Pavle Trkulja zette het vertaalwerk van Reina Dokter voort aan Danilo Kiš’ Homo poëticus (Privé-domein 310), een van de Schwob-wintertitels. Op ons verzoek licht hij zijn weg naar de vertaling toe, als spion in opleiding, als student, en uiteindelijk als tweede vertaler.
Pavle Trkulja zette het vertaalwerk van Reina Dokter voort aan Danilo Kiš’ Homo poëticus (Privé-domein 310), een van de Schwob-wintertitels. Op ons verzoek licht hij zijn weg naar de vertaling toe, als spion in opleiding, als student, en uiteindelijk als tweede vertaler.
De spionnenacademie
Toen ik een jaar of twaalf was - het was de zomer voordat ik naar de middelbare school zou gaan - begon ik te merken dat mijn moedertaal, het Servo-Kroatisch, gebreken vertoonde. Ik was bijvoorbeeld het cyrillisch niet machtig en schaamde me daarvoor. Gelukkig werkte mijn tante in Bosnië in een boekwinkel en gaf ze me, toen ik er op bezoek was, een bukvar cadeau - een abc-boekje voor basisscholieren. Ik heb zitten blokken en oefenen tot Сараjево vanzelf in Sarajevo veranderde.
Maar het cyrillisch was niet voldoende. Ik wilde de context achter grappen begrijpen en mee kunnen praten over films en muziek. Ik sloeg aan het downloaden op obscure websites waar je films en muziek vandaan kon plukken, leerde grappen uit mijn hoofd en adopteerde nieuwe woorden, slang, voornamelijk. Mijn ouders vertikten het een satellietontvanger aan te schaffen, dus ik moest wel. Terugblikkend lijkt het wel alsof ik op de spionnenacademie zat en een nieuwe identiteit moest zien aan te leren. Maar dat koortsachtige graven in mijn taal en de verhalen die erin verteld worden, leidden me uiteindelijk wel naar Danilo Kiš.
De eerste ontmoetingen met Kiš
Rond mijn zestiende kwam hij op mijn radar. Mijn vader, een groot bewonderaar van Kiš, gaf me De encyclopedie van de doden te leen. Ik ploeterde erdoorheen, zonder er ook maar een snars van te begrijpen. Het boek en de auteur eindigden in de hoek van de kamer nadat ik ze uit frustratie had weggesmeten en pa ervan had beschuldigd me knollen voor citroenen te hebben verkocht.
Pas in Amsterdam kwam ik weer in contact met Kiš’ werk, tijdens een cursus Servo-Kroatische literatuur aan de UvA. Het lukte me opnieuw niet. Ik vond hem hoogdravend en te filosofisch, ik verdwaalde in zijn ellenlange zinnen en hem lezen verschafte me allesbehalve plezier. Had ik hiervoor mijn moedertaal zo geperfectioneerd, en was het nog niet voldoende? U kunt zich dus wel voorstellen dat ik me een hoedje schrok toen Guido Snel, de samensteller en schrijver van het nawoord, me vroeg of ik aan deze vertaling wilde meewerken.
Een studie naar Kiš
Het hele vertaalproces was niet enkel een kwestie van de juiste woorden zoeken en ze in de passende context plaatsen. Voor mij was het weer een nieuw studieproject, net zoals vroeger, tijdens mijn jeugd. Dit keer betrof het een studie naar Kiš, zijn leven, de tijdsgeest waarin zijn polemieken en essays plaatsvonden en werden geschreven, wie hij was en hoe hij zich verhield tot zijn eigen identiteit.
Het was een tocht langs de namen die zijn werk sieren, namen van Centraal-Europese dichters in Parijs, Russische auteurs in de strafkampen van Stalin, een zeker schandaal en de daarin betrokken Servische lasteraars. Guido hielp me met zijn haast onuitputtelijke Kiš-kennis zeer goed, maar het voorwerk dat Reina Dokter had gedaan ook. Zij had een manuscript nagelaten dat ik eerst in zijn volledigheid moest overschrijven, alvorens aan het onvertaalde gedeelte te beginnen. Dat stelde me in de gelegenheid een aanloop te nemen, in de huid van de materie te kruipen en op iets stevigs voort te bouwen.
Uitrusten en afkoelen
Het was een prachtige periode, alleen ging het niet altijd van een leien dakje. En soms dreef Kiš me tot razernij. Ik herinner me de vakantie in Bosnië waarop ik in het vakantiehuisje van mijn ouders de laatste hoofdstukken afrondde. Mijn ouders waren er ook. Ik zat in de zengende hitte, gewapend met een lauwe fles bruiswater, te ploeteren aan het verhaal Over de inspiratie, die bij mij op dat moment volledig zoek was. De druppel was bereikt toen ik zijn uitleg van de Einfühlungstheorie, een theorie over associaties, voor ogen kreeg.
Ik sprong kwaad op, schoof mijn laptop terzijde, opende een koud biertje en begon tegen mijn vader te foeteren en mijn ergernis te spuien. Dat had ik niet moeten doen. Pa houdt zielsveel van me, dat weet ik, maar niet als ik kwaadspreek over Danilo Kiš. Het lag aan mij, ik had te lang doorgewerkt in de zon en ik moest maar even uitrusten, afkoelen en morgen verdergaan. Hij had nog gelijk ook!
De angst voor Kiš getemd
Wat ik uiteindelijk wil zeggen, is dat ik door dit vertaalproces ook een andere vertaler ben geworden. Ik heb eindelijk mijn angst voor Kiš weten te temmen door hem beter te begrijpen. Zijn aantijgingen aan het adres van Sartre en de Beauvoir, beschrijvingen van zijn jeugd in Hongarije en zijn kijk op identiteit en opgroeien, hebben me doen inzien dat ik al die tijd een mening heb gehad over iemand die ik niet kende. Daar schaam ik me nu voor. Intussen staat Encyclopedie van de doden weer op mijn lijstje, maar eerst wil ik Een graftombe voor Boris Davidovitsj uitlezen, wat een geweldig boek!
Pavle Trkulja studeerde Slavistiek en Oost-Europakunde (BA) aan de KU Leuven en Europese Studies (MA) aan de UvA. Sinds 2020 is hij als literair vertaler (uit het Servo-Kroatisch in het Nederlands) verbonden aan Connecting Emerging Literary Artists (CELA). Zijn debuutvertaling van Lana Bastašić’ roman Vang de Haas verscheen in 2021. Van de Nederlandse vertaling van Danilo Kiš’ Homo poeticus was hij, naast Reina Dokter, de tweede vertaler. Pavle vertaalt nog steeds en werkt daarnaast als docent Nederlands in opleiding op een mbo-school in Den Haag.