Ik was een arme classicus, en al snel na mijn studie vooral een arme lezer van moderne literatuur, dus mijn boekenkast is niet rood en groen, maar de Loeb Classical Library valt altijd op. Heel kort na elkaar in een interview met bijbelwetenschapper Geurt Henk van Kooten en in Valeria Luiselli’s nieuwste. Door Daan Stoffelsen, die performatief poseert voor de Loebs.



Er is een groot verschil tussen Van Kooten en ‘de toerist’ in Luiselli’s roman: de bijbelwetenschapper leest klassieke talen, die gebruikt die boeken. Er zullen bij in de stofomslagen, zoals hier thuis, scheurtjes zitten, en slijtagesporen aan de onder- en bovenzijde bij de rug. Misschien heeft hij wel met potlood alternatieve manuscripttradities in de marge gezet. Aan de ruggen zul je het gebruik niet afzien, het zijn gebonden uitgaven. Dat is het heerlijke, de boeken blijven openliggen als je aan je vertaling werkt. Ze zijn meer dan achtergrond.

Dat is anders in Luiselli’s roman. ‘De rest van de ochtend en de middag brengen we door in het appartement, als heimelijke ontdekkingsreizigers in het leven van een ander,’ schrijft ze, een appartement met ‘drie wanden met plafondhoge boekenkasten’.

‘Is dat de vulkaan van de radio?
Ja, de Etna.
En wat gebeurt er als die vulkaan nog verder uitbarst en er lava naar beneden komt?
Niets. Er zou ons niets gebeuren. Lava stroomt heel langzaam.
Hoe weet je dat?
Dat weet ik gewoon. Lava stroomt langzaam.
Eenmaal weer binnen ploft ze neer op de fluwelen bank bij het raam. Ik loop langs de boekenkasten, bekijk de titels op de ruggen. Er is een hele muur met een gigantische, benijdenswaardige uitstalling van de Loeb Classical Library-verzameling, vermoedelijk meer dan vijfhonderd groene en rode boeken. Mijn moeder bezit talloze titels uit diezelfde verzameling en heeft die altijd willen completeren, maar ze heeft nooit alle delen weten te vergaren. Ik stuur haar een berichtje met een foto van de verzameling. Ze antwoordt ogenblikkelijk:
¿La colección completa?
Creo que sí, antwoord ik.
Ze reageert met een enthousiaste emoticon van een vrouw die beide armen in de lucht steekt.’

Ik citeer zo ruim uit de vertaling van Molly van Gelder en Nicolette Hoekmeijer omdat rondom het beeld van die volledige verzameling de verhoudingen helder zijn: de ondermijnende vragen van het kind, de kinderlijke reacties van de moeder. Dat weet ik gewoon. Een enthousiaste emoticon. In Luiselli’s dialogen zet ze haar personages meteen op hun plek, en makkelijk is het niet op die plek.

Het contrast tussen de eigenaar van het appartement, de minnaar van de vertelster, met Van Kooten en echte classici:

‘Ik ben niet zozeer op zoek naar een boek om te lezen, maar eerder naar een boek om hem te bespioneren, een boek met sporen van hem, zijn aantekeningen, zijn markeringen. Maar er is geen potloodspoor te bekennen, geen genoteerde gedachten. Leest hij wel?’

De gedachte komt op dat die Loebjes daar staan als symbool, een performatieve bibliotheek die intellect uitstraalt. Maar niet meer dan dat. Een van de bevredigende elementen van de roman is dat de ik en haar dochter wél lezen. Veel Plinius, de encyclopedist en de briefschrijver, Hesiodos, tragedies... En het boek gaat over heel veel meer.

Of je nu je Loebjes koopt als decor of voor intensief gebruik, voor je kast of je roman, we hebben ze, en als bonus kun je je gratis laten fotograferen vóór onze kasten.

Daan Stoffelsen is webshopmanager van Athenaeum|Scheltema. Zijn boek De mensen die mijn moeder was. Een zoektocht zal dit najaar verschijnen bij Uitgeverij Querido.