Rob van der Veer vertaalde Damon Galguts The Promise als De belofte. Voor ons lichtte hij zijn vertaling toe. Over de filmcamera als stijlfiguur, en hoe die te vertalen. Over het compenseren van wegvallend Afrikaans. En over wit en blank.

N.B. Lees op Athenaeum.nl ook de eerste pagina's van de roman.

Filmscript

In Nederland verschenen tot dusver zes romans van Damon Galgut in vertaling. De laatste vier daarvan zijn door mij vertaald. Ik dacht dan ook wel te weten wat ik kon verwachten toen ik begon met het vertalen van The Promise, maar dat bleek algauw een misvatting.

Het meisje Amor wordt uit de klas gehaald en moet zich melden bij het schoofhoofd. Daar wacht haar tante, die haar naar huis brengt, want haar moeder is overleden. Dat alles wordt op z’n Galguts verteld, strak en boeiend. Maar dan gebeurt het. Na een betrekkelijk conventionele alinea volgt er iets ongewoons.

She climbs the stairs to the second floor. Starts up the passage to her room. On the way she has to pass the door to Ma’s room, empty now, Salome gone to wash the bedding, and even though she knows what didn’t happen didn’t happen here, she must, she has to, go inside.
Small girl looking at her mother’s things. She knows all of it by heart, how many steps from the door to the bed, where the light switch is for the lamp, the swirly orange pattern in the carpet like the onset of a headache, etc., etc. Out the corner of her eye she thinks she sees Ma’s face appear in the mirror, but when she looks directly it’s gone.

De lezer denkt, hè, wat krijgen we nou? ‘Small girl looking at her mother’s things.’ Zat ik net zo lekker te lezen en nou krijg ik informatie aangereikt op een manier die ik niet gewend ben. Het begint uiteraard met het weglaten van het onderwerp ‘she’ in de tweede zin, maar daar lees je overheen. En een paar bladzijden verder zie je staan:

She’s not here.
Her sister Astrid speaking, who has somehow spotted her and followed.
They took her away.
I know that. I saw.

Wat in dit stukje opvalt, zijn twee dingen. Het achterwege blijven van aanhalings- en sluitingstekens en het ‘Her sister Astrid speaking’ - al even ongewoon als ‘Small girl looking at her mother’s things’. Het ‘etc., etc.’ is ook opmerkelijk. Het lijken wel toneelaanwijzingen. Zo kwam het tenminste op mij over. Galgut geeft zijn vertelstem dezelfde mogelijkheden die een filmcamera heeft. Zijn aanpak, zo vertelde hij, was het directe gevolg van een opdracht om een beroemd boek om te zetten in een filmscript. ‘It showed me the possibility of a narrative voice that can go everywhere - zoom in close or pull far back, track through a scene, focus on a side character at an unexpected moment - as a camera can. The logic is cinematic.’ Als vertaler ga je daar voor honderd procent in mee: de stijl is immers een van de pijlers waarop de roman rust. ‘Small girl looking at her mother’s things.’ wordt dus niet ‘Er staat een klein meisje te kijken naar de spullen van haar moeder.’ maar ‘Klein meisje dat naar de spullen van haar moeder kijkt.’

Afrikaans verlies compenseren

Zuid-Afrika is een meertalig land, maar iedereen die er Engels spreekt, kent ook wel een paar woordjes Afrikaans. Omdat The Promise over een Afrikaander familie gaat, is het logisch dat Galgut hier en daar wat Afrikaanse woorden laat vallen, zoals ‘braai’, ‘koppie’, skelm’ en ‘ja’.  Dat laatste woord is in het Engels heel zichtbaar, maar in de Nederlandse vertaling verdwijnt het volkomen. Dat heb ik gecompenseerd door wat extra Afrikaanse woorden of vaste uitdrukkingen in te lassen.

Sure, he says, smiling. This is South Africa, land of miracles. We can make a plan.
Vast wel, zegt hij met een glimlach. Dit is Zuid-Afrika, het land der wonderen. ’n Boer maak ’n plan.

There are interjections from the author in the margin too. Is this a family saga or a farm novel? one says.
Ook staan er opmerkingen van de auteur in de kantlijn. Is dit een familiesage of een plaasroman? luidt er een.

’n Boer maak ’n plan is een uitdrukking die ieder Afrikaner in de mond ligt bestorven en is dus heel goed inzetbaar. Het woord ‘plaasroman’ is eigenlijk onvertaalbaar, net als ‘farm novel’, dus dat komt goed uit. Het door Galgut gebruikte woord ‘tannie’ verdwijnt echter. ‘Tannie’ betekent niet alleen ‘tante’, maar ook ‘mevrouw, oudere dame’. Dat weet de Zuid-Afrikaanse lezer, maar de Nederlandse lezer is daar onbekend mee.

Wit of blank?

Een bijzonder probleem was het woord ‘white’. ‘White’ betekent ‘wit’, maar ook ‘blank’, al heeft ‘wit’ als raciale aanduiding nog steeds een bijklank van politiek-correctheid. De belofte speelt zich af over een tijdvak van meer dan veertig jaar en daarom moet je als vertaler ‘wit’ en ‘blank’ afwisselend gebruiken. Welk woord je kiest, hangt af van het personage, maar ook van de stemming van dat personage. Als Lukas, de zoon van de zwarte bediende, zich laatdunkend uitlaat tegen Amor, zijn leeftijdgenoot en de dochter van de witte werkgever, en haar beschrijft als ‘white lady’, kan hij in het Nederlands kiezen uit ‘witte dame’ en ‘blanke dame’. In het laatste geval komt zijn snier harder aan. Dat subtiele onderscheid kent het Engels niet, maar het zou jammer zijn om er geen gebruik van te maken.

They know all your secrets, everything about you, even the things other white people don’t know.

Dit wordt gedacht door een witte man van tegen de zestig, over de zwarte bedienden in huis. Zou hij kiezen voor het politiek correctie ‘witte mensen’?

Tijdens de begrafenis van de moeder denkt een van de dochters terug aan de vorige dag, toen ze met haar vriendje seks had in de paardenstal: ‘... and it was beautiful, despite the smell of fresh dung. The horse stamped and huffed in a neighbouring stall, rustling the straw with his hooves.’ In de volgende zin denkt de zoon van de overledene over de rabbijn die de uitvaart leidt:  ‘Shit, that’s what it is, thinks Anton, all of it is horseshit, everything you’re saying, not one word of it is true.’ Er is hier dus sprake van ‘horse, shit, horseshit’, en dat hoort allemaal bij elkaar. In het Nederlands moet eenzelfde schakel komen te staan. Gelukkig had ik nog het woord ‘paardenlul’ paraat, dat precies paste in de tijd waarin dit deel van de roman zich afspeelt. ‘Wat een paardenlul, denkt Anton, het is allemaal gelul, alles wat je zegt, er is niet één woord van waar.’ En toen ik het woord ‘paardenlul’ onlangs gebruikt hoorde worden door een bejaarde voetbalcommentator dacht ik: met dat deel van de vertaling zit het wel snor. Of dat ook voor de rest geldt, mag de lezer beoordelen.

Rob van der Veer werd eind jaren zeventig opgeleid aan het Instituut voor Vertaalkunde in Amsterdam. Na deze vierjarige opleiding ging hij werken als literair vertaler. De eerste dertig jaar vertaalde hij uit het Engels (André Brink, Philip Roth, John Banville, Nicole Krauss, Damon Galgut), maar sinds 2012 vertaalt hij ook uit het Afrikaans (Anna Louw, Karel Schoeman, Wilma Stockenström). Sinds 2007 geeft hij vertaalles op de VertalersVakschool in Amsterdam.