Bij het hervertellen van de klassieken doet perspectief ertoe; het verhaal van de fantast, de geschiedenis van een witte handelaar, klinkt anders als een dertienjarig weesmeisje ernaar luistert. En de focus op een moedige prinses doet keizers en baronnen vergeten. In De wonderverteller (Zilveren Griffel én Penseel) weten Thea Beckmanprijswinnaar Lida Dijkstra en Gouden Penseelwinnaar Djenné Fila Marco Polo’s verhalen fris en feministisch te maken.
Fantastische verhalen, illustraties vol sfeer
Marco Polo’s verhalen zijn een wat droog, bijna ambtelijk verslag, maar in De wonderverteller komt de excentrieke gevangene in een Genuese gevangenis tot leven. Het dertienjarige dienstmeisje, Maria della Pietra, is nieuwsgierig naar zijn verhalen, en bemiddelt tussen hem en een schrijver. Ze schaamt zich voor haar naam, die verwijst naar de vondst op straat, en messer Marco noemt haar Topina, kleine muis. ‘Eigenlijk was hij niet slecht gekozen. Een muis was grijs en onopvallend,’ bedenkt ze.

Zijn verhalen zijn fantastisch, het zijn reisverhalen, veel meer dan de droge beschrijving van de landen waar hij is geweest. De machtigste man op aarde, een reisvriend en een hond krijgen persoonlijkheden en geven nog meer reliëf aan een verhaal van verwondering en verlies. De sferen van de landen waardoorheen messer Marco, zijn vader en oom moeten reizen, worden geweldig gevangen in de paginavullende, fullcolour illustraties van Fila, die ook al Het beest met de kracht van tien paarden en Schaduw van Toet (Thea Beckmanprijs, met ook al zo'n sterke vrouwelijke hoofdpersoon) illustreerde. Er zijn enkele van te bekijken op Fila's site. De Penseeljury (PDF):
‘Bij Fila’s illustraties komen steeds weer verrassende dingen naar voren, van een verzameling kleurrijke stenen en koralen, schalen vol kruiden, en de sierlijke kronkel van een kamelennek. Ze zijn zo vol van sfeer dat je ze bijna kunt ruiken. Elke illustratie heeft een sterke eigen artistieke identiteit, maar samen vormen ze toch een prachtig geheel en sluiten ook nog eens naadloos aan bij de tekst. Het is een krachtige manier om kennis te maken met een andere cultuur door de ogen van een vreemdeling.’
De prinses van Polo en Dijkstra
Het bijzonderst in Dijkstra’s verhaal is de rol van prinses Aigiarne, het achternichtje van Koebilai Chan, een strijdbare, stoere jonge vrouw, die de ‘witkop’ een lesje leert — en paardrijden en boogschieten. In de vertaling van Anton Haakman, De wonderen van de Oriënt, staat er:
‘Nu moet u weten dat koning Qaidu een dochter had, die in het Tataars Aigiarne heette wat in het Latijn “lucente luna” betekent. Dat meisje was zo sterk dat niemand het op welke manier ook van haar kon winnen.’
Polo, die haar ‘heel mooi’ noemt, ‘een en al schoonheid’, en ‘zo goed gebouwd en zo groot dat ze wel een reuzin leek’, vertelt over hoe zij haar echtgenoot koos: wie haar bij het worstelen kon overwinnen, kreeg haar, en anders kreeg zij honderd paarden van hem. Ze had veel paarden, en won ze zelfs van een favoriet van haar vader. Ook in de oorlog ‘stortte ze zich zo woest te midden van de vijanden dat geen ridder zo dapper of sterk was of ze nam hem met geweld gevangen, voerde hem weg en verrichte veel dappere wapenfeiten’.

Lida Dijkstra maakt haar nog mooier:
‘Ik draaide me om en mijn adem stokte in mijn keel. Aigiarne was geen meisje meer. Ze was een voet langer dan ik me herinnerde en oogde gespierd, getraind en indrukwekkend in haar oranjerode gewaad. Alsof de Tataarse godin van het vuur was afgedaald uit de hemel.’
Was messer Marco verliefd? De echte Marco Polo heeft best veel ruimte besteed aan deze amazone, maar dit heeft Dijkstra toch echt - en geweldig - verzonnen. Daarom is het wel dubieus dat de Griffel toegekend is in de categorie 'Informatief'. Dit is een jeugdroman! In haar nawoord schrijft Lida Dijkstra dat ze al moest werken met ‘een boek waarin feiten en verzinsels door elkaar liepen’, en dat bewerkte: ‘Dus wat is er nu echt gebeurd van dit boek? Ga hier maar van uit: alles in dit boek is echt gebeurd, behalve de stukken die volslagen verzonnen zijn.’
Maar terwijl de avonturen van Marco Polo spannend en exotisch zijn, zijn de glimpen van Aigiarne inspirerend — ook voor Maria. Ze gaat Aigiarnes stem in haar achterhoofd horen, en durft steeds meer — tot ze, na messer Marco’s ontslag uit de gevangenis, zelf vertrekt. Bij die gelegenheid hoort de gevangenisdirecteur zijn naam voor Maria. Topina? Zo heet ze toch niet? ‘Zo noem ik haar omdat ze handig, snel en spits is,’ zegt messer Marco. Hij zag het al die tijd al: ze is niet grijs, ze is geweldig.
De wonderverteller combineert zo frisse sterke verhalen en sprankelende sterke vrouwen, met de sfeervolle illustraties van een meesterillustrator. Een terechte dubbele bekroning!
Daan Stoffelsen is webshopmanager van athenaeumscheltema.nl en vader van twee.