Wat doe je als je jong bent en nog 27 dagen te leven hebt, en je kamertje — met uitzicht op een Amsterdamse gracht, dat wel — niet uitkan? Maren Stoffels’ roman, Beste Boek voor Jongeren 2025 en #9 in de GV100, over een romantisch ruilspel en een kort ziekbed, overtuigt niet helemaal, maar raakt je wel.
Lissa
27 dagen is losjes gebaseerd op het sterven van een beste vriendin, en werd ook daadwerkelijk in 27 dagen geschreven. Die vaart lees je terug. Je ontmoet de zeventienjarige Lissa, die terminaal ziek is, bloed hoest, en omringd wordt door bezorgde familie en vrienden. Ze heeft de datum van haar euthanasie al bedacht. Ze kan niet veel meer, maar wel dromen: wat als zij nu eens een ruilspel speelt, met die dollarcent? Zou ze tot een villa komen?
‘Ik kijk naar de stoep onder mijn raam. Er liggen sigarettenpeuken en platgetrapte kauwgom. En zelfs een stukje uit een blotevrouwentijdschrift. Ik herken een ronde borst met tepel.
Ik zei het al: ik houd van Amsterdam.
Ik druk een kus op het muntje. “Maak me rijk,” zeg ik zachtjes en dan werp ik het op straat.’
Ellen
De slimme greep van Stoffels is dat het volgende hoofdstuk voor een meisje met een flinke wijnvlek in haar gezicht is (en ook het slothoofdstuk): Ellen. Afkomstig uit een rustig dorp vindt zij Amsterdam maar niets. Ze wordt er continu op haar uiterlijk aangesproken. Op weg naar de winkel vindt ze een muntje. Lissa spreekt haar aan en vraagt haar te helpen bij haar ruilspel.
Ellen staat anders in het leven, maar bloeit op door deze onverwachte vriendschap en door de ontmoetingen die eruit volgen, zoals met de nachtwinkeleigenaar en zijn zoon Xavi. En het ruilspel krijgt een doel: Lissa’s broer Mio is verliefd, nu echt, maar de vader van het meisje, mannenkapper Mario van de overkant, verbiedt hem het contact vanwege zijn reputatie als player. Hoe kan Lissa hem overtuigen? ‘Luister. Als je broer met een gloednieuwe Vespa 946 aankomt, zal ik erover nadenken.’
Helemaal gelijk op gaat het niet: de volstrekt geloofwaardige omgang van Lissa met haar familie, en de missie van Ellen, waarbij deze spontane vriendin zichzelf overstijgt. En passant smeedt het tweetal drie liefdesrelaties. Als Stoffels Ellens lijn had gepresenteerd als een uitgewerkte droom van Lissa, was het misschien overtuigender geweest. Maar je gaat het haar gunnen dat dat ziekbed een uitstraling krijgt in een groter Amsterdam.
Stoffels geeft Lissa en Ellen karakter en lef. Ze realiseren zich dat ze meer zijn dan de ziekte, meer dan de wijnvlek. Lissa: ‘Hoe zou jij mij in drie woorden omschrijven? [...] Maar zie je wat er mist? Je hebt doodziek er niet eens tussen gezet. Terwijl ik altijd denk dat mensen me alleen maar zo zien. Misschien zetten andere mensen wijnvlek ook niet in jouw rijtje.’
Niet je uiterlijk, niet je toestand, maar je daden wekken respect op, dat is een fijne moraal. Dat je voorbij die onrechtvaardige ziekte kan kijken, al ruilend en koppelend, is een fijne extra bij iets wat maar al te makkelijk een sentimentele tranentrekker was geworden. (Waarmee niet gezegd is dat ik het droog gehouden heb.) Ik vermoed dat dat is waarom Nog 27 dagen leven zo’n hoge nieuwe binnenkomer in de Grote Vriendelijke Honderd is geworden: het paart droevig realisme aan een fantastisch romantisch verhaal, zwaarte aan lichtheid, Ellen aan Lissa.
Daan Stoffelsen is webshopmanager van athenaeumscheltema.nl, en vader van twee.