16 april verschijnt de nieuwe roman van Nicolaas Matsier: Zonder pardon! Wij publiceren voor.
We schrijven 1618. Stadhouder Maurits heeft alle voorbereidingen voor de arrestatie van Oldenbarnevelt ruimschoots getroffen. Inclusief het tot dusver goed geheimgehouden besluit van de Staten-Generaal. Dus wat zou er nog mis kunnen gaan? Af en toe kijkt hij naar buiten, naar de poort tussen Buitenhof en Binnenhof. Hij staat paraat. Maar tijdens de arrestatie en daarna zal Maurits zich niet laten zien. Hij is vastbesloten het onzichtbare werktuig te zijn en te blijven van de Staten-Generaal. Hij is gedekt: zij hebben de regie. Dat wil uiteraard niet zeggen dat hij er niet alles aan gedaan heeft om het zover te krijgen, dat hij hier in zijn eigen toren nu alleen nog maar hoeft te wachten op de inrekening van de Advocaat van Holland.
Na de roman De Advocaat van Holland, waarin Nicolaas Matsier de negen maanden gevangenschap van Oldenbarnevelt op het Binnenhof beschreef, kruipt hij in Zonder pardon in de huid van Maurits, die van geen pardon wil weten als de onthoofding van zijn politieke tegenstander aanstaande is.
(1) Zoals een schildwacht
Hij heeft niet geslapen. Dat kan ook helemaal niet, als er zo veel op het spel staat. Hij weet het. Hoewel, niet geslapen? In elk geval niet noemenswaardig. Dat wil zeggen: hazenslaapjes en wakker schieten, bekend tweetal. Zoals een schildwacht erin slaagt overeind te blijven in zijn huisje.
Het is als de nacht voorafgaand aan de slag, waarmee elke veldheer bekend is. Een vreemde helderheid, die pas heel veel later, na gedane zaken, het begin zal zijn geweest van een enorme vermoeidheid.
Van succes kan niemand van tevoren zeker zijn. Natuurlijk heeft Maurits alle voorbereidingen getroffen. Hij is niet voor niets de man, al zo lang zijn leven duurt, van de voorbereidingen. Zijn mannen weten wat ze te doen staat. Het scenario is kinderlijk eenvoudig. Oldenbarnevelt zal zoals altijd door het Stadhouderspoortje het Binnenhof inrijden. De koets zal halt houden. Oldenbarnevelt zal uitstappen. Uitstappen, ja, dat nog wel. Maar de twee achtereenvolgende geagendeerde vergaderingen die hij, de Advocaat van Holland, pleegt voor te zitten – die zal hij nooit meer bereiken.
Hier, schuin onder de Stadhouderstoren, op de bovenste verdieping waarvan Maurits zich nu nog om en om draait, zonder te weten of hem toch nog een klein slaapje vergund zal zijn, het wordt al licht, zal Oldenbarnevelt op een onspectaculaire manier aangehouden worden door de mannen van Maurits. Terloops! Zonder enige aandacht te trekken van wie er misschien al onderweg zijn tussen de vele gebouwen die het Binnenhof vormen. Een geruisloze kleine gebeurtenis zal het zijn, de arrestatie van de Advocaat van Holland. Heel lang echter zal de stilte rond de interventie met geen mogelijkheid vol te houden zijn. Het zal razendsnel nieuws worden.
Of Oldenbarnevelt op zijn hoede is – Maurits weet het niet. Dat zal wel. Hij wordt immers al langer geschaduwd en hij is niet op zijn achterhoofd gevallen. Maar tot dusver lijkt hij helemaal niets te hebben willen ondernemen ter vergroting van zijn veiligheid. Waant hij zich nog steeds op het toppunt van zijn macht? Is hij blind en roekeloos en volkomen ontoerekeningsvatbaar geworden? Dat zal dan met ingang van vandaag afgelopen zijn.
(2) Tot slot wordt de scheut een boom
Maurits is op zijn post. Hij ijsbeert boven in zijn toren, toch een beetje ongeduldig en wantrouwig, want je weet maar nooit. Ze zijn getroffen, de maatregelen, gisteren al. Inclusief het tot dusver goed geheimgehouden besluit van de Staten- Generaal. Wat zou er nog mis kunnen gaan?
Af en toe heeft hij, maar te vroeg, uit het raam gekeken. Naar de poort tussen Buitenhof en Binnenhof. De Gevangenpoort, waar natuurlijk nog niets bijzonders te zien valt. Hij heeft het klokje van de Hofkerk gehoord. Hij weet maar al te goed hoe laat het is. Hij is op de hoogte en hij wacht. Net als de mannen van zijn garde beneden.
Hoe lang hij al op is en hoe goed of slecht hij geslapen heeft, wat doet het er nog toe. Heeft hij dan toch wel wat geslapen? Hij zou het niet zo zeker weten. Af en toe is hij wakker geschoten uit een droom. Een vreemde en onaangename droom zoals bijna altijd. Hij concludeert dus tot slaap, hoe weinig ook, magere slotsom.
Enfin, hij is paraat. Maar tijdens de arrestatie en daarna zal hij zich pertinent niet laten zien. Waarom niet? Omdat hij vastbesloten is het voor zover mogelijk onzichtbare werktuig te zijn en te blijven van de Staten-Generaal. Hij is gedekt: zij hebben de regie. Wat vanzelfsprekend niet wil zeggen dat hij er niet alles aan gedaan heeft om het zover te krijgen dat hij hier in zijn eigen toren nu alleen nog maar hoeft te wachten op de inrekening van Oldenbarnevelt, de Advocaat van Holland.
Aan hetzelfde geduld en dezelfde perfectie waarmee hij als veldheer in zijn jonge jaren het beleg had geslagen voor een lange roemrijke reeks van te nemen steden is het te danken geweest dat in het afgelopen jaar het ene na het andere stadsbestuur zwichtte of omging – zodra hij verscheen.
Uiteindelijk had gewest na gewest zich achter het gewenste besluit geschaard. En Holland zou volgen, daarvan was hij zeker. Het besluit om de zo lang verbeide Nationale Synode uit te schrijven, waartegen Oldenbarnevelt zich met alle middelen was blijven verzetten, het kwam eraan.
Niets, zoals dat dan heet, heeft Maurits aan het toeval overgelaten. Maar juist wie zich grondig voorbereidt is altijd bezorgd. Wat dat aangaat kent hij zichzelf opperbest, de Stadhouder. Het kan eigenlijk nooit goed genoeg zijn. Maar hij zal nu toch heus wel onderweg zijn, de Advocaat, naar het Binnenhof. Naar zijn twee vergaderingen, achtereenvolgens, hiernaast, begane grond.
Het wachten is op dit moment alleen nog maar op het geluid van de wielen van de koets waarmee Oldenbarnevelt zo meteen door die poort aan zal komen rijden. Om hier beneden uit te stappen – op weg naar zijn hoeveelste vergadering? Wie wist dat ook maar bij benadering, hoeveel vergaderingen Oldenbarnevelt in de afgelopen dertig jaren belegd had, genotuleerd, voorgezeten, naar zijn hand gezet?
De Advocaat is altijd stipt op tijd. Daar slaat het klokje van de Hofkapel weer, het hele uur nu. Maurits hoort ze al, de hoeven en de wielen op de klinkers. Zodra hij het paard dat de koets trekt tevoorschijn ziet komen uit het poortje zal hij achteruit stappen, bij het raam vandaan. Hij zal niet naar beneden gaan. Hierboven zal hij horen hoe het gegaan is. Als het aan hem ligt, zal hij Oldenbarnevelt nooit meer zien. Tandem fit surculus arbor – tot slot wordt de scheut een boom.
Copyright © 2026 Nicolaas Matsier