Als schijfster Iida Turpeinen in het Zoölogisch Museum Helsinki tegen het imposante maar ook enigzins lompe skelet van de zeekoe aanloopt, vallen twee dingen haar op: het dier is slechts twintig jaar na ontdekking door de mens al uitgestorven én van het dier, dat vaak geassocieerd wordt met de zeemeermin, zijn maar drie overgebleven skeletten, waarvan één in haar woonplaats Helsinki (of all places). Hoe dát zo gekomen is, zoekt ze uit in haar verrassend spannende roman Levende wezens (vertaling Annemarie Raas), die in Finland al als beste debuut (de Helsingin Sanomien kirjallisuuspalkinto) werd geprezen.
Op reis naar de zeekoe
Turpeinen smeedt wetenschap en literatuur tot levendige ontdekkingsreis, die rake inzichten geeft over de relatie van het verwoestende monster, de mens met de natuur. Een ontdekkingsreis met als heilige bestemming de Rhytini stelleri, ofwel zeekoe.
Op die reis ontmoeten we personages als bioloog George Steller, die in 1741 gestrand op Beringseiland wekenlang gebraden zeekoe eet om te overleven, en van wie alleen de beschrijvingen van het dier overblijven (het skelet was te zwaar voor de terugtocht), of professor Alexander von Nordmann, die in 1859 gouveneur Johan Hampus Furhjhelm naar de Russische kolonie Alaska stuurt om de inmiddels mythische zeekoe te vinden.
Of Hampus’ vrouw Anna Elisabeth von Schoultz, die op Alaska de inheemse kinderen beschaving bij moet brengen, maar liever terug naar Finland gaat met de kinderen (wee de zeekoe-obsessie van haar man), de jonge Hilda Olson die voor Von Nordmanns bestiarium prachtige illustraties maakt van de zeekoe (gedetailleerder dan welke mannelijke collega dan ook), maar na Nordmanns dood weer wordt veroordeeld tot het tekenen van suf bloembehang, en prepateur John Grönvall die in Helsinki van 1952 het skelet van de zeekoe herstelt in een tijd die gekenmerkt wordt door de verwoestende verzameldrang van vermogende elite.
Het zijn historische figuren die door Turpeinen realistisch tot leven worden gebracht, en het verhaal van deze snelle uitroeiing plotgedreven en vermakelijk vertellen. Met de twee vrouwelijke figuren geeft Turpeinen dat verhaal ook nog een interessante feministische dimensie, die de rol van de vrouw binnen het dominant mannelijke vakgebied van de wetenschap, belicht. Verhalen, die, als Turpeinen dit verhaal niet licht gefictionaliseerd had, wellicht op de achtergrond waren beland. Of geheel achterwege gelaten.
Een roman over uitsterving
De romanvorm zorgt ervoor dat je deze ogenschijnlijk stoffige geschiedenis van de zeekoe vol fascinatie leest. Zo houd je als lezer je adem in als Turpeinen schrijft over het moment dat bioloog Georges Cuvier tot zijn grote schrik het fenomeen uitsterving ontdekt:
‘Een nieuw, vreselijk woord doet zijn intrede in de taal: uitsterving, extinction. De definitieve vernietiging van een soort. Wat een goddeloze en vreemde gedachte - die men in eerste instantie op alle mogelijke manieren probeert te ontkennen.’
Natuurlijk is de wetenschap van uitsterving iets wat we weten, en voor lief nemen, maar Turpeinen maakt met deze roman dit verhaal van de verwoestende mens heel knap tastbaar. Het uitsterven van diersoorten is iets waar de mens drie eeuwen geleden niet bij stilstond. En hoe anders is dat nu. In het laten zien van die wetenschappelijke ontwikkeling zit de kracht van Levende wezens. Daarnaast is de vondst om de lompe zeekoe als rode draad van dit grotere verhaal, waar ze drie eeuwen aan wetenschap en belangrijke biologen doorkruist, te gebruiken, niet alleen slim maar vooral ook erg komisch. Turpeinens interesse voor de zeekoe werkt aanstekelijk! Ze weet een stoffig onderwerp, de zeekoe en zijn uitsterven, verrassend boeiend en zelfs meeslepend te maken. Een absolute aanrader. Laat je ook verrassen door het verhaal van de zeekoe!