Maite Karssenberg werkte vanaf haar twintigste tot nu - met een tussenpose van enkele jaren - bij Athenaeum Boekhandel. In het kader van haar afscheid als webredacteur: een persoonlijke ode aan het Spui.

Op mijn achttiende verhuisde ik naar Amsterdam. Ik betrok een studio van 12m2 in de Van Baerlestraat voor € 270 per maand. Toen een kennis me kort daarvoor had gebeld met de vraag of ik interesse had in de studio, had ik gezegd 'ik weet het nog niet'. Ik had geen idee waar de Van Baerlestraat was.

Meteen na mijn verhuizing raakte ik verliefd op de stad. Bij het fietsen naar college, de Keizersgracht op vanuit de Spiegelstraat, nam ik me voor me altijd over de schoonheid van de grachten te blijven verwonderen, om dat nooit voor lief te nemen. Die gedachte heb ik nog steeds elke keer als ik daar fiets, de gedachte is aan de plek blijven hangen als een glinsterend oormerkje in de ruimte.

Een ander focuspunt van mijn jonge liefde voor de stad werd het Spui, klein dorpsplein met iepen en altijd het geluid van langsdenderende trams. Op mijn twintigste had ik het gewaagd een open sollicitatie te sturen naar Athenaeum Boekhandel. Tijdens het sollicitatiegesprek was ik ziek. Sniffend zat ik tegenover winkelchef Herm Pol. Hij vroeg welk boek er op mijn nachtkastje lag. Ik antwoordde: Brideshead Revisited van Evelyn Waugh. Ik sprak het uit als 'Bride-shed'. Herm knikte en glimlachte – ik dacht bemoedigend, maar het zou zeker ook licht geamuseerd kunnen zijn geweest. Ik werd aangenomen als boekverkoper op oproepbasis.



De geur van verse boeken

Van een arbeiderswijk in Amersfoort naar de Van Baerlestraat. Van boeken inruimen in de lokale bibliotheek naar boekverkoper bij Athenaeum Boekhandel. Ik geloof niet dat ik er toen lang bij stilstond – ik leefde puur op jonge-honden-energie, was 'een slaaf van mijn enthousiasme', om met Joost Zwagerman te spreken. Ik stortte me in het studentenleven, hing tot in de vroege uurtjes in de Doffer en P96 en kwam niet zelden een kwartier te laat, katerig en bezweet aanfietsen voor mijn dienst in de winkel. Collega-boekverkoper Elly Ooms stond dan hoofdschuddend op de drempel tussen de Jugendstil-deuren.

Pas later hoorde ik over het elitaire karakter van Athenaeum Boekhandel. Over hoe de boekverkopers vanachter de intimiderende kassa, destijds direct voor de ingang, 'op je neer keken' of honend zouden reageren wanneer je het zou wagen te vragen naar Kluun of Heleen van Royen. Ikzelf heb daar weinig van gemerkt, maar dat kan ook aan mijn naïviteit hebben gelegen. Ik vermaakte me simpelweg in de winkel en genoot van de enorme boekenkennis van mijn collega’s. Die collega’s waren meestal behulpzaam en vriendelijk, soms ook nukkig of recalcitrant, maar dat had z’n charme. 

Nog een voorbeeld van niet-voor-lief-nemen: elke keer als ik de boekwinkel binnenkwam genieten van de geur van stapels verse boeken. Weinig dingen maken me gelukkiger dan die geur, en het idee dat al die verhalen zich gewoon onder je neus bevinden, dat je ze kunt ruiken. Ik zag Wim Brands de nieuwste poëzie bestuderen en Martin Bril door de krantjes van het Nieuwscentrum bladeren. Wat een geweldige plek om te zijn, dacht ik dan, enigszins zenuwachtig trippelend achter de kassa. 

Het Spui bij avond

Jaren later, ik was inmiddels afgestudeerd, was ik boos op de stad, waar alle creativiteit en tegencultuur uit leek te verdwijnen. De kraakpanden op de Spuistraat waren ontruimd – er waren rellen geweest die ik met een vreemd soort eerbied had gadegeslagen – het Maagdenhuis was bezet en ontruimd en het Bungehuis was 'Members Club & Hotel Soho House' geworden. Ik moest verhuizen, maar waar naartoe? Ik vertrok uit de stad, en liet ook Athenaeum achter me. Een tijdlang woonde ik in een kleine, goedkope benedenverdieping niet ver van de hoofdstad. Ik had de rust om te lezen en te schrijven, maar toch miste ik iets. Mijn collega’s. Het tram-gedender. De geur van verse boeken. 

In 2019 verhuisde ik terug. Een snipper uit mijn dagboek:

22 oktober 2019

Het was een uur of half acht en al donker op het Spui. Ik at frietjes uit een puntzak en observeerde de voorbijgangers. Naast mij op het bankje zat een straatmuzikant die wel wat weghad van Chet Baker. Ik maakte een praatje met hem, en toen hij moest plassen paste ik op zijn trompet.

Daar zat ik, in het licht van de straatlantaarns met mijn arm ontspannen rustend op de trompetkoffer, wachtend op de muzikant. Achter me de zachte gloed van de etalages van de Athenaeum Boekhandel. Weer keek ik naar de mensen, die het plein over snelden, cafés in en uit. En ik voelde een grote liefde voor deze plek.

Een paar maanden later had ik opnieuw een contract getekend bij Athenaeum.

Het is maar een boekwinkel, hoor ik je denken? Nee. Ik geloof in verhalen, ik geloof in schrijvers, ik geloof in de kracht van het geschreven woord. Elke goede boekwinkel, en elke goede boekverkoper, is daarvoor onmisbaar. Athenaeum is de plek waar ik landde, waar ik las en leerde. Het zal altijd een landingsplaats blijven. 

Maite Karssenberg is schrijver en historicus en was webredacteur bij Athenaeum Boekhandel. Vanaf eind zomer is ze enkele maanden als programmamaker werkzaam bij SPUI25. Begin 2026 verschijnt haar tweede boek bij de Arbeiderspers.



Mijn 'beste boeken'

Op aandringen van mijn lieve collega Daan Stoffelsen, een man die - velen staan hier niet bij stil - eigenhandig de website en webshop van onze winkels draaiende houdt, een man met een encyclopedische boekenkennis en ongeëvenaard leesenthousiasme, tip ik hierbij, zoals het een boekverkoper betaamt, op de valreep nog mijn ‘beste boeken’.

Wat zijn de beste boeken? Totaal onmogelijke vraag. Maar het gaat minder om de vraag dan om aan wie je hem stelt. Een boek lezen is hyperpersoonlijk; wat de tekst in je teweeg brengt wordt voor het overgrote deel bepaald door wie je bent en wat jou specifiek bezighoudt. Dus dit zijn enkele van de boeken die mij hebben geraakt, en gemaakt, als mens, als lezer en als schrijver. Een selectie. Tegelijkertijd vind ik dat iedereen ze zou moeten lezen. Omdat ze hoe dan ook steengoed, vlijmscherp en fonkelmooi zijn.

3 beste klassieke romans:

  • Guzel Jachina, Wolgakinderen
  • Elsa Morante, De geschiedenis
  • Virginia Woolf, Orlando

3 beste eigenwijze/eigentijdse romans:

  • Marian Engel, Beer
  • Siri Hustvedt, Memories of the future
  • Selby Wynn Schwartz, After Sappho

5 beste non-fictieboeken (biografieën, essays en genrebenders):

  • Natalia Ginzburg, De kleine deugden
  • Elisabeth Leijnse, Cécile en Elsa, strijdbare freules
  • Clarice Lispector, De ontdekking van de wereld
  • Marja Pruis, De Nijhoffs en ik of de gevolgen van een genre
  • Teffi, Herinneringen