernaar te kijken en onder mijn huid brak een opstand uit, want mijn knokige schoudertjes waren helemaal niet rond en ik wilde helemaal niet binnenshuis blijven, maar ik wist nog niet hoe ik er woorden aan moest geven, per slot waren het volwassen mensen die met die beweringen kwamen aanzetten.
We wonen nu vijf jaar in het Gelderse dorp waar we vanuit Amsterdam naartoe verhuisden: mijn ouders, mijn oudste broer, mijn tweede broer, mijn oudere zus, mijn jongere zus, mijn jongste zus, mijn grootmoeder van vaderskant en ik. Er staat een middelbare school, maar ze geven daar geen Latijn en Grieks, dus vanwege dat Latijn en Grieks fiets ik elke dag heel vroeg naar de stad aan de overkant van de Nederrijn, een stad met een heuvel die berg wordt genoemd, want ze moeten wat in dat vlakke Nederland. Elke schooldag, en daar hoort ook nog de zaterdag bij, fiets ik in twintig minuten naar de rivier, waar de veerpont ligt die me naar de overkant brengt, maar vaak eerst wacht tot er een rijnaak voorbij is gekomen, want dan kan de pontschipper, die wat van zijn werk wil maken, dwars over dat woeliger water varen. Bij regen zitten mijn stuur en kille handen verstopt onder een poncho die zich vanaf mijn kin uitstrekt als een nat plastic tafelkleed en draag ik een regenbroek waarvan de stugge wijde pijpen onder het trappen tegen elkaar schuren. Bij tegenwind hang ik op mijn stuur, alsof de vlagen dan over me heen zullen waaien in plaats van tegen me aan, want de weg naar de veerpont loopt tussen de open vlakten van akkers en weilanden. Als het is gaan vriezen ben ik niet de enige die in het donker uitglijdt op de gladde helling aan de overkant.
Het eerste schooljaar, toen ik nog twaalf was, fietste ik samen met een nerveus meisje dat me kwam ophalen en te vroeg naast mijn ontbijtbord stond te zeggen dat ik moest opschieten. Dat was de tijd waarin popgroep Het veel beroemder werd dan De Clungels en De Snelbinders, met hun liedje ‘Ik heb geen zin om op te staan’, waarvan sommigen schande spraken, want veel mensen zouden maar wát graag willen opstaan, maar konden het niet. Dat meisje is inmiddels overgestapt naar de hbs, de hogereburgerschool in het dorp, ze heeft geen Latijn en Grieks nodig om te worden wat ze worden zal: een bij leven bekende actrice die te vroeg sterft.
Nu ben ik de enige van mijn leeftijd in het hele dorp die naar de stad aan de Nederrijn fietst, voor dat Latijn en Grieks waarvan ik later zoveel zal vergeten, terwijl ik altijd de naam zal onthouden van de kruidenlikeur op het bordje boven de ontbijttafel in het Duitse hotel waar we een eerste buitenlandse vakantie vieren: Stichpimpulibockforselorum.
De school aan de overkant van het water heeft een leerlingenvereniging die bals organiseert, ook voor de twaalfjarigen, die er voor het eerst oefenen in iets wat op stijldansen moet lijken.
[…]
Copyright © 2026 Joke van Leeuwen