We hebben niet goed opgelet. Yorick Goldewijks Films die nergens draaien, de nieuwe nummer 1 van de Grote Vriendelijke Honderd, is niet zijn eerste boek, en stiekem zijn we al weer twee boeken verder. Op #50 komt De boom die een wereld was nieuw binnen, zijn prentenboek met bonte, vrije illustraties van Jeska Verstegen (Gouden Penseel voor Het touw en de waarheid). De Toon Tellegen-achtige geven ruimte aan autonoom denkende, doodgewone dieren en dus die ene boom. Aan fantasie.
Goldewijk is geen Tellegen, zijn stijl is voller, en de openingszinnen zijn me wat te eerbiedig, en te mooi geschreven met rijm en beeldspraak:
‘De boom was zo oud als de wereld en zat vol knobbels en kloven. Zijn stam stond scheef en zijn kruin was verward, alsof hij net uit bed was gestapt. Als de wind lui was, dan wiegde hij loom en tevreden, maar als een storm door hem heen joeg, dan krakte en kreunde hij, en dan lispelden zijn bladeren als fluisterende roddeltantes.’
Ook de wijsneuzerigheid van Tellegens Mier en eekhoorn lijken we te moeten missen, want Goldewijk brandt zich zelden aan dialogen, dit zijn denkende dieren. Dus als de rolpissebed zich indirect tot Tellegen lijkt te richten, die zich toch beperkt tot de reguliere fabeldieren (‘“Er zijn nul verhalen over pissebedden,” schreeuwde de rolpissebed tegen de boom. “Nul! Hoor je?”’) komt het als een verrassing dat hij antwoord krijgt: ‘Verzin jij er dan een.’ De reactie van de pissebed is begrijpelijk, maar niet heel kindertalig: ‘De rolpissebed schrok zich wezenloos en schoot onder zijn steen.’ Toon Tellegen zou vervolgens een hele dialoog kunnen wijden aan wat ‘wezenloos’ betekent, maar Goldewijk zet, net zo grappig en interessant, een ruzieachtige dialoog op over of bomen echt kunnen praten, of alsof, of pissebedden interessant zijn.
‘Misschien verbeeldde de rolpissebed het zich, maar toen de boom met zijn bladeren ritselde, was het net of hij lachte.
“Het moet niet gekker worden,” zei de rolpissebed hardop tegen zichzelf.
Hij trok zich terug onder zijn steen.
“Dan zal ik mijn mond maar houden,” zei de steen.’
Net als de pissebed willen ook de buitengewone pad en het buitengewone vogelbekdier zich bijzonder voelen, of de bonte boomeekhoorn. Dat de kruisspin neigt naar vegetarisme en dat de luiaard ’s nachts een sprintje trekt is ook al opmerkelijk. Dat hadden we gemist. Op het feestje danst hij zelfs ‘als een wilde steenbok’. En dat de steenuil kan besluiten dat hij eigenlijk een steen is, net zoals zijn vriend de tak dat híj een wandelende tak is, dat is hartveroverend. De fantasie mag voluit gaan.
Goldewijks verhalen rijmen, personages worden opgeroepen in het ene en staan centraal in het volgende verhaal, en het verhaal eindigt eindelijk met feest en een verzonnen dier. Maar bijzonder zijn ze allemaal: de wereld die de boom is, is rijk.
Daan Stoffelsen is webshopmanager van Athenaeum.nl en vader van twee.