Martine Woudt vertaalde Neige Sinno’s met de Prix Femina 2023 en de prix littéraire du Monde 2023 bekroonde roman Triste tigre als Trieste tijger. Op ons verzoek licht ze haar vertaling toe. Lees over een brief aan de vertalers, de helderheid en hardheid van de tekst, en hoe passieve constructies de dader soms moeten laten verdwijnen.
- Lees een fragment uit Trieste tijger
- Lees Woudts toelichtingen bij haar vertalingen van Olivier Guez, Éric Reinhardt, Jean-Marie Blas de Roblès, Emilienne Malfatto en David Diop - een vertaling die bekroond werd met de Europese Literatuurprijs van de Studentenjury 2020.
Neige Sinno’s brief aan al haar vertalers
Kort nadat ik mijn vertaling van Triste tigre had ingeleverd, ontving ik via uitgeverij Prometheus een brief van Neige Sinno aan al haar vertalers. In deze brief benadrukt ze het belang van het juiste taalgebruik bij de vertaling van haar tekst. Dat moet helder zijn, zonder tierelantijnen, zonder clichés, zonder eufemismen, messcherp. Het register moet zo neutraal mogelijk zijn, niet te populair en niet te wetenschappelijk. De zinnen moeten af en toe haperen, want het moet duidelijk zijn dat ze woorden heeft gezocht voor het onzegbare en het ondenkbare. Het is niet de bedoeling dat de lezer zich comfortabel voelt.
Sinno geeft ook aan dat de structuur van haar tekst laat zien dat het om een innerlijke monoloog gaat, om een gedachteoefening, waarbij de verbanden soms niet logisch zijn omdat gedachten nou eenmaal van de hak op de tak kunnen springen. Het grote onderliggende verband is het stuk van de ijsberg dat onder water ligt, de tekst zelf is het zichtbare deel ervan. Ter illustratie noemt ze haar beginzin, die ogenschijnlijk uit het niets komt: ‘Car à moi aussi, au fond, ce qui me semble le plus intéressant c’est…’ (‘Want wat mij eigenlijk ook het interessantst lijkt, is…’). Een begin in media res, daar waar de ijsberg boven water komt.
Ten slotte benadrukt Sinno ook nog dat de vertaler niet iemand moet zijn die zich ongemakkelijk over het onderwerp voelt of die de lezer graag wil pleasen. Hij of zij moet bovendien oog houden voor de humor in de tekst, en voor het plezier om bij andere literaire auteurs fragmenten te vinden die de tekst verrijken – met andere woorden, het geheel moet niet té zwaar worden.
Het is zo hard als het is
Zoals gezegd, ik ontving de brief kort nadat ik mijn vertaling van Triste tigre had ingeleverd. Hij kwam dus te laat om met deze opmerkingen in mijn achterhoofd nog een keer grondig door mijn vertaling te kunnen gaan. Maar eigenlijk had ik ook het gevoel dat dat niet nodig was: bij de vertaling van dit boek was ik me meer dan ooit bewust geweest van het belang van de juiste woordkeuze, en omdat ik als vrouw net als de meeste vrouwen mijn portie ellende heb gehad op het gebied van seksueel geweld, had ik beslist niet de behoefte om verdoezelende taal te gebruiken. Het is zo hard als het is.
Een voorbeeld in de tekst van Sinno is het woord ‘viol’. In het Nederlands is de term seksueel misbruik gangbaarder dan verkrachting, zeker als het kinderen betreft. Aanvankelijk had ik dan ook de neiging om ‘viol’ met (seksueel) misbruik te vertalen, totdat ik me realiseerde dat Sinno niet voor niets meestal voor het woord ‘viol’ (‘violer’, ‘violeur’) kiest. Het eerste hoofdstuk heet ‘Portrait de mon violeur’ – ‘Portret van mijn verkrachter’. Dat is een grotere vuistslag dan ‘Portret van mijn misbruikpleger’.
Over dit verschil in lading zegt ze zelf halverwege het boek:
Le viol est lié dans notre imaginaire et dans nos lois avec la représentation d’une pénétration forcée et brutale. Ils évitent donc, ils font autre chose, ce qui leur permet de s’autoconvaincre que ce qu’ils font n’est pas vraiment de l’ordre du viol, les abus sexuels c’est moins grave, et ils maintiennent leur victime dans une incertitude qui l’empêche de trouver les mots pour parler.
In onze verbeelding en in onze wetten is verkrachting verbonden met het beeld van een gedwongen, brute penetratie. Dat vermijden ze [de daders, MW] dus, ze doen iets anders, waardoor ze zichzelf ervan kunnen overtuigen dat wat ze doen niet echt in de orde van verkrachting ligt, seksueel misbruik is minder ernstig, en ze houden hun slachtoffer in een onzekerheid die het verhindert om woorden te vinden om erover te praten.
Passieve constructies en het verdwijnen van de dader
Een ander voorbeeld is het gebruik van actieve dan wel passieve constructies. Ik realiseerde me tijdens het vertalen dat een zin als ‘wat mij is aangedaan’ een andere lading heeft dan ‘wat hij mij heeft aangedaan’. De eerste legt de nadruk op het slachtoffer, de tweede op de dader.
Precies in de tijd dat ik hiermee bezig was las ik op instagram een post van vrouwennetwerk women inc.:
‘“Vrouw zwaar mishandeld bij het Leidsebosje toen ze om een sigaret vroeg” versus “Drie mannen mishandelen vrouw bij het Leidsebosje na vraag om sigaret”. In de oorspronkelijke kop van Het Parool is de keuze gemaakt om de dader helemaal weg te laten. Dit zorgt voor een volledige focus op het slachtoffer en de dader verdwijnt daarmee naar de achtergrond. Hierdoor zou het beeld kunnen ontstaan dat het slachtoffer (deels) verantwoordelijk is voor het gewelddadige gedrag van de dader. Dit noemen we ook wel: victim-blaming. […] Uit onderzoek blijkt dat als de focus ligt op de dader, we meer verantwoordelijkheid toekennen aan de dader.’
Maar het kan ook andersom werken. Sinno constateert tot haar ergernis dat haar stiefvader steeds weer een hoofdrol in het hele gebeuren speelt, dat het om hem draait in plaats van om haar, en schrijft waarom de constructie ‘ik ben verkracht’ haar meer bevalt dan ‘hij heeft me verkracht’:
Au-delà d’une construction grammaticale qui fait de la victime l’objet d’une action commise par un sujet (le violeur) comme dans la phrase mon beau-père m’a violée, cette forme j’ai été violée met l’accent sur l’action subie plus que sur le responsable de cette action. En même temps dans cette phrase, le sujet c’est moi. Le violeur disparaît même de l’énoncé.
Anders dan een grammaticale constructie die het slachtoffer tot lijdend voorwerp maakt van een daad die door een onderwerp (de verkrachter) is gepleegd, zoals in de zin mijn stiefvader heeft me verkracht, legt deze vorm ik ben verkracht meer het accent op de daad die is ondergaan dan op de verantwoordelijke voor die daad. Tegelijkertijd ben ik het onderwerp in die zin. De verkrachter wordt niet eens meer genoemd.
Dit soort talige kwesties maakte het vertalen van Triste tigre tot een leerzame ervaring. Om terug te komen op de brief van Neige Sinno, toen de hoofdredacteur deze aan me doorstuurde schreef hij: ‘Deze brief komt wat laat, maar als ik hem zo lees, en die naast jouw vertaling leg, krijg ik de indruk dat ik de goede vertaler heb uitgekozen, of zie ik dat verkeerd?’ Dat was natuurlijk een fijn compliment, en ook al kan ik geen antwoord op zijn vraag geven, ik kan wel verklaren dat ik mijn taak als vertaler van dit boek heel serieus heb genomen.
Martine Woudt is sinds 2004 fulltime vertaalster Frans-Nederlands en heeft inmiddels ruim zeventig boeken vertaald. Ze heeft daarnaast lesgegeven op de VertalersVakschool in Amsterdam en gaf jaarlijks een minor literair vertalen op het Instituut voor Tolken en Vertalen in Utrecht.