Wat als politierobots je vader ontvoeren? Het gelukkige leven van Victor, met drie robots in een groot bos, komt tot een bruusk einde - en tot het begin van een reis om dit kwart-menselijke gezin weer bij elkaar te brengen. T.J. Klunes jeugdroman Het boomhuis in het bos (In the Lives of the Puppets, vertaald door Anneke Bok) is nu genomineerd als Beste boek voor jongeren (twaalfjarigen, wat mij betreft). Het is duisterder en enger dan Het weeshuis in de azuurblauwe zee, maar ook geestig en diep-menselijk - ook al loopt er maar één mens in rond.
Bovendien schrijft Klune, wiens Weeshuis een kleurrijke viering van queerness was met magische figuren, een boek dat je doet nadenken over wat gender is, en wat liefde. Ten slotte: de auteur liet zich inspireren door Carlo Collodi’s Pinokkio. Ik heb dat boek nooit gelezen — ook nog niet in Imme Dros’ bewerking — maar de gedachten over wat ons mens maakt, zijn ingebakken. Heel geestig is bijvoorbeeld een opmerking die een kwaadwillende androïde maakt: ‘You don’t know me from Adam. [...] Curious expression, that. I don’t know anyone named Adam. I wonder where it came from?’ Anneke Bok, die een soepele vertaling heeft geleverd, verliest wat van die mensen-referentie in een woordspel met ‘flauw’ en ‘pittig idee’.
En dat existentiële overwegen moet ook wel: Victor blijkt, verderop in de roman, de laatste mens te zijn op aarde. Dat maakt hem tot dan toe verder niet uit: zijn leven is ongewoon, maar niet eenzaam. Met de sadistische zorgrobot Ratched, de angstige stofzuiger Rambo en zijn vader, de uitvinder Giovanni Lawson — elk met hun eigen, passende stem, goed gevat door Anneke Bok —, ontdekt hij van alles. Zoals, op de vuilnisbelten net buiten het bos, een half gedemonteerde androïde. Stiekem repareert Victor de indrukwekkende Hap, die uiterlijk wel een ‘Machine I’d Like to Fornicate’ is (toch wel 15+?), volgens Ratched, maar qua persoonlijkheid, hoe moet ik het zeggen...
‘Hap was een hufter.
Dat was meteen duidelijk.
“Ik m-mag jou niet,” zei hij tegen Rambo, toen ze terugkwamen bij het boomhuis en de stofzuiger honderduit praatte, zoals hij soms deed als hij gespannen was.
Rambo zweeg even, en zijn sensoren lichtten op en werden weer donker. “Dat geeft niet. Ik mag mezelf wel. Gio zegt dat je gevoel van eigenwaarde niet wordt bepaald door wat anderen van je vinden, maar door wat je van jezelf vindt.”’
En na een poging Rambo weg te schoppen en een felle reactie van Ratched:
‘“Ik mag j-jou ook n-niet.”
“O nee, toch!” zei zuster Ratched. “Nu is mijn hele dag verpest. Tjonge, wat ben ik verdrietig. Geintje, ik heb nergens last van.”’
Maar de vondst heeft ook de nietsontziende overheid gealarmeerd, en die ontdekt zijn vader, en neemt hem mee. Victor reist hem achterna om hem te redden en ontdekt onderwijl zijn eenzame lot, het diepe kwaad waaraan zijn vader en Hap hebben meegewerkt — en de liefde.
De boomhuis in het bos — dat inderdaad meer over de ‘puppets’ gaat dan over het thuis waaruit Victor en de zijnen verjaagd worden — is een rijk en spannend boek, met een wat langdradiger middendeel, een ijzingwekkend slot en een bevredigende epiloog, dat veel leesplezier en stof tot nadenken geeft. Een coming-of-age waar niemand veroudert, een aseksuele liefdesroman, een ode aan de menselijkheid. En een lekker boek.
Daan Stoffelsen is webshopmanager bij Athenaeum Boekhandel en vader van twee.