#59! Driemaal staat Paul Biegel in de Grote Vriendelijke Honderd, en tweemaal met verhalen-in-verhalen. De tuinen van Dorr (1969) is het Persefone-achtige verhaal van Dwergelief of Mijnewel, een prinses die haar betoverde vriendje weer mens wil maken in een grijze stad, in korte, letterlijk bloemrijke sprookjes.
Het vertellen van verhalen is iets levenverlengends: Sheherazade redt zichzelf en vele jonge vrouwen, de dieren redden de koning in Het sleutelkruid, en Dwergelief en haar beschermer Jarrik, de malle man, kopen met elk verhaal doorgang. En het is iets eeuwenouds: net als in De Kleine Kapitein leent Biegel van klassieke motieven als dat van Persefone, die in de winter in de onderwereld verblijft, maar daarna de lente brengt. Dorr lijkt ook gereïncarneerd te zijn in De Spookstad in De Kleine Kapitein. En vooral krijg je aanvankelijk de indruk dat Biegel, een sprookjesverteller pur sang - lees het Groot Biegel Sprookjesboek! -, gewoon verhalen aan elkaar wil weven.
Maar voor kinderen zal dat allemaal niet tellen. De tuinen van Dorr begint helemaal niet gezellig, in een lek veerbootje over een zwart water, met een gebochelde dwerg die het meisje een kus op de wangen tatoeëert. Met een soldaat als poortwachter, met grijs en donker. Maar Dwergelief, zoals ze zich laat noemen, is vastberaden om de tuinen te vinden in de grijze stad, en daar het zaadje te planten waarin het hart van haar geliefde klopt. Uit haar verhalen en die van Jarrik, die haar achterna komt, begrijp je waarom ze zo gedreven is, en uit de verhalen van de stadsbewoners hoe de stad zo grijs geworden is. Een heks veranderde haar vriendje in een bloem, diezelfde heks maakte de stad zo, maar er is hoop: telkens komen bloemen in de geschiedenissen terug.
Die zijn als altijd bij Biegel heel aanstekelijk, en zeker ook de liedjes die Jarrik, de nar van het hof waar Dwergelief opgroeide. Zo is er dit lied, die na het woordspel van Mijnewel (de prinses beschouwde de tuinjongen als de hare) en Jouweniet (de tuinjongen wist dat zij nooit de zijne zou mogen zijn) de onmogelijke verliefdheid van de speelman uitspelt: 'Ik loop mijn lief, ik loop mijn lief / ik loop haar al jaren na / Mijn benen zijn versleten / mijn naam ben ik vergeten / maar de hare niet, maar de hare niet, / want de hare staat in dit lied.' Of het lied van de kikker en de karekiet, waarin een kietelende kikker het rietvogeltje beweegt tot zijn eigen lied: 'Karekiet, karekiet, karekietkietelniet!'
Het is een genoegen in deze lijst, die ook in 2023 ruwweg evenveel klassiekers als moderne boeken telt, zo’n boek tegen te komen. Met Charlotte Dematons’ illustraties uit 2009 is dit een frisse ode aan het vertellen, aan bloemen en aan vrolijkheid geworden, een lenteboek voor elk seizoen.
Daan Stoffelsen is webshopmanager van Athenaeum.nl en vader van twee.