80! Sanne Rooseboom, Kinderboekenweekauteur 2023, was niet alleen de hoogste binnenkomer in de Grote Vriendelijke Honderd met Mot en de metaalvissers, ook Het Ministerie van Oplossingen (2014) staat in de lijst, op plaats 80 (was 90). Die mysterieuze instelling, die mensen anoniem helpt, wordt opnieuw opgericht door Nina, Alfa en Lucas in deze heerlijke aftrap van een spannende en geestige reeks.
Nina heeft heel veel energie
En heerlijk is het in de eerste plaats door de personages. Nina Zout, de elfjarige dochter van de postbode, ís dan wel niet Mot van de metaalvissers, maar ze is wel verwant met die opstandige, wat stevige heldin.
‘Nina sprong op van de stoel en klom op de tafel. Haar laarzen bonkten op het houten tafelblad. Ze had vier paar: rode, blauwe, gele en een paar met bloemen. Ze droeg nooit andere schoenen. Laarzen waren ideaal, vond Nina. Ze konden vies worden, konden tegen water, je schopte ze in één beweging uit en ze stonden goed bij alles.’
Een beetje Pippi Langkous (#23 in de Grote Vriendelijke Honderd), maar dan wat minder bovennatuurlijk sterk en exotisch. Rooseboom, sowieso niet van de bijvoeglijk naamwoorden en constructies, schrijft raak en effectief. Zo snel zet je een personage neer. Nina is... gewoon energiek:
‘Ze had het vermoeden dat ze weer een Nina-actie ging houden. Zo noemde haar moeder dat altijd. Ze had de wind in haar kop, dat zei mama ook. “Mijn dochter heeft weer eens de wind in haar kop!” [...] Ze had gewoon heel veel energie, heel veel zin in avontuur.
Meestal zorgde ze zelf voor dat avontuur.’
Een brief, een vergadering en een tegenstander
Een brief die geadresseerd is aan het Ministerie van Oplossingen brengt alles aan het rollen. Hij is geschreven door Lucas, een jongen van negen die gepest wordt. Samen met beste vriendin Alfa, die overal ontvoerders ziet, helpt Nina hem door een feest voor hem te organiseren, en hij introduceert hen vervolgens bij zijn buurvrouw, die ooit bij het echte Ministerie werkte: een organisatie die mensen uit de problemen helpt, zonder daar de credits voor te nemen. En die club kunnen ze opnieuw oprichten.
‘“Precies,’ zei Mevrouw Vis. “Elk avontuur begint met een heel saaie vergadering.” Ze legde haar handen op tafel. “Stel dat dit het Ministerie was. En jullie de ambtenaren. En we moesten drie zaken oplossen om weer officieel mee te doen.”’
En een avontuur wordt het. Mensen helpen is spannender dan je denkt. Want het zijn kleine problemen — een speelmuurtje dat moet verdwijnen, een vereenzaamde oude zeeman, een geplaagd migrantenmeisje —, maar oplossen lukt niet zomaar. Vooral omdat ze allemaal te maken hebben met Lucas’ grote en overal rondhangende plaaggeest — en je mag bij je oplossing niemand kwaad doen, zelfs dat akelige trutje niet. De regels van het Ministerie, vooral die van anonimiteit, zitten ze dan ook in de weg. En dan blijkt de grote, oude vijand van de instelling ze ook in de smiezen te hebben.
Een avontuur om te lezen en voor te lezen
Vijanden? Dat klinkt wel erg zwart-wit, maar dat is Het Ministerie van Oplossingen niet. Rooseboom zet de personages niet te zwaar aan, en al streven de ambtenaren in spe naar het puur goede, het kwaad is niet al te duister. Op die universele tegenstelling gaat ze amper in, het gaat om het avontuur. En al heb je echt te doen met de slachtoffers van die plaaggeest, de spanning is meer wedstrijdspanning dan op leven en dood.
Roosebooms eerste kinderboek is dus een heel lekker voorleesboek én zelfleesboek — de negenjarige wil nu deel 2 voorgelezen krijgen, de elfjarige lust nog wel meer na vijf delen zelf gelezen te hebben. Mijn voorspelling voor de Grote Vriendelijke Honderd van 2023? Een gestage stijging, naar plaats 70.
Daan Stoffelsen is webredacteur van Athenaeum.nl en vader van twee.