Vanaf vandaag in de boekhandels: Julian Barnes laatste boek, Vertrek(punt) (Departure(s)), vertaald door Jelle Noorman! Wij publiceren voor.
Vertrek(punt) is het aangekondigde slotakkoord van een rijk, veelzijdig oeuvre, een boek over oude vrienden en de naderende dood, over herinnering en waarheid en hoe die twee constant in elkaar grijpen. Julian Barnes op z’n best, en een absoluut hoogtepunt in het oeuvre van de schrijver van onder andere Het enige verhaal en Alsof het voorbij is.
‘Twee dingen alvast: 1. Er komt heus een verhaal (of een verhaal binnen het verhaal), maar nog niet; en 2. Dit is mijn laatste boek.’
De jeugdliefde tussen Stephen en Jean vlamt na 40 jaar weer op; Julian heeft er opnieuw een hand in. Van het een komt het ander, en vlak daarna is hij getuige op hun trouwerij. Maar hoe betrouwbaar is Julian – als vriend, als geschiedschrijver, als verteller? Het feilbare geheugen, de ongrijpbare waarheid, de manipulaties van de schrijver: Vertrek(punt) stipt bondig maar elegant de grote thema’s aan van een heel (schrijvers)- leven. Een leven met een naderend einde, dat Barnes – geheel in karakter – stoïcijns probeert tegemoet te treden. En hoe het afloopt met Stephen en Jean? ‘Ik vertel je de rest een andere keer.’
- Lees fragmenten uit
- Lees recensies over Barnes' boeken
1
De grote ik ben
Onlangs ontdekte ik een schokkende mogelijkheid. Nee, erger nog, een schokkend feit.
Een oude vriendin van me, een radiologe, stuurt me al jarenlang knipsels uit de British Medical Journal. Ze weet dat mijn belangstelling vooral uitgaat naar alles wat gruwelijk en extreem is. Ik heb in mijn geheugen – die plek waar ontaarding en verfraaiing hand in hand gaan – gevallen opgeslagen van patiënten die explodeerden toen hun lichaamsgassen ontvlamden door een heet scalpel, en ongelukken uit de begintijd van de mri-scanner waarbij inwendige metalen hechtingen als granaatscherven in zacht vlees schoten. Soms zijn er foto’s bij die verhalen, zoals die van een man die zijn teennagels zo lang had laten groeien – in meterslange krullen, als ik het me goed herinner – dat hij jarenlang niet had kunnen lopen. En dan is er nog de dagelijkse taak van medisch personeel om ongebruikelijke voorwerpen te verwijderen die mensen hebben ingeslikt – zoals een zakje spijkers – of met gretige kracht in hun rectum hebben laten verdwijnen. (In vroeger tijden waren minibustes van Napoleon populaire zelf ingebrachte anale implantaten, waarmee men ongetwijfeld genot aan patriottisme paarde.) En één geval is me in het bijzonder bijgebleven: dat van een man bij wie een tracheacanule was geplaatst. Bij een controleafspraak zagen de artsen raadselachtige gele vlekken rond het gat waarin het buisje uitkwam. De patiënt bleek een verstokte roker te zijn die, nu hij niet meer via zijn mond kon roken, had ontdekt dat als hij zijn buis eruit haalde, de sigaret precies in het gat paste; hij kon er gewoon een opsteken en zijn longen vullen. Mannen (want het waren hoofdzakelijk mannen die zich aan deze bizarre praktijken overgaven) kunnen bijzonder vindingrijk zijn, zelfs – of vooral – als dit tegen hun eigen belang ingaat.
Het meest recente knipsel dat dr. Jacky me toestuurde had, heel toepasselijk, een literaire titel: ‘Proust en zijn madeleine: samen in de thalamus’. Ik las uiteraard verder. ‘Zoals u zich zult herinneren, was Prousts madeleine niet de liefde van zijn leven maar een koekje dat toen hij het in zijn thee liet vallen een onwillekeurige autobiografische herinnering opriep – een iam (involuntary autobiographical memory).’ Dit bericht was overgenomen uit het tijdschrift Neurology Clinical Practice en betrof een vijfenveertigjarige man die een hersenbloeding in de linkerachterzijde van de thalamus had gehad. De gevolgen daarvan waren veel ingrijpender en specifieker dan de milde schok die bij Proust (en zijn fictieve verteller) teweeg was gebracht door een madeleine – eigenlijk geen ‘koekje’ maar een bol, schelpvormig cakeje met ribbels. De patiënt gaf te kennen dat ‘de smaak van appeltaart herinneringen opriep aan alle taarten die hij ooit had geproefd; ze stroomden onstuitbaar en in chronologische volgorde zijn bewustzijn binnen’.
Zoals gezegd, was ik hier in eerste instantie door geschokt: stel je voor dat je wordt bestookt met zo’n stortvloed aan herinneringen dat er een lawine van gebeurtenissen uit het verleden over je beleving van het heden heen raast en je hele zelfbesef aan flarden scheurt. En stel, zoals een vriend opmerkte, dat de ervaring waardoor dit wordt uitgelokt niet zo levensbevestigend is als het eten van een appeltaart. Hij zei: stel dat je heel stilletjes een wind laat en vervolgens in chronologische volgorde alle scheten voorgeschoteld krijgt die je ooit zijn ontglipt. Of vul maar in: je zult gemakkelijk je eigen voorbeelden kunnen bedenken. Stel je voor hoe dodelijk vermoeiend het moet zijn: de gedachte aan – of de aanblik van – een paar duizend baconsandwiches die in je bewustzijn opflitsen (en zouden de verschillen in kwaliteit en hoedanigheid, plus je reacties daarop, ook opnieuw worden beleefd?).
Ik ben nu halverwege de zeventig en zoals de meeste ouderen kan ik mezelf af en toe vervelen – waarmee ik bedoel dat ik steeds weer dezelfde gedachten en wapenfeiten, en vooral meningen, herkauw. (En zij die zichzelf nooit vervelen, die in gezelschap geen genoeg krijgen van hun eigen leven en hun eindeloos herhaalde anekdotes, zijn meestal de vervelendste mensen op aarde. Ook weer hoofdzakelijk mannen.) Maar de uitzinnige, onontkoombare verveling door een spervuur van iams is, voorlopig in elk geval, onvoorstelbaar. Zou je daardoor niet de hand aan jezelf willen slaan?
Maar bij nadere beschouwing kon ik het meer met een schrijversblik bezien. iams zouden zeker van pas komen bij een autobiografie. Je denkt dat je iets ‘exact’ hebt onthouden, en hoe vaker je eraan terugdenkt en het opnieuw vertelt, hoe sterker je ervan overtuigd raakt dat het klopt. Maar stel dat je wordt teruggefloten en gecorrigeerd door... je eigen brein. Stel dat het je al die keren kan laten zien dat je het verhaal opnieuw hebt verteld en kan aantonen hoe je geleidelijk maar stelselmatig steeds verder bent afgeweken van je oorspronkelijke versie. Zou dat niet griezelig en desoriënterend zijn? Maar toch ook nuttig, want je kunt moeilijk je eigen thalamus tegenspreken.
En stel dat je brein niet alleen een chronologische lijst bevat van alle taarten die je ooit hebt gegeten, maar ook van alle keren dat je moreel handelde of dat naliet. Van alle keren dat je ‘ik hou van je’ zei, of je het nu meende of niet. Van alle keren dat je verzuimde ‘ik hou van je’ te zeggen terwijl je dat wel had moeten doen, terwijl je dat wilde en je er toch niet toe kon brengen. Hoe zou je reageren op de inventaris – de chronologische inventaris – van al je gelieg, je gehuichel, je kwetsende gedrag, of dat nu vermijdbaar of (ogenschijnlijk) onvermijdelijk was; van je harteloze nalatigheid, je onoprechtheid, je verbroken beloftes, je trouweloosheid in woord en daad? Niet alleen de keren dat je verzuimde iets te doen, maar ook de keren dat je dat overwoog of wenste. Denk aan president Jimmy Carter, die in zijn beroemde interview over lust in de Playboy zo boud was op te biechten: ‘In mijn hart heb ik vele malen overspel gepleegd.’ De meesten van ons hebben dat gedaan, terwijl doorgaans alleen onze fraaiere en minder beschamende fantasieën ons bijblijven. Maar hoe zit het met die gênantere, onacceptabele, wellustige overspeligheden in ons hart, die we liever verdrongen?
President Carter voegde aan zijn beroemde ontboezeming een in mijn ogen nog boudere uitspraak toe. Nadat hij zijn droomzonden had opgebiecht, vervolgde hij: ‘God ziet in dat het iets is wat ik nu eenmaal doe – en heb gedaan – en God vergeeft me dat.’ Als je zelf niet gelooft, klinkt dit behoorlijk verwaand. De Almachtige zal Jimmy Carter niet alleen bij het laatste oordeel vergeven, Hij vergeeft hem ook en passant, telkens wanneer zijn overspelige hart op hol slaat. Maar misschien hebben presidenten meer inzicht in de aard en edelmoedigheid van het Opperwezen dan wij gewone stervelingen.
[…]
© 2026 Julian Barnes
© 2026 Nederlandse vertaling Jelle Noorman